De wereld na Irak, volgens Noam Chomsky

Linguïst en politiek denker Noam Chomsky is volgens de New York Times Review of Books ‘wellicht ‘s werelds belangrijkste nog levende intellectueel’. Het Witte Huis is daarvan niet onder de indruk. Al vele jaren ontpopt Chomsky zich immers tot een erg radicaal denker over het kapitalisme en over de rol die de Verenigde Staten in de wereld spelen.
MO* vroeg Chomsky naar de achtergronden en de gevolgen voor de hele wereld van de crisis en de oorlog in Irak. En naar mogelijkheden om zo’n aanval in de toekomst te voorkomen.
Laten we beginnen bij het begin: waarom vielen de VS volgens u Irak binnen?
Chomsky: Politici kunnen verschillende motieven hebben, en pogingen om die te vatten, blijven hoe dan ook speculatief. Toch kunnen we vrijwel zeker zijn dat de officiële redenen die de Bush-regering opgaf, niet ernstig zijn.
Waarom bent u daar zo zeker van?
Chomsky: De Amerikaanse regering heeft zichzelf zo vaak tegengesproken, dat dat besluit zich echt opdringt. De ene dag ging het om de ontwapening van Irak, terwijl het een dag later heette dat de VS in Irak een regimewissel wilden, zelfs indien het land geheel ontwapend was. Op de Azorentop, even voor de oorlog begon, zegden Bush en Blair dan weer dat ze Irak zouden aanvallen, zelfs indien Saddam en zijn bende het land verlieten. Een regimewissel volstond kennelijk niet meer op dat moment. Nog andere keren was het objectief van de oorlog de verspreiding van ‘democratie’ in de wereld. Zo’n onstandvastigheid ondergraaft uiteraard de geloofwaardigheid van de opgediende argumenten.
Wat is volgens u dan wél de reden voor de inval ?
Chomsky: Eén reden is zeker dat de VS controle willen krijgen over ‘s werelds tweede grootste oliereserves. Dat versterkt de Amerikaanse positie van globale dominantie. Zo behouden de VS hun “wurggreep op de globale economie”, wat volgens de Amerikaanse auteur Michael Klare het doel op de langere termijn is en het basismotief voor de oorlog.
Dat verklaart nog niet waarom de aanval nu moest plaatsvinden.
Chomsky: Kijk naar de feiten. De roep om oorlog begon pas echt in september 2002. Die propagandacampagne boekte terzake een spectaculair succes. Zeer snel ging de meerderheid van de bevolking geloven dat Irak een bedreiging was voor onze veiligheid, dat het land betrokken was bij de aanslagen van 11 september ten tijde van de aanslagen geloofde slechts 3 procent van de Amerikanen dat en nieuwe aanvallen plande. Met die overtuigingen stonden de Amerikanen echter alleen. Zelfs in Koeweit en Iran, die ooit werden aangevallen door Saddam, werd de tiran niet meer gevreesd, wel geminacht. Zij wisten perfect dat Irak onderhand de zwakste staat van de regio was. Het is duidelijk dat de zeer effectieve propaganda-aanval de Amerikaanse bevolking ver van de wereldopinie deed afdrijven.
Waarom die campagne op dat moment?
Chomsky: Ze viel samen met twee belangrijke gebeurtenissen. Enerzijds begon in september 2002 de campagne voor de tussentijdse Congresverkiezingen in de VS. Campagnemanager Karl Rove had er dan al op gewezen dat de Republikeinen van de nationale veiligheid het centrale thema moesten maken, omdat ‘de kiezers erop vertrouwen dat de Republikeinen beter zijn in het beschermen van Amerika.’ Je moest geen genie zijn om te begrijpen dat Bush geen kans maakte als economische en sociale thema’s de verkiezingen zouden domineren. Bijgevolg was het noodzakelijk een grote bedreiging te bedenken, die de machtige leider dan op miraculeuze wijze zou overwinnen. De strategie werkte, zij het met weinig overschot, en de Republikeinen verwierven nipt de meerderheid in beide kamers van het Congres. Opinieonderzoek leerde dat kiezers hun zorgen over jobs, pensioenen, en uitkeringen hadden onderdrukt ten voordele van veiligheid. Voor mensen als Rumsfeld, Cheney, Wolfowitz en anderen in de Bushadministratie is die aanpak overigens Gefundenes Fressen.
Hoezo?
Chomsky: Zij behoorden tot de meer reactionaire delen van de regeringen van Reagan en Bush senior. Zij slaagden er twaalf jaar lang in een binnenlands beleid, waar de bevolking in meerderheid tegen was, op te leggen door de bevolking angst aan te jagen. De ene keer was het Lybië dat ons ‘uit de wereld wilde verjagen’ dixit Reagan de andere keer bleek er een luchtmachtbasis op Grenada van waar de Russen ons konden bombarderen, en altijd waren er zwarte criminelen die je zus zouden verkrachten (Willie Horton, in de verkiezingen van 1988). De politieke macht behouden, is zeer belangrijk voor de smalle machtsbasis achter de Bushregering. Het is de enige manier om hun reactionaire binnenlandse beleid te institutionaliseren zodat het moeilijk kan worden teruggeschroefd.
U sprak over twee gebeurtenissen?
Chomsky: In september 2002 maakte de regering haar Nationale Veiligheidsstrategie bekend. Natuurlijk waren er heel wat antecedenten maar toch was het document een mijlpaal: voor de eerste keer sinds 1945 kondigde een sterke staat aan dat hij de wereld op basis van zijn militaire macht wilde leiden. Dat wordt soms de doctrine van de preventieve oorlog genoemd maar dat is een understatement. Feitelijk is een militaire dreiging zelfs niet meer noodzakelijk voor een aanval; ongehoorzaamheid volstaat al. Als zo’n doctrine wordt aangekondigd, kan alleen door middel van actie worden gedemonstreerd dat het menens is. In dit geval was een oorlog met voorbeeldkwaliteit nodig. Om daarvoor in aanmerking te komen moest het doelwit-land twee kenmerken hebben: het moest onverdedigd zijn én belangrijk. Het haalt immers niets uit de doctrine te demonstreren door Burundi onder de voet te lopen. Irak beantwoordde perfect aan die eisen. Het land was zo goed als ontwapend in de jaren negentig en zijn militaire uitgaven bedroegen een derde van die van Koeweit, hoewel het tien maal meer inwoners telt. De VS waren niet alleen militair veel sterker, ze hadden ook uitzonderlijk veel informatie dankzij hun satellieten en jarenlange vluchten boven Irak. De nieuwe doctrine en de aanstaande verkiezingen waren goede redenen voor de oorlog, maar ze verklaren tevens de wereldwijde weerstand ertegen, zelfs bij een belangrijk deel van de binnen- en buitenlandse economische elites. Zij vrezen terecht dat de avontuurlijke opstelling van de regering Bush hun belangen kan schaden. Veel centra van het bedrijfsleven waren tegen de inval in Irak. Op het Wereld Economisch Forum in Davos was de oppositie zo sterk dat Powell bijna uitgejouwd werd toen hij de oorlog verdedigde.
In de straten van de Iraakse steden ontstond na de bevrijding enig gejuich. Ondergraaft dit niet de kritiek van de anti-oorlogsbeweging?
Chomsky: Ik was verrast dat er zo laat en zo weinig gejubel was. Elk zinnig mens moet de val van de tiran en het einde van de sancties verwelkomen, en de Iraki’s zeker. De anti-oorlogsbeweging heeft die twee doelen altijd nagestreefd. Ze was tegen sancties omdat die niet enkel het land vernietigden, maar Saddams macht vergrootten. Daardoor hing de bevolking voor haar overleven af van Saddams voedselbedeling. Dat verminderde de kansen op het soort volksopstand dat monsters als Marcos, Duvalier, Ceaucescu of Suharto van de macht verdreef. Zo’n omverwerping van binnenuit van het regime was voor de VS niet aanvaardbaar omdat de Iraki’s dan aan de macht zouden komen. Daarom steunden ze de volksopstand van 1991 niet. De vredesbeweging vindt dat de Iraki’s hun land zelf moeten besturen. Ook na de oorlog blijft dat een grote bron van spanningen: zelfs de door de VS gesteunde Iraakse oppositie verwerpt VS-controle op de heropbouw of de regering. Grote delen van de sjiitische meerderheid zeker.
Verandert het iets voor Bush’ positie als er geen massavernietigingswapens worden gevonden in Irak?
Chomsky: Alleen als je die verklaring voor de oorlog ernstig neemt. Als ze iets vinden, wat niet onwaarschijnlijk is, zal dat opgevoerd worden als rechtvaardiging voor de oorlog. Als ze niets vinden, zal dat feit op de gebruikelijke manier ‘verdwijnen’. In elk geval moeten beleid en opinies in verband met massavernietigingswapens bepaald worden op basis van wat geweten of waarschijnlijk is. Niet van wat achteraf ontdekt wordt. Dat is elementaire logica.
Zal er democratie zijn in Irak als gevolg van de inval?
Chomsky: Hangt af van wat je verstaat onder democratie. Ik veronderstel dat het Bush-PR-team een soort formele democratie wil installeren. Iets wat democratisch lijkt, maar geen substantie heeft. Ik kan me niet voorstellen dat ze een echte stem zullen geven aan de sjiitische meerderheid, want die wil nauwere banden met Iran en dat is wel het laatste wat Bush en co willen. Zullen ze reëel spreekrecht geven aan de Koerden die een soort autonomie binnen een federaal Irak willen, iets wat onbespreekbaar is voor Turkije, een belangrijke machtsbasis voor de VS in de regio? Nee, de VS willen een cliëntregime in Irak zoals elders in het Midden-Oosten en in de regio’s die al een eeuw onder VS-dominantie leven zoals Centraal-Amerika en de Caraïben. Brent Scowcroft, nationaal veiligheidsadviseur onder Bush senior, herhaalde onlangs die evidentie : ‘Wat zal er gebeuren als de radicalen de eerste Iraakse vrije verkiezingen winnen? We zullen hen de macht zeker niet laten overnemen.’ Recent onderzoek leert dat van Marokko over Libanon tot de Perzische Golf zo’n 95 procent van de bevolking een grotere rol van de religieuzen in de regering wil. Hetzelfde percentage vindt dat de VS vooral geïnteresseerd zijn in de regio omwille van de olie en om de positie van Israël te versterken. De afkeer van de VS heeft ongekende hoogten bereikt. Dat Washington juist op dit moment echt democratische verkiezingen wil en de uitkomst ervan zal respecteren, is onwaarschijnlijk.
Wat hebben andere landen nu geleerd uit de Irakoorlog?
Chomsky: Dat Bush zijn nationale veiligheidsstrategie ernstig neemt: de VS willen de wereld domineren met militaire macht, die ene dimensie waarmee ze boven alle anderen uitsteken. Een meer specifieke boodschap die wordt geïllustreerd door de vergelijking tussen Irak en Noord-Korea, is dat je een geloofwaardige afschrikking nodig hebt om een VS-aanval af te wenden. Het waarschijnlijke gevolg is verdere verspreiding van massavernietigingswapens en terreur. Vooral uit angst en afkeer voor de VS-regering die al vóór de inval ervaren werd als de voornaamste bedreiging voor de wereldvrede.
Wat staat er nu op Bush’ agenda?
Chomsky: Ze hebben publiek aangekondigd dat Syrië en Iran de volgende doelen zijn, maar ook de Andesregio komt in aanmerking. Er zijn veel grondstoffen, waaronder olie. Er heerst chaos met gevaarlijke volksbewegingen.
Welke obstakels staan Bush in de weg?
Chomsky: Het voornaamste obstakel is intern: zal de Amerikaanse bevolking het toelaten? Het hangt dus van ons af.
Hoe kijkt u naar de anti-oorlogsbeweging in de VS? Welke doelen moet ze nu nastreven?
Chomsky: Ze is zonder voorgaande zowel qua omvang als qua inzet. Dat is duidelijk voor iedereen die de voorbije veertig jaar deze zaken gevolgd heeft. Na de oorlog moet de vredesbeweging er in de eerste plaats naar streven dat Irak bestuurd wordt door Iraki’s, en dat de VS massieve herstelbetalingen doen voor wat ze het land de voorbije twintig jaar hebben aangedaan. Als dat teveel gevraagd is, is massale hulp het minimum. Een hulp waar de Iraki’s zelf over beslissen en geen subsidies voor Amerikaanse bouwbedrijven. Even belangrijk voor de vredesbeweging wordt het afremmen van het extreem gevaarlijke beleid dat wordt aangekondigd in de Veiligheidsstrategie. In dat verband moet er gezorgd worden dat de naoorlogse wapenleveringen waarop nu al gespeculeerd wordt als dé nieuwe goudmijn geblokkeerd worden.
Wat is de relatie tussen de vredesbeweging en de andersglobalisten?
Chomsky: Beiden zijn zeer nauw verbonden in hun doelstellingen: vrede is immers onmogelijk zonder meer globale rechtvaardigheid. De huidige globalisering laat de kloof tussen arm en rijk in de wereld groeien. Dat leidt tot meer politieke instabiliteit en culturele vervreemding die op haar beurt etnisch, ideologisch en religieus extremisme al dan niet gewelddadig veroorzaakt, dat vooral tegen de VS zal gericht zijn. Dat noopt dan weer tot meer militaire bestedingen, inclusief de plannen voor een militarisering van de ruimte. De burgers van de VS hebben de grootste verantwoordelijkheid om die spiraal te stoppen. Op zich is de uitdaging helder: zoals steeds moeten we eerst uitzoeken wat er gebeurt in de wereld en er dan proberen iets aan te doen. Wij kunnen dit beter dan wie ook. Weinigen delen onze privileges, onze macht en vrijheid, en dus verantwoordelijkheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift