Economische malaise doet verbod vrouwenmigratie afbrokkelen

De regering van Bangladesh staat onder druk om meteen alle verbodsbepalingen te schrappen waarmee de emigratie van vrouwen nu nog aan banden wordt gelegd. Vorige maand besliste de regering dat alle vrouwen ouder dan 35 voortaan hun man mogen vergezellen als die in het buitenland gaat werken. Vrouwenorganisaties eisen dat alle Bengalese vrouwen het recht krijgen in het buitenland te gaan werken.


Bangladesh is een emigratieland, maar in 1998 vaardigde de regering een verbod uit voor vrouwen om het land te verlaten op zoek naar werk. De maatregel kwam er om een einde te maken aan het misbruik en de uitbuiting waarvan veel ongeschoolde Bengalese vrouwen die in het Midden-Oosten werken, het slachtoffer worden. Voor verpleegsters en voor andere vrouwen die gestudeerd hebben, geldt het verbod niet, maar 95 procent van de Bengalese migranten is ongeschoold.

Er zijn veel goede redenen om het verbod te herbekijken. Mensenrechtenorganisaties vinden dat vrouwen net dezelfde rechten moeten hebben als mannen om in het buitenland werk te zoeken. Bovendien werkte het verbod niet. Volgens Salma Ali, de directeur van de Bengalese Vereniging van Vrouwelijke Advocaten, telde Bangladesh sinds 1998 nog altijd 10.000 tot 15.000 vrouwelijke emigranten per jaar. Een klein deel daarvan verliet het land met een officiële toelating, de rest via omkoping of in het geniep. En ten slotte is er de economische noodzaak. Het straatarme Bangladesh heeft af te rekenen met een daling van de ontwikkelingshulp en van de buitenlandse investeringen; ook met de export van textiel gaat het niet goed. Bengalese migranten stuurden vorig jaar bijna 2 miljard euro naar huis; als meer vrouwen de toelating krijgen te migreren, zou dat bedrag fors kunnen stijgen. De regering hoopt dat de versoepeling van het verbod die vorige maand werd besloten, de komende twee jaar telkens 100.000 vrouwen zal aanzetten te emigreren.

Maar de regering lijkt niet van plan de grenzen meteen helemaal open te gooien voor de vrouwen. Minister voor Migrantenwelzijn en Overzeese Arbeid Mohammed Quamrul Islam heeft verklaard dat vrouwen jonger dan 35 geen toelating zullen krijgen om te gaan werken in het Midden-Oosten.

Vrouwenrechtenorganisaties vinden dat de regering andere maatregelen moet bedenken om vrouwelijke migranten in het buitenland te beschermen. Ongeschoolde arbeiders die hun land willen verlaten, zouden een cursus moeten kunnen volgen waarin ze de elementaire kennis en vaardigheden opdoen om niet meteen bedrogen te worden door hun nieuwe werkgevers. Een basiskennis Arabisch zou migranten bijvoorbeeld veel moeilijkheden kunnen besparen en hun in staat stellen meteen hulp te zoeken als er problemen opduiken. Elena Khan van de vrouwenorganisatie Ain-0-Salish Kendra pleit verder voor de oprichting van een gespecialiseerde diplomatieke cel in elk land in het Midden-Oosten waar veel Bengalezen werken. Die eenheid, waarin telkens ook minstens één vrouw zou werken, zou de arbeidsvoorwaarden van migranten ter plaatse controleren. Migranten klagen dat de Bengalese ambassades geen oor hebben voor hun problemen.

Elk jaar verlaten ongeveer 200.000 Bengalezen hun land om in het buitenland te gaan werken. Zowat driekwart daarvan trekt naar het Midden-Oosten. Zelfs de spanningen in verband met Irak deden die stroom niet opdrogen. Volgens het Bengalese ministerie van Arbeid vertrokken van januari tot maart meer dan 30.000 Bengalezen naar landen als Qatar, Koeweit, Bahrain en Saudi-Arabië.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift