Eén op vier oorlogsveteranen lijdt aan Vietnamsyndroom

Don’t mention the war: het is het adagium van Servië anno 2003. Maar voor de veteranen van de Servische burgeroorlog is vergeten de slechtst denkbare remedie. Sinds een ex-soldaat vorige week vier collega’s neerschoot, wordt er in Servië voor het eerst openlijk gepraat over het ‘Vietnamsyndroom’.


Vladan Rovcanin (32), een lid van het politiekorps in de stad Nis, trok vorige week plots zijn wapen en vuurde een regen van kogels af op zijn collega’s. Vier van hen overleefden het niet. Na afloop verklaarde Rovcanin dat hij al maanden een onbegrijpelijke psychologische druk voelde. Rovcanin werd gediagnosticeerd als gestoord. We hebben inderdaad te maken met het zogenaamde Vietnamsyndroom in Servië, gaf Minister Dusan Mihajlovic van Binnenlandse Zaken achteraf toe.

Het Vietnamsyndroom (genoemd naar de plaats waar het fenomeen eerst beschreven werd) is een geval van PTSD of post-traumatische stressdisfunctie - waanzin als gevolg van niet verwerkte oorlogstrauma’s. Die waanzin steekt plots en gewelddadig de kop op, naar aanleiding van een zogenaamde ‘trigger-gebeurtenis’. In het geval van Rovcanin was een nakende ontslagbrief de spreekwoordelijke druppel.

PTSD steekt de kop op maanden of jaren na de niet-verwerkte trauma’s, weet Ivan Dimitrijevic, een psychiater uit Belgrado. Eerst willen de patiënten het trauma niet onder ogen zien en trachten ze het te vergeten. Nadien herbeleven ze de feiten steeds opnieuw, en dat leidt tot een ophoping van stress.

Meteen na de oorlog zag Servië veel veteranen door het lint gaan. Bij hun thuiskomst pleegden heel wat Servische soldaten zelfmoord (meestal bliezen ze zichzelf op met granaten) en familiedrama’s waren schering en inslag. Maar het debat over de psychologische gevolgen van de oorlogsgruwel lijkt pas definitief geopend met het incident in Nis.

Zo’n 100.00 Servische soldaten namen deel aan de oorlogen in Kroatië en Bosnië, tussen 1991 en 1995, zegt psycholoog Vladan Beara. Volgens onze cijfers lijdt ten minste 25 procent van hen aan PTSD. Slechts een fractie daarvan heeft ook hulp gezocht.

De Servische oorlogsveteranen zijn niet geneigd op snel hulp te zoeken, zegt Beara. Trauma’s en echte mannen gaan immers niet samen in de conservatieve Servische maatschappij. Bovendien vinden ze dat er bij het gewone volk te weinig begrip is voor hun oorlogsverleden. De soldaten staan symbool voor de oorlogsnederlaag van het grote Servië en de tegenstanders van Milosevic en diens veldtocht in Kroatië en Bosnië hebben nu de politieke macht in handen. En dan is er nog het trauma van Kosovo, de opstandige provincie in het zuiden, waar het Servische leger in 1998 en 1999 de overwegend Albanese bevolking terroriseerde. Nadat een internationale troepenmacht de zaak overnam, koos de Servische minderheid er uit angst voor represailles het hazenpad. Rovcanin was één van de 200.000 Serviërs die na 1999 uit Kosovo wegtrokken.

Het zijn niet enkel ex-soldaten die onder PTSD lijden, benadrukt psychologe Mina Mitic, die aan het hoofd staat van het Centrum voor de Behandeling van Folterslachtoffers in Belgrado. Bij ons zijn ook duizenden getraumatiseerde vluchtelingen in behandeling, plus een aantal mensen die nog steeds de 11 weken durende bombardementen van de NAVO niet verwerkt hebben.

Het Vietnamsyndroom speelt ook in de buurlanden Kroatië en Bosnië. Volgens het boek ‘PTSD, het Kroatische verhaal’ pleegden zo’n 2.000 oorlogsveteranen zelfmoord sinds 1995. Tientallen anderen hebben in razernij het vuur geopend op hun familieleden en op buitenstaanders. Volgens een recente studie van de Harvard Medical School zouden tot 45 procent van de Bosnische burgers lijden aan PTSD, en zouden 25 procent van de Bosnische oorlogsveteranen er last van hebben.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift