Einde multivezelakkoord spelt onheil voor textielsector

Vanaf begin volgend jaar kan China zoveel goedkoop textiel uitvoeren naar West-Europa en Noord-Amerika als het wil. In België worden daardoor 10.000 banen onzeker, in grote ontwikkelingslanden als Bangladesh en Mexico is de toekomst van miljoenen textielarbeidsters bedreigd. Er moeten harde maatregelen tegen China komen, zegt Fa Quix, directeur-generaal van de Belgische textielwerkgeversorganisatie Febeltex.



Vorige week verstreek de laatste kans om het multivezelakkoord te verlengen, een internationale afspraak die dertig jaar lang de concurrentie op de textielmarkt binnen de perken hield. Febeltex is ontgoocheld dat de EU niet meer heeft ondernomen om de sociale slachting tegen te gaan die er nu lijkt aan te komen. Wij worden niet de grootste verliezers, preciseert Quix. Dat worden de arme ontwikkelingslanden.

Dat 1 januari 2005 een onheilsdatum kon worden voor veel textielarbeiders, was eigenlijk al tien jaar bekend. In 1994 besliste de wereldgemeenschap een einde te maken aan het multivezelakkoord dat sinds 1973 de internationale handel in textiel en kleding regelt. De export van lageloonlanden naar de lucratieve markten in Europa en Noord-Amerika werd door het mulivezelakkoord aan banden gelegd via een quotasysteem. Textielproducerende landen kunnen elk maar een begrensde hoeveelheid van bepaalde textielsoorten uitvoeren naar de interessantste markten. Voor de afschaffing van het multivezelakkoord werd in een overgangsperiode van tien jaar voorzien. Die loopt eind dit jaar af, maar veel landen lijken daar nog helemaal niet klaar voor.

Dat ligt aan China, zegt Quix. Sinds dat land in 2002 is toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie, palmt het met een ontstellende vaart textielmarkten in die niet of niet langer beschermd worden door importquota. In de VS verhoogde China zijn aandeel in de quotavrije kledinginvoer van 9 procent in 2001 tot 72 procent in juni van dit jaar. Dat betekent dat er voor de rest van de wereld nog maar 28 procent van de invoermarkt overblijft. In Europa gaat de Chinese opmars langzamer, maar toch hebben Chinese invoerders hier ook al 15 procent van de quotavrije textielmarkt en 30 procent van de confectiemarkt in handen.

Chinees masterplan

Als op 1 januari alle importquota wegvallen, kan China echt de forcing beginnen te voeren. Quix wijt het verpletterende overwicht van de Chinese textielsector aan niet-marktconforme praktijken: China speelt het spel niet eerlijk. We kunnen bewijzen dat veel Chinees textiel onder de productieprijs wordt verkocht. Febeltex heeft het op zijn website over een Chinees masterplan om de internationale textielmarkt helemaal te gaan domineren. Daarvoor worden Chinese textielbedrijven nu heimelijk zwaar gesubsidieerd. Chinese producenten zouden ook niet terugschrikken voor namaak en oorsprongsfraude.

In België komen volgens Febeltex de komende drie jaar 10.000 banen onder druk te staan doordat de concurrentie na 1 januari 2005 toeneemt. Naast de producenten van huishoudtextiel zijn dat vooral ondernemingen uit de zogenaamde kledingfilière - spinnerijen, weverijen, ververijen en leveranciers van breigoed en kledingstoffen. Dergelijke bedrijven konden de concurrentie uit de lageloonlanden goed aan, tot China kwam, zegt Quix. Ze doen dat met een betere kwaliteit en een originelere vormgeving. Maar China zet de prijzen zo zwaar onder druk, dat die extra’s daar niet meer tegen opwegen. In de breigoedsector krijgen bedrijven nu van de distributiesector te horen dat ze 30, 40 of 50 procent goedkoper moeten worden. Dat lukt natuurlijk niet. Dat is bijzonder frustrerend voor ondernemers: ze werken even hard als altijd, maar hun marktaandeel smelt weg. De breigoedsector, die al ten dele geliberaliseerd is, is relatief klein in België, maar in landen als Italië en Spanje is het geweeklaag groot. België is vooral sterk in textielsoorten die nooit beschermd werden door importquota - tapijten (goed voor 40 % van de omzet van de hele sector) en technisch textiel voor toepassingen in de medische wereld, de automobielnijverheid en de sportwereld.

De meeste van de 50.000 banen in de textielsector worden dan ook niet meteen bedreigd na 1 januari 2005. Sommige Belgische textielbedrijven groeien zelfs dankzij de globalisering, merkt Quix op. Het gaat om de typische kop-staartbedrijven: de creatie en de distributie zitten nog hier, maar de productie is al lang overgeplaatst naar lageloonlanden. De lingerieproducent Van de Velde schakelt bijvoorbeeld ook Chinese bedrijven in. Maar niet iedereen kan die weg inslaan.

Slachting

Voor veel ontwikkelingslanden ziet het plaatje er minder rooskleurig uit. Zij staan voor een echte sociale slachting omdat hun marktaandeel in Europa en Noord-Amerika dreigt weg te smelten als sneeuw voor de zon. In Bangladesh kunnen bijna een miljoen mensen op straat worden gezet, schat de Bengalese Federatie van Textielarbeiders. Dat is meer dan de helft van de mensen die nu in de sector werken. In Turkije werken officieel ook een miljoen mensen in de textielsector, en informeel nog veel meer, weet Quix. Als daar massaal banen sneuvelen, dreigt er sociale onrust. Nu al zit een vijfde van de bevolking er zonder werk.

Febeltex schat dat wereldwijd 30 miljoen banen op de tocht komen te staan. De textielsector is enorm arbeidsintensief, legt Quix uit. In India alleen al zijn zeker 40 miljoen textielarbeiders aan de slag, in Indonesië ook verscheidene miljoenen. De meeste ontwikkelingslanden hebben dankzij het multivezelakkoord in alle rust een eigen textielsector kunnen opzetten. De importquota per land zetten wel een rem op de groei daarvan, maar werkten tegelijk ook als een afzetgarantie. De impact van het wegvallen van de quota zal enorm zijn, voorspelt Quix.

Netto verdwijnen er waarschijnlijk niet meteen veel banen - de werkgelegenheid verschuift gewoon naar een beperkt aantal landen. Naast China, de grote winnaar, zijn dat waarschijnlijk ook India en Vietnam. De verliezers zijn landen als Bangladesh, Sri Lanka, Mexico en Turkije.

Harde acties

Bangladesh, Mauritius, de Dominicaanse Republiek en nog vier andere ontwikkelingslanden met een grote textielsector, slaagden er vorige week niet in de Wereldhandelsorganisatie een onderzoek te doen opzetten naar de gevolgen van de afschaffing van de importquota en maatregelen aan te bevelen om de verwachte gevolgen op te vangen. Volgens insiders hoopten de zeven op een verlenging van de bestaande marktregeling. Febeltex lobbyde samen met werkgeversorganisaties uit een vijftigtal landen al enige tijd voor een verlenging met drie jaar. Dat zou een goede overgangsperiode geweest zijn gelet op het nieuwe feit dat door de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie werd geschapen.

Maar de verlenging kwam er niet. China en India verzetten zich ertegen, en ook de EU en de VS bevestigden hun trouw aan de afspraak van 1994 om alle importquota tegen 1 januari 2005 te schrappen. Quix zegt heel ontgoocheld te zijn in de houding van de Europese Unie. Volgens hem begrijpt de Europese Commissie niet hoe groot het gevaar is dat uitgaat van de Chinese exporteurs en kiest Europa om geopolitieke redenen voor een verzoenende houding tegenover China. Bovendien staat de Commissie onder druk van Europese distributeurs die meer geïnteresseerd zijn in lage inkoopprijzen dan in werkgelegenheid in Europa, en van grote investeerders in China die het klimaat niet willen verpest zien. De EU is ook verdeeld: de meeste landen in het Zuiden en België willen de eigen textielsector steunen, terwijl de Scandinavische landen, Nederland en Duitsland vinden dat de vrije markt haar gang moet gaan.

Quix vindt dat de Wereldhandelsorganisatie en Europa moeten optreden tegen de oneerlijke handelspraktijken die China toepast en de monopoliedreiging die van het land uitgaat. Het doel moet toch zijn tot een evenwichtige ontwikkeling door handel te komen? Daar zijn we nu ver van verwijderd. China ervan overtuigen een andere koers te gaan varen, is volgens Quix onbegonnen werk. Er zijn sancties en andere harde maatregelen nodig, anders zal China niet luisteren. De instrumenten zijn er. In 2002 stelde de Wereldhandelsorganisatie een specifieke vrijwaringsclausule voor China op, die landen toelaat de import uit China aan banden te legen als die marktverstorend werkt. De VS past die clausule met mondjesmaat toe, Europa helemaal niet. Dat kan er bij Quix niet in.

Beter protectionisme

Ontwikkelingsorganisaties als Oxfam International delen de vrees dat het wegvallen van de importquota sommige ontwikkelingslanden zwaar kan treffen. Ze vinden dat die landen veel meer steun moeten krijgen om zich aan te passen. Maar Oxfam is in elk geval voor het verdwijnen van het huidige multivezelakkoord. Dat gaat volgens de organisatie te zeer ten koste van de arme landen. Volgens Oxfam gaan voor elke baan die beschermd wordt in het rijke Westen, 35 banen in het Zuiden verloren. Om de textielsector in arme landen te helpen, moeten de rijke landen volgens Oxfam hun hoge invoerheffingen afbouwen, naast de importquota de belangrijkste reden waarom textielbedrijven in veel ontwikkelingslanden niet volop kunnen groeien. Bovendien moet er veel meer werk worden gemaakt van goede arbeidsomstandigheden, de achilleshiel van de textielsector.


Febeltex
http://www.febeltex.be

Rapport Stiched Up (Oxfam)
http://www.oxfam.co.uk/what_we_do/issues/trade/downloads/bp60_textiles.pdf

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift