Eskimo's bouwen feestje in de woestijn

Het ‘Festival in de Woestijn’ dat jaarlijks in Mali georganiseerd wordt om culturen met elkaar in contact te brengen, begint een hip mondiaal feestje te worden waar muziekliefhebbers van over de hele wereld naartoe komen. Op de achtste editie het voorbije weekend waren zelfs Inuit aanwezig, die de woestijnbewoners kennis lieten maken met circuscultuur uit het hoge noorden.
Het festival is het grootste in Mali en waarschijnlijk een van de meest afgelegen ter wereld. Het vindt plaats in de zandduinen ten noorden van Timboektoe en brengt mensen van overal ter wereld samen voor een mix van muziek en cultuur. De lokale bevolking krijgt een grote korting en kan meestal zelfs gratis binnen.
Het evenement is intussen aan zijn achtste editie toe en behoorlijk populair geworden. Het festival begon ooit als een showcase van Malinese muziek, maar intussen is er ook muziek van de Toearegs in het Tamasheq, naast andere Afrikaanse stijlen en internationale gasten. Volgens Manny Ansar, directeur van het festival, zijn “contact en menselijke relaties” het belangrijkste.
Inuit
Eén van de meest opvallende acts dit jaar is Artcirq, een circuscollectief uit het uiterste noorden van Canada. De groep werd opgericht als antwoord op het zelfmoordprobleem in de kleine eilandgemeenschap van Igloolik. Het collectief gebruikt traditionele cultuur, circusacts en video in hun voorstellingen en probeert artiesten uit afgelegen Arctische gebieden in contact te brengen met de rest van de wereld.
Hun optreden op het festival viel samen met feestelijkheden in Canada voor de terugkeer van de zon na twee maanden duisternis. Toen Artcirq uit Igloolik vertrok, was het er min zestig graden. “We moesten zeven vliegtuigen nemen om hier te geraken”, vertelt Guillaume Saladin, één van de oprichters van de groep. “Nu zijn we hier en gaan we straks op een kameel rijden.”
Saladin hoopt dat het internationale succes van Artcirq de jongeren in Igloolik kan inspireren. “We openen deuren en tonen dat alles mogelijk is, we bouwen aan dromen”, zegt hij. De reis naar Timboektoe was een fantastische ervaring. “Overal ter wereld zegt men ‘helemaal tot in Timboektoe’. Het is net zoals men overal ter wereld weet dat we kussen met onze neus.”
Ondanks de drastische verandering van klimaat, zien de Inuit veel gelijkenissen tussen het leven op de Noordpool en in de Sahara. Ze herkennen ondermeer het tragere ritme, de aandacht voor de signalen van het landschap en de botsing tussen het traditionele en moderne leven. “Het is hier net een enorme zandbak”, zegt acrobaat en technicus Jacky Qrunnut. “Toen ik hier zei waar ik vandaan kwam, vertelden ze me dat ik sterk was. Ik zei dat zij sterk waren om in dit landschap te kunnen wonen.”
Stereotype
De leden van Artcirq legden op een persconferentie uit dat de Inuit vaak verkeerd voorgesteld worden door de media. Ze zien vaak Chinese en Indiaanse acteurs de rol van Eskimo’s spelen op televisie. “We noemen onszelf trouwens nooit Eskimo’s,” zegt Sylvia Cloutier, zangeres in de groep. “We noemen onszelf Inuit.” Eskimo staat voor ‘hij die rauw vlees eet’, terwijl Inuit gewoon ‘mensen’ betekent. Al hun verduidelijkingen ten spijt kondigde de festivalomroeper ze later toch aan als Eskimo’s.
Om het stereotype te doorbreken, toonde Artcirq ondermeer de film “The Fast Runner” op het festival. De film, die het leven in het Arctisch gebied in beeld brengt, viel internationaal in de prijzen en kon ook bij het publiek op veel interesse rekenen.
Een lid van een lokale Toearegstam merkte tijdens de vertoning enkele leden van Artcirq op. “Jullie zien eruit als Japanners,” vond hij. “Doen jullie aan Kung Fu?” De leden van Artcirq legden uit dat ze uit de witte woestijn van sneeuw en ijs komen die in de film te zien was. De conversatie ging al snel over de bouw van iglo’s, de jacht op zeehonden en Inuit-begroetingen. De Toeareg was behoorlijk onder de indruk. “Jullie zijn gekomen om te tonen hoe jullie leven. Zeer goed.” zei hij. “En wij zijn gekomen om te zien hoe jullie leven,” antwoordden de leden van Artcirq, gevolgd door een stevige handdruk in het midden van de woestijn.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift