“Europees ontwikkelingsbeleid duwt onderwijs in het verdomhoekje”

Nieuws

“Europees ontwikkelingsbeleid duwt onderwijs in het verdomhoekje”

Stefania Bianchi

18 maart 2004

Als Europa de kinderarbeid de wereld uit wil helpen, dan moet het ontwikkelingslanden ertoe aanzetten om het lager onderwijs te veralgemenen. Maar volgens Europese ngo's is onderwijs maar een marginale uitgavenpost in het Europese ontwikkelingsbudget.

Omdat kinderarbeid en schoolplicht niet los te maken zijn van mekaar, heeft een groep Europese ngo’s deze week een campagne gelanceerd onder de titel ‘School is de beste plaats om te werken.’ De Indiase Stichting MV, het Nederlandse Hivos, het Ierse Concern en het Duitse Welthungerhilfe willen dat de EU als donor druk uitoefent om alle kinderen jonger dan 14 op de schoolbanken te krijgen in de ontwikkelingslanden. Zo’n 246 miljoen kinderen tussen 5 en 17 zitten in de val van de kinderarbeid en zo’n 113 miljoen kinderen gaan niet naar de lagere school.

De internationale gemeenschap heeft in 2000 plechtig beloofd alle kinderen op aarde tegen 2015 toegang te bieden tot gratis basisonderwijs. Tegen volgend jaar zouden evenveel meisjes als jongens naar school moeten gaan. Maar veel ontwikkelingslanden en donoren investeren nog altijd te weinig in onderwijs. In 2002 trokken de donoren ongeveer 1,5 miljard dollar uit voor hulp op het vlak van basisonderwijs - slechts ongeveer twee procent van het globale budget voor ontwikkelingshulp.

Europa scoort nog slechter dan het erg zwakke wereldgemiddelde. In 2002 ging slechts 0,33 procent van de nationale budgetten voor ontwikkelingssamenwerking naar Europese projecten voor de veralgemening van het lager onderwijs in de ontwikkelingslanden. De campagne vraagt dat de Europese lidstaten ten minste acht procent van hun officieel ontwikkelingsbudget (ODA) vrijmaken voor de veralgemening van het lager onderwijs. Meisjes en kinderen uit kwetsbare bevolkingsgroepen moeten daarbij voorrang krijgen.