Frans gerecht onderzoekt beschuldigingen tegen Halliburton

In Frankrijk is een onderzoek opgestart naar mogelijke corruptie bij het Amerikaanse bedrijf Halliburton. Het onderzoek, dat de rol van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney onderzoekt, kan een nieuwe episode vormen in het transatlantische steekspel tussen de VS en Frankrijk.


Dat de diplomatieke spanningen tussen Frankrijk en de VS verre van voorbij zijn, bleek afgelopen zaterdag in Washington op een vergadering over de internationale kernfusiereactor ITER. De langverwachte beslissing over de locatie van het historische energieproject werd uitgesteld tot februari. De zes deelnemende landen (die samen tien miljard euro bijdragen) konden niet beslissen of de kernfusiereactor nu in Frankrijk, dan wel in Japan gebouwd moest worden. Japan, Zuid-Korea en de VS stemden voor de Japanse locatie Rokkasho, terwijl Europa, Rusland en China voor het Zuid-Franse Cadarache kozen.

Washington - dat zich in 1999 terugtrok uit het project maar zich in februari opnieuw inkocht - kon op het laatste moment Zuid-Korea overhalen om de Franse kandidatuur te blokkeren. Veel waarnemers zien Cadarache nochtans als de beste site voor het project. Er werken 3.400 wetenschappers aan de instelling, die aan de wereldtop zit inzake nucleaire technologie.

De demarche van de VS is volgens de meeste waarnemers ingegeven door rancune over de Franse houding inzake Irak. Ik weet zeker dat de Amerikaanse regering Frankrijk wil straffen voor zijn diplomatieke positie in de Irak-crisis, zei de Franse gezant Pierre Lellouche na afloop van de vergadering.

Frankrijk slaat terug op zijn eigen manier. Het Franse gerecht heeft een onderzoek heropend over vermeende fraude door het Amerikaanse bedrijf Halliburton bij een olieproject in Nigeria. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney was van 1995 tot 2000 gedelegeerd bestuurder van Halliburton. De fraudezaak in kwestie dateert van ongeveer dezelfde periode.

Procureur Renaud Van Ruymbeke heeft ontdekt dat er tussen 1994 en 2001 180 miljoen dollar werd betaald aan Jeffrey Tesler, een Londense advocaat die werkte voor Halliburton.

Het onderzoek lag al twee jaar stil, maar werd de laatste weken nieuw leven ingeblazen door Van Ruymbeke, die al jaren de onfrisse praktijken in de Franse olienijverheid in Afrika onderzoekt. Enkele topfiguren van Technip, een Frans bedrijf verbonden aan Halliburtons dochteronderneming Kellog Brown & Root, werden de jongste weken opgeroepen voor ondervraging. Kellog Brown & Root, dat eerder deze maand in opspraak kwam in verband met de olieleveringen aan Irak, zou andere bedrijven in het olieconsortium 180 miljoen dollar hebben laten betalen voor diensten die nooit geleverd werden. Van Ruymbeke overweegt nu om Cheney te vervolgen op basis van het misbruik van openbare goederen.




Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift