Franse bedrijven vrezen verliezen

De bedrijven in Frankrijk vrezen dat ze het eerste
slachtoffer zullen worden van het veto dat Parijs stelde tegen een aanval
op Irak. De angst voor een Amerikaanse consumentenboycot tegen typisch
Franse luxegoederen krijgt grote ruchtbaarheid in de Franse media. Toch
heeft enkel de veel discretere oliesector veel te verliezen.


De managers van bedrijven die luxegoederen als wijn, parfum en haute
couture exporteren naar de VS liggen wakker van de dreiging van een boycot.
Die lijkt reëel sinds de Amerikaanse media medio februari een frontale
aanval inzetten op al wat naar Frankrijk ruikt of smaakt. In theorie heeft
Frankrijk 30 miljard dollar te verliezen. Dat is de exportwaarde die Franse
bedrijven vorig jaar realiseerden in de VS, die de tweede handelspartner
zijn na de Europese Unie. Vooral de exporteurs van luxegoederen zijn
afhankelijk van de VS. De cosmeticafirma L’Oreal exporteert een derde van
zijn productie naar de VS en ook Franse wijn wordt massaal gekocht in
Noord-Amerika. De VS zijn goed voor 36 procent van de wereldvraag naar cognac.

Het risico op een officiële boycot is te verwaarlozen, weet ook de Franse
president Jacques Chirac. Ik ken de VS goed. Het is een liberaal land dat
geïnteresseerd is in handel. Een boycot zou contraproductief zijn. Dat
stelt niet helemaal gerust; veel managers vrezen een spontane
consumentenboycot. De website Fromage.com - gericht op export van kaas naar
de VS - wordt al weken gebombardeerd met haatmail. Mijn generatie zal
nooit vergeten welke positie jullie Franse lafaards ingenomen hebben tegen
mijn land, schreef één heetgebakerde Amerikaan. Ik hoop dat de volgende
11 september in Parijs zal doorgaan. Ik moedig al mijn vrienden aan om
Franse producten te boycotten. De vloed van haatmail neemt nog elke dag
toe, zegt Marc Refabert, de directeur van Fromage.com. Onze server is
overbelast geraakt door de golf.

De Amerikaanse fixatie op kaas is kenmerkend voor de haatcampagne - allicht
een gevolg van de campagne in de conservatieve media. De tabloid New York
Post noemde de Fransen ‘kaasetende capitulerende apen’. De anders zo serene
Wall Street Journal noemde Chirac een Jean d’Arc (sic) met een kale kop,
en een pygmee. Buitenlandminister Dominique de Villepin werd betiteld als
een olierat.

In de Franse wijnsector denken ze dat het wel zal koelen zonder blazen. We
hopen dat de Frankrijkfobie binnen enkele weken voorbij zal zijn , zegt
Alain Philippe, de directeur van het Nationaal Cognacbureau. Jacques
Berthomeau, de ministeriële rapporteur voor de Franse wijnexport, is er ook
gerust in: Wij verkopen onze producten aan een hoogopgeleide doelgroep met
een hoog inkomen en die is a priori minder gevoelig voor de volksverlakkerij.

De angst leeft het sterkst in de oliesector. Niet onterecht: TotalFinaElf
wordt mogelijk miljarden euro’s door de neus geboord. In 1997, na de
afkondiging van het olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties,
ondertekende de Franse oliegigant enkele exclusieve contracten met Bagdad.
TotalFinaElf kreeg het alleenrecht om het Nahr Omar-olieveld in zuidelijk
Irak te ontwikkelen. Daar zitten naar schatting 10 miljard vaten ruwe olie
onder de grond - ongeveer een derde van de Amerikaanse reserves.
TotalFinalElf heeft ook ambities in Bin-Umar en Majnoun in de buurt van de
stad Basra in zuidelijk Irak. Deze twee olievelden hebben volgens Total een
potentie van vijf tot acht miljard vaten.

De Golfoorlog van 12 jaar geleden heeft onze handel met Irak verstoord,
zegt Christophe de Margerie, algemeen directeur productie bij TotalFinaElf.
In 1992 hebben we de gesprekken met de Irakese autoriteiten opnieuw
aangeknoopt en contracten uitgewerkt die van kracht zouden zijn als het
VN-embargo zou opgeheven worden.

Total hoopt dat de afspraken alsnog overeind blijven. Wat er van de
oliecontracten terecht komt is niet afhankelijk van de oorlog zelf, maar
wat er daarna gebeurt, benadrukt De Margerie. We vertrouwen op de
legaliteit van onze activiteiten in Irak. Tenzij Irak een protectoraat
(van de VS) wordt, zullen de Irakezen zelf beslissen wat ze met hun
rijkdommen doen. Toch geloven minder partijdige analisten dat de
contracten naar Britse en Amerikaanse bedrijven zullen gaan, als de oorlog
ten einde is.

Irak is niet het rijkste oliegebied ter wereld, maar de olie ligt er
relatief voor het grijpen, wat de productiekost erg laag houdt. Er zijn op
dit moment slechts 2000 bronnen aangeboord in het land - in het Texas van
de familie Bush benadert dat aantal het miljoen. Bij gemiddeld acht op tien
boringen stuiten ingenieurs in Irak op olie. In Saudi-Arabië is die kans
minder dan de helft.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift