Geld voor wederopbouw Irak raakt op

Nieuws

Geld voor wederopbouw Irak raakt op

William Fisher

15 januari 2006

De Verenigde Staten overwegen om het wederopbouwprogramma in Irak, dat in juni 2007 afloopt, niet te verlengen. Nu het gereserveerde geld bijna op is, zal de Amerikaanse president George W. Bush naar verwachting aankloppen bij bondgenoten voor financiering van de vele nog niet afgeronde projecten.

Andere landen motiveren te investeren in de wederopbouw van Irak zou hoog op de agenda staan van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, die in maart een bezoek brengt aan het Verre Oosten. Die reis zou oorspronkelijk deze week plaatsvinden, maar hij werd uitgesteld vanwege de politieke crisis in Israël, veroorzaakt door de recente hersenbloeding van premier Ariel Sharon.

Bush droeg een maand geleden de verantwoordelijkheid voor het Amerikaanse wederopbouwprogramma over aan Rice. De regering gaf daarnaast signalen af dat aan de financiering van de wederopbouw waarschijnlijk binnenkort een einde komt.

De VS hebben nooit de intentie gehad om Irak weer volledig op te bouwen, zei brigadier-generaal William McCoy, commandant van het Army Corps of Engineers onlangs tijdens een persconferentie. In een interview met de Washington Post zei hij dat de VS alleen een basis willen leggen.

McCoys beweringen lijken in tegenspraak met eerdere verklaringen van de regering. In augustus 2003 zei Bush dat hij de infrastructuur in Irak op een beter niveau wilde brengen dan voor de oorlog het geval was. Het uiteindelijke doel is om de beste infrastructuur in de regio te creëren, aldus de president.

Van de 30 miljard dollar die gereserveerd was voor wederopbouw na de invasie is nog weinig over, terwijl de olie-industrie en het elektriciteitsnetwerk nog steeds niet zijn hersteld tot het niveau van voor de oorlog. In juni 2007 loopt het huidige programma af. Zonder verlenging blijft Irak zitten met niet-afgemaakte projecten waarvan de kosten in de tientallen miljarden dollars lopen.

De overdracht van de verantwoordelijkheid voor de wederopbouw van het Pentagon naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, vorige maand, kan volgens Steven Aftergood van de Federatie van Amerikaanse Wetenschappers geïnterpreteerd worden als een erkenning van het falen van het huidige beleid in Irak.

In een rapport van de inspecteur-generaal voor Irak (IG), geven de verantwoordelijke functionarissen aan niet te kunnen zeggen hoeveel geplande projecten op tijd afgerond worden. Ook is niet duidelijk waar de honderden miljoenen dollars die jaarlijks nodig zijn om afgeronde projecten te laten functioneren, vandaan moeten komen. Het rapport vermeld vooruitgang op sommige fronten, maar ook een aantal mislukte projecten. Zo werden dure onderstations voor elektriciteit gebouwd die niet werden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk.

Veel geld dat bestemd was voor wederopbouw, ging naar andere projecten. Tenminste 2,5 miljard dollar bedoeld voor aanleg van infrastructuur en de bouw van scholen, werd besteed aan de formatie van veiligheidstroepen. Fondsen die bestemd waren voor reparatie van het elektriciteitsnetwerk en waterleidingen, werden gebruikt voor de training van eenheden explosieven-experts en een speciaal team voor bevrijding van gijzelaars. Ook ging geld uit de wederopbouwpot naar de bouw van gevangenissen, de beveiliging van Iraakse rechters en de organisatie van de verkiezingen. Daarnaast werd het wederopbouwwerk gehinderd door corruptie.

Bij projecten die wel werden afgerond, ging gemiddeld ging 25 procent van het budget op aan beveiliging. Uit een rapport dat het Amerikaanse Congres vorig jaar oktober uitbracht, blijkt dat veel projecten niet van de grond komen vanwege de onveilige situatie in Irak.

De Iraakse autoriteiten schatten dat alleen voor het herstel van de gezondheidszorg nog 10 miljard dollar nodig is. Iraakse olieraffinaderijen produceren momenteel ongeveer twee miljoen vaten olie per dag, terwijl dat voor de oorlog 2,6 miljoen vaten waren. Ook de elektriciteitscentrales draaien niet op volle capaciteit, de meeste Irakezen hebben per dag ongeveer twaalf uur stroom. De tekorten zijn grotendeels het gevolg van sabotage door opstandelingen. (JS)