Gepensioneerde generaals moeten boeten voor wangedrag ondergeschikten

Een rechtbank in Florida heeft dinsdag twee voormalige ministers van Defensie uit El Salvador verantwoordelijk gesteld voor de marteling van drie van hun landgenoten. De generaals Jose Guillermo Garcia en Carlos Eugenio Vides Casanova zijn sinds 1989 met pensioen in de zuidelijke VS-staat, hun slachtoffers vluchtten eveneens naar de Verenigde Staten om te ontkomen aan verdere vervolging. De rechter in Florida veroordeelde de twee beklaagden tot de betaling van een schadevergoeding van 54,6 miljoen dollar aan de drie slachtoffers.


Net als in het proces van Nüremberg tegen de kopstukken van de nazi’s, deed de rechter een beroep op het begrip bevelhebbende verantwoordelijkheid. Dit is een belangrijk precedent voor commandanten die weten dat hun ondergeschikten burgers martelen en doden en niets doen om dat te doen ophouden, verklaarde Joshua Sondheimer van het Center for Justice and Accountability, de mensenrechtenorganisatie uit San Francisco die de zaak aanhangig maakte.

Twee van de slachtoffers, Carlos Mauricio en Neris Gonzalez, konden hun tranen niet bedwingen toen het vonnis werd voorgelezen. Dit is een grote overwinning, zei Mauricio, daarbij naar eigen zeggen doelend op het eerherstel en niet op de financiële schadevergoeding. We zochten gerechtigheid, geen geld. Kurt Klaus, de advocaat van de verdediging, kondigde aan in beroep te gaan tegen de uitspraak omdat de beklaagden over onvoldoende middelen beschikken om het vonnis te betalen.

De twee generaals werden eerder vrijgesproken na een klacht vanwege de families van vier Amerikaanse religieuze vrouwen die in december 1980 werden verkracht door leden van de Salvadoraanse Nationale Garde, op een moment dat Garcia minister van Defensie was en Vides Casanova opperbevelhebber van het leger. Michael Posner, vice-directeur van het Lawyers Committee for Human Rights, ziet in het oordeel van dinsdag een vorm van poëtische gerechtigheid, omdat de twee nu toch veroordeeld werden na een klacht wegens misdaden tegen landgenoten.

Voor mensenrechtenorganisaties staat vast dat de beruchte doodseskaders die in El Salvador op het einde van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig tot 800 moorden per maand pleegden, werden gecoördineerd door de legertop. Opeenvolgende Salvadoraanse regeringen en ook voormalig VS-president Ronald Reagan hebben dat altijd tegengesproken. Die stelling werd op het proces nog een herhaald door voormalig VS-ambassadeur Edwin Corr, die vooral Vides Casanova prees als de persoon met de grootste verdienste in de verbetering van de mensenrechtensituatie in El Salvador, afgezien van toenmalig president Jose Napoleon Duarte. Vides volgde Garcia op als defensieminister van 1983 tot 1986.

De drie beklaagden werden ontvoerd en gemarteld tussen 1979 en 1983. Mauricio was professor aan de universiteit van El Salvador toen hij in juni 1983 twee weken werd gemarteld op het hoofdkwartier van de Nationale Garde. Gonzalez was catechiste in San Vincente toen ze in 1979 werd opgepakt en gemarteld op een legerpost. Hoewel acht maanden zwanger kreeg ze elektroshocks, werd ze verminkt met brandende sigaretten, ondergedompeld in ijskoud water en herhaaldelijk verkracht. Ze werd verplicht andere foltersessies bij te wonen en was getuige van de moord op een jongen. Haar kind werd geboren met verschillende verwondingen en stierf twee maanden later.

De derde beklaagde, Juan Romagoza Arce, was dokter toen hij in 1980 22 dagen werd gemarteld op het hoofdkwartier van de Nationale Garde. Hij kreeg elektroshocks, werd opgehangen aan zijn vingers en kreeg een schot in de linkerhand waardoor hij geen operaties meer kon uitvoeren. Romagoza Arce getuigde voor negentig procent zeker te zijn dat Vides Casanova bij zijn foltering aanwezig was, omdat hij diens stem zou hebben herkend.

De drie vluchtten in de jaren 80 naar de Verenigde Staten. Mauricio hield aan zijn mishandeling een blijvende handicap over, Gonzalez leidt aan posttraumatische stress en coördineert het milieuproject Ecovida in een arme Spaanstalige wijk in Chicago. Ramagoza heeft de dagelijkse leiding in de Clinica del Pueblo, een instelling die onderwijs en gezondheidszorg biedt in een arme wijk van Centraal-Amerikaanse immigranten in Washington.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift