Gevolgen koffiecrisis in kaart gebracht

Nieuws

Gevolgen koffiecrisis in kaart gebracht

Gustavo González

12 april 2002

De koffiesector in Latijns-Amerika en de Cariben
zit in z'n grootste crisis ooit. Uit twee nieuwe studies blijkt dat de
gevolgen voor werkgelegenheid, lonen en lokale economie dramatisch zijn.
Colombia, Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras en Nicaragua zijn het
ergst getroffen. In Centraal-Amerika en Colombia samen zijn tengevolge van
de crisis vorig jaar zeker 440.000 banen gesneuveld, alleen al in de
koffiesector. Anderhalf miljoen mensen kwamen door de koffiecrisis in de
armoede terecht.

Oorzaak is natuurlijk de instorting van de internationale koffieprijs. De
referentieprijs op de beurs van New York ging vorig jaar nooit over de 50
cent per pond, de laagste prijs in 50 jaar. De productie oversteeg de
wereldwijde consumptie van koffie, die slechts met één procent steeg, aldus
de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (ECLAC), een
agentschap van de Verenigde Naties in Chili. Er was bijgevolg een overaanbod
van 10 miljoen zakken van 60 kilo. De koffiereserves in de invoerende landen
stegen tot 25,5 miljoen zakken, drie keer het aantal dat verenigbaar is met
een behoorlijke prijs.

ECLAC maakte twee studies over de impact van de crisis. Eén over heel
Centraal-Amerika en één die specifiek de situatie in Colombia bekijkt. De
Centraal-Amerikaanse landen verloren in 2001 713 miljoen dollar aan
koffie-inkomsten, of 1,2 procent van hun bruto binnenlands product (bbp).
Voor een land als El Salvador telt de koffieproductie voor 2,5 procent van
het bbp, voor Nicaragua is dat zelfs 7,2 procent en voor Honduras 8,2. De
gevolgen voor de economie zijn dus groot, ook voor aanverwante sectoren als
de handel en het transport. Dat vertaalt zich ook in lagere inkomsten voor
de staat, en soms besparingen in de openbare uitgaven, aldus het rapport.

300.000 koffieproducenten probeerden het hoofd boven water te houden door
onder meer te snoeien in de lonen. Buiten Colombia sneuvelden 170.000 jobs
inde koffiesector en ongeveer 160 miljoen euro aan lonen werd nooit
uitbetaald. Zeker 1,6 miljoen mensen zijn hier zwaar door getroffen en
leven in armoede, aldus de auteurs van het rapport.

In Colombia zijn meer dan een half miljoen families afhankelijk van
koffieproductie. Colombia was tot voor kort het tweedegrootste producerende
land, na Brazilië. Maar die plaats is nu overgenomen door Vietnam.
Koffieproductie vertegenwoordigt 2 procent van het bbp en 22 procent van het
landbouw-bbp. De meeste koffieboerderijen zijn kleinschalig. De
koffiecrisis is verantwoordelijk voor het verdwijnen van 257.000 jobs in
2001 in Colombia waarvan 181.000 in de koffiesector, zegt economist Luz
Amparo Fonseca, auteur van het rapport. Eén van de grootste problemen is dat
de productiekosten in Colombia vrij hoog blijven. Opdat Colombiaanse koffie
leefbaar is, moet de prijs rond de 90 cent liggen. De wereldmarkt erkent de
hoge kwaliteit van de koffie, waardoor de prijs van de Colombiaanse boon
iets hoger ligt dan voor koffie uit Brazilië en Centraal-Amerika, maar dat
blijft onvoldoende.

De Vereniging van Koffieproducerende Landen (ACPC), opgericht in ‘93, er
onlangs het bijltje bij neerlegde. Dat gebeurde na een mislukte poging om de
prijzen op te krikken. De ACPC vroeg zijn 15 leden -waaronder Brazilië en
Colombia- om 20 procent van hun productie in te houden. De poging mislukte
omdat de armere koffieproducerende landen hun productie bleven opdrijven.