Herman Van Rompuy: ‘De EU moet af van het ambulancebeleid’

De Voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, gaf donderdagochtend 14 oktober de inleiding op de jaarlijkse State of Europe conferentie. Hij wil af van het negatieve en defensieve beleid dat de EU sinds de financiële crisis van 2008 voert. Tijd voor positieve verhalen, vindt de voorzitter. Het eminente publiek was wel akkoord, maar niet enthousiast.
Herman Van Rompuy sprak voor een volle Egmontzaal, waar ministers uit diverse Europese regeringen, Europarlementairen en -commisarissen, captains of industry, directeuren van allerlei middenveldorganisaties en andere centrale beslissers uit de Europese Unie verzamelen geblazen hadden, op uitnodiging van de denktank Friends of Europe en het Belgisch voorzitterschap.
Van Rompuy is geen spreker die de ochtend vult met bevlogen oneliners of ego-statements. Hij weigerde zelfs gedecideerd en licht geïrriteerd in te gaan op de vraag van moderator Charles Hodson van CNN Europe om zijn persoonlijke dromen voor een beter functionerende Europese Unie te verwoorden. ‘Ik heb de opdracht om de 27 lidstaten beter te laten samenwerken, niet om mezelf centraal te plaatsen’, antwoordde hij.
Toch opende Van Rompuy met een duidelijke stelling: de toekomst van de euro valt samen met de toekomst van de Europese Unie, beide hebben een gemeenschappelijke bestemming. Met een Unie van 27 leden, waarvan slechts 16 tot de eurozone behoren (en volgens een aantal deelnemers zijn er dat zelfs meer dan eigenlijk verantwoord is, gezien de enorme verschillen tussen de nationale economieën), is dat een uitdagende uitspraak, enkele maanden nadat de hele euroconstructie dreigde te bezwijken onder de financiële problemen in Griekenland, Spanje en Ierland.
Van Rompuy hield zij  stelling vol, ook al werd er door ex-Europees Commissaris voor Concurrentiebeleid Mario Monti op gewezen dat een aantal landen buiten de eurozone beter reageren op de crisis en betere economische groeicijfers kunnen voorleggen dan de eurozone-landen. ‘Men kan toch niet anders dan onder de indruk zijn van hte feit dat de groeiverwachtingen van de euro-economie vandaag op 1,8 procent geschat worden, dat is het dubbele van enkele maanden geleden’, aldus Van Rompuy.
Nu de sfeer rond de euro en de Europese economie omgeslagen is, wordt het volgens Van Rompuy ook tijd dat de EU haar defensieve beleid, dat noodzakelijk was sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 en dat hij omschreef als een ‘bedrukte ambulancepolitiek’, te vervangen door een positief verhaal. Om een meer positieve uitstraling te geven aan de Unie en aan de economie, wil Van Rompuy meer investeringen in onder andere onderzoek en het verdiepen van de eengemaakte markt. Of hij ook denkt dat er aanzienlijke investeringen in sociale verdieping en versterking moeten komen, daarover was in zijn hele toespraak geen woord te horen.
‘Als de politiek de noodzakelijke keuzes niet maakt, dan maken de financiële markten die wel voor ons en zullen zij ons de richting tonen’
De Voorzitter presenteert volgende week het rapport van een werkgroep over economische hervormingen en economisch bestuur aan de Europese Raad. Dat klinkt onschuldiger dan het is, aangezien economisch beleid helemal niet tot de gemeenschapsbevoegdheden van de Unie behoort. Dit rapport zou dan ook wel eens het belangrijkste document uit zijn 2,5 jaar durende voorzittersschap kunnen worden.
Van Rompuy pleitte op de State of Europe conferentie alvast voor het gezamenlijk vastleggen van de richting waarin het Europese economische beleid moet gaan en lijkt ook te zullen pleiten voor effectieve bevoegdheden en instrumenten op het niveau van de Unie om de gemaakte afspraken af te dwingen. Daarmee anticipeert hij op de kritiek dat het Stabiliteitspact alleen maar werkte zolang het op kleinere lidstaten toegepast werd, maar meteen aan de kant geschoven werd door de grote lidstaten toen zij de budgettaire normen overschreden.
De lidstaten moeten in de visie van Van Rompuy wel de verantwoordelijkheid nemen voor de manier ze de gezamenlijk vastgelegde doelstellingen op het vlak van overheidsschuld of fiscale tekorten willen waarmaken. In heel zijn toespraak en in de discussie die er op volgde, viel op dat Van Rompuy vooral veel lof had voor regeringsleiders die “de noodzakelijke economische hervormingen” doorvoeren, ook al gaat dat tegen de wil van het elektoraat in. Hij verwees daarbij zowel naar de Griekse besparingsmaatregelen als naar de Duitse bijdrage aan het solidariteitsfonds voor Griekenland. Uiteindelijk, stelt Van Rompuy, hangt het vooral af van de sterke politieke wil van de leiders -of van het gebrek daaraan.
Herman Van Rompuy is er overigens van overtuigd dat er in Europese regeringskringen -ook in de grogte lidstaten- vandaag een veel groter bewustzijn leeft dan enkele jaren geleden van de noodzaak om ook economisch aan een gezamenlijk project te werken. ‘En als de politiek de noodzakelijke keuzes niet maakt, dan maken de financiële markten die wel voor ons en zullen zij ons de richting tonen’, besloot hij.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur