HRW vraagt gerechtelijke vervolging leiders Hamas, Jihad en PFLP

Zelfmoordaanslagen tegen burgerdoelwitten
zijn misdaden tegen de menselijkheid en de leiders van de organisaties die
deze aanslagen controleren moeten strafrechtelijk worden vervolgd. Dat
stelt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) vandaag
(vrijdag) in een rapport. HRW vond geen bewijzen voor de beschuldigingen
van Israël dat de aanslagen worden bevolen door de Palestijnse autoriteit
van Yasser Arafat.


De leiders van de islamistische groeperingen Hamas en Jihad, sjeik Ahmad
Yassin en Ramadan Shalah, hebben blijkbaar de controle over de
zelfmoordaanslagen. Hetzelfde geldt voor de leiding van het Volksfront voor
de Bevrijding van Palestina. Daarom moet de verantwoordelijkheid van deze
organisaties strafrechtelijk worden onderzocht, zo vindt HRW. Het criminele
gedrag van de leiding bestaat erin dat ze de aanslagen openlijk steunen en
toegeven dat het in hun macht ligt de terreurdaden te doen stoppen.

Mensen die zelfmoordaanslagen uitvoeren zijn oorlogsmisdadigers, geen
martelaars. Hetzelfde geldt voor de mensen die de aanslagen coördineren,
verklaarde HRW-directeur Kenneth Roth. De omvang en de systematiek van
deze aanslagen onderscheiden ze van andere misbruiken in oorlogstijd en
maken ze tot misdaden tegen de menselijkheid.

HRW kon naar eigen zeggen geen bewijzen vinden voor de door de Israëlische
premier Ariël Sharon verdedigde stelling dat de Palestijnse Autoriteit van
president Yasser Arafat zelf de opdracht geeft tot aanslagen. Ook kon niet
worden hardgemaakt dat de al-Asqa-brigades, een vierde organisatie die
zelfmoordaanslagen heeft uitgevoerd, rechtstreeks bevelen krijgt prominente
figuren uit de Autoriteit of van Fatah, de politieke partij van Arafat. Er
bestaan nochtans organisatorische banden tussen Fatah en de brigades.

Hoewel Arafat daarmee ontslagen wordt van bevelvoerende
verantwoordelijkheid, blijven hij en de Palestijnse regering minstens
politiek en moreel verantwoordelijk omdat ze niet hard genoeg optreden
tegen de terroristen in eigen rangen, aldus HRW. Het rapport geeft toe dat
die taak momenteel wordt bemoeilijkt door het feit dat Israël de
infrastructuur van de Palestijnse politie en veiligheidstroepen heeft
vernietigd. Maar ook werden de opdrachtgevers van de aanslagen met rust
gelaten. Arafat zou ook te weinig
hebben gedaan om het beeld van zelfmoordterroristen als martelaars te
bestrijden. In sommige gevallen heeft de Palestijnse Autoriteit zelfs
schadevergoedingen uitbetaald aan de families van de daders.

De argumenten die Jihad, Hamas en het PFLP aanhalen om de terreur te
rechtvaardigen, houden geen steek, aldus HRW. Sommige leiders zien de
aanslagen als een vergelding voor Israëlische aanvallen op Palestijnse
burgers en als enige manier om de militaire ongelijkheid tussen de twee
kampen te compenseren. Anderen argumenteren dat alle Israëlische burgers
militaire reservisten zijn of dat de inwoners van illegale nederzettingen
op Palestijns grondgebied geen echte burgers zijn. Het internationaal
humanitair recht bepaalt evenwel dat reservisten enkel mogen worden
aangevallen wanneer ze effectief in dienst zijn en dat joodse kolonisten
burgers blijven zolang ze niet bij gevechten betrokken zijn.

Sinds januari 2001 zijn bij 52 Palestijnse bomaanslagen 250 burgers om het
leven gekomen en 2000 mensen gewond geraakt. De tactiek heeft een bijzonder
nadelige impact op de sympathie voor de Palestijnen in de Verenigde Staten.
De regering-Sharon gebruikt de terreur als aanleiding om militaire acties
in de Palestijnse bezette gebieden te verantwoorden als onderdeel van de
strijd tegen het terrorisme.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift