India in tweestrijd over aanval op Irak

Nu een ‘anti-terroristische’ oorlog tegen Irak dichtbij komt, moet ook India kleur bekennen. Wat doet de grootste democratie ter wereld? Dient India een ‘preventieve aanval’ op Irak te steunen als een onderdeel van de ‘globale oorlog tegen terrorisme’, het actieplan van George Bush dat India vorig jaar enthousiast en onvoorwaardelijk verwelkomde? Of moet het land afstand bewaren van de militaire en diplomatieke zetten tegen Irak en een onafhankelijk koers blijven varen? Voor beide opties zijn argumenten voorhanden.


Enerzijds onderhoudt New Delhi goede betrekkingen met Bagdad. India is traditioneel een van de grootste afnemers van Irakese olie. Irak steunt ook als een van de weinige landen ter wereld het Indische standpunt met betrekking tot Kashmir. Anderzijds wil India maar al te graag een ‘strategisch partnerschap’ met de VS opbouwen: Amerikaanse steun lijkt noodzakelijk om de Indische belangen in Zuid-Azië te verdedigen en rivaal Pakistan te isoleren.

De huidige Amerikaanse en Indische regeringen - beide conservatief van signatuur - blijken trouwens de beste maatjes: sinds het aantreden van Bush zijn beide landen het roerend eens over de meest controversiële vraagstukken. New Delhi steunde eerdere unilaterale beslissingen van Bush volmondig, vooral wat betreft zijn verzet tegen de controle op massavernietigingswapens.

De Indische regering verwelkomde in 2001 verder als eerste de aankondiging van het Amerikaanse ‘Star Wars’-project, het peperdure ‘rakettenschild’ dat de VS onkwetsbaar moet maken. Vroegere, meer links georiënteerde Indische regeringen hadden een kwart eeuw lang tegen zo’n project geprotesteerd. India en de VS verzetten zich ook samen tegen het verdrag dat landmijnen verbiedt, tegen het Comprehensive Test Ban Treaty en tegen het Internationaal Strafhof.

De recente verschuiving van de Indische buitenlandse politiek van niet-gebondenheid naar een pro-Amerikaanse houding kan door een viertal factoren verklaard worden: de politieke desoriëntatie na de val van de Sovjet-Unie, de verrechtsing van de Indische maatschappij en politiek met de opkomst van de pro-Hindu-partij Bharatiya Janata Party (BJP), de ‘normaliseringsdrang’ van India na de internationale stigmatisering die op zijn nucleaire tests van mei 1998 volgde, en de heel bijzondere pro-Amerikaanse oriëntering van de BJP. Die houding van de regerende partij wordt nog versterkt door haar kritiekloze steun aan de economische liberalisering in binnen- in buitenland.

Met het nieuwe ‘strategische partnerschap’ tussen twee ‘natuurlijke bondgenoten’ en ‘grote democratieën’ hopen de Indische leiders ook op concrete politieke winst: de isolatie van aartsvijand Pakistan. Na de nucleaire tests van 1998 werd ook Pakistan als een internationale paria behandeld, en zat het land economisch helemaal aan de grond. Maar na 11 september koos president Pervez Musharraf eieren voor zijn geld: hij liet de Taliban vallen en toonde zich een onmisbare bondgenoot voor de VS.

New Delhi zag het met lede ogen aan, en hamerde op een ‘democratische alliantie’ tegen het terrorisme. Daarbij stelde het zichzelf voor als het grootste slachtoffer van het (Pakistaanse) terrorisme, en zocht het Amerikaanse steun tegen Pakistan inzake Kashmir. De VS steunden India verbaal, maar trachtte toch vooral de lont uit het nucleaire kruitvat te trekken. Er heerst dus ook enige wrevel in New Delhi; onder meer over de Amerikaanse blokkering van een belangrijke Israëlische wapenlevering aan India.

De kwestie-Irak leidt ondertussen tot een scherpe polarisering in de Indische politieke klasse. Premier Atal Bihari Vajpayee staat onder druk van rechtse lobbies, die de ‘stagnering’ van de Indo-Amerikaanse betrekkingen willen doorbreken door enthousiaste steun aan de nieuwe Amerikaanse strategische doctrine van de ‘preventieve aanval’. Zij pleiten voor ‘machtsrealisme’ en dus een pro-Amerikaanse koers, en eisen actieve deelname aan de acties tegen Irak, zelfs als het niet helemaal zeker is dat Saddam Hussein massavernietigingswapens heeft of kan produceren. Aan de andere kant staan de advocaten van Indias ‘traditionele’ houding in internationale betrekkingen, met de nadruk op multilateralisme en het primaat van de Veiligheidsraad van de VN. Zij verzetten zich tegen geweld als ‘normale’ methode voor conflictoplossing. Voor hen moet New Delhi zich distantiëren van een oorlog tegen Irak, of zich toch tenminste voor ‘engagement’ behoeden.

Wat de Indische regering uiteindelijk zal beslissen, blijft onduidelijk. Voorlopig zal het ‘multilaterale’ standpunt het wellicht halen, voor diplomatiek gebruik op internationale fora. Maar als de regering-Bush overgaat van retoriek op daden, en Saddam Hussein daadwerkelijk aanvalt, wordt de kwestie bijzonder acuut. Het is maar de vraag of India zijn ‘strategische belangen’ dan opzij kan schuiven, en de Amerikaanse druk weet te weerstaan.



Xml=2

Ref: ap ip



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift