India wil Braziliaanse toer op met biobrandstoffen

Als het van de Indiase zakenwereld afhangt, moet India net als Brazilië massaal investeren in bio-ethanol uit suikerriet om de energiefactuur te drukken. Dat biobrandstoffen zorgen voor hogere voedselprijzen is een mythe, er komt net meer geld vrij om te investeren in plattelandsontwikkeling, zo klonk het op het derde India-Brasil-South Africa Business Forum, in de aanloop naar de politieke IBSA-top.
“Het is niet zo dat investeren in biobrandstoffen voor hogere voedselprijzen zal zorgen”, verklaarde Abhay Chaudhari, executive vice president van Praj Industries Ltd. “De productie van bio-ethanol is het voorbije halfjaar niet gedaald, maar de voedselprijzen wel. Dat bewijst dat de twee niets met elkaar te maken hebben.

Chaudhari merkte op dat slechts drie procent van de wereldgraanproductie naar de productie van ethanol gaat en dat een kleine verandering in dat percentage de prijs niet kan beïnvloeden. De recente prijsstijgingen hadden volgens hem meer te maken met beperkingen op de export.

Een land als India moet diep in de deviezenbuidel tasten om olie en petroleumproducten te importeren uit het buitenland. Dat geld zou ook kunnen worden gebruikt voor plattelandsontwikkeling, aldus Chaudhari. Brazilië, dat begon met de productie van bio-ethanol na de oliecrisis van de jaren zeventig, is er intussen in geslaagd de helft van de petroleumproducten te vervangen.

Waarom krijgen biobrandstoffen dan zo’n slechte pers ? Volgens Eduardo Leeao de Sousa, directeur van de Braziliaanse Unie van de Suikerindustrie, komt dat omdat er machtige belangen mee gemoeid zijn. De markt voor fossiele brandstoffen wordt gedomineerd door de rijke landen en hun bedrijven, aldus de Sousa. “Machtige multinationals willen voorkomen dat er een globale markt komt voor biobrandstoffen als voor fossiele brandstoffen. Dat zou de productie en het gebruik ervan op een hoger niveau tillen.”

Brazilië is erin geslaagd de helft minder afhankelijk te worden van petroleum door slechts één procent van de landbouwgrond op te offeren aan suikerriet. De voedselproductie is sinds de jaren zeventig gewoon gestegen en in de voorbije tien jaar zelf verdubbeld, aldus De Sousa.

Grond genoeg



Syamal Gupta, de grote baas van Tata International, ziet wat in het Braziliaanse voorbeeld. Hij kondigde aan dat een team van de Confederatie van Indiase Industrieën (CII) de ethanolsector in Brazilië gaat bestuderen. Volgens hem is er ook in India genoeg landbouwgrond over om biobrandstoffen te gaan maken.

De Sousa somde nog enkele andere voordelen van het Braziliaanse model op. Alleen in Sao Paolo zou er door het gebruik van bio-ethanol elk jaar 25 miljoen ton uitstoot van koolstofdioxide worden vermeden. Bovendien kan de bagasse, wat overblijft van het riet nadat het sap eruit is gehaald, worden gebruikt om elektriciteit te maken. Nu al draaien alle suikermolens in Brazilië op deze groene stroom. Tegen 2015 moet zelfs 15 procent van de Braziliaanse elektriciteit uit de suikermolens komen.

De Braziliaans Handelsminister Miguel Jorge pleitte voor een verdieping van de industriële samenwerking tussen de drie landen, waarbij elk zijn comparatieve voordelen gebruikt om de handel te stimuleren. India nam tot nu toe slechts enkele schuchtere pasjes, onder meer door een ethanolgehalte van 2 procent verplicht te maken voor commerciële brandstof. Dat zou binnen afzienbare tijd 10 procent moeten worden. In Zuid-Afrika is slechts 2 procent verplicht.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift