Iraanse minister van Buitenlandse Zaken eist recht op nucleaire energie op

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Manoucher Mottaki, is in Brussel. Tijdens een ontmoeting op woensdagochtend antwoordde hij op heel wat vragen over Irans nucleaire programma. De vragen over mensenrechten werden grotendeels genegeerd.

  • by Presidencia de la Rep Manoucher Mottaki by Presidencia de la Rep

De ontmoeting, georganiseerd door het European Policy Center, bracht veel volk op de been. Iran staat dan ook centraal in een heleboel intyernationale spanningsvelden, en als de minister van Buitenlandse Zaken tekst en uitleg wil verschaffen, zijn alle internationale media en diplomaten geïnteresseerd.

Mottaki begon zijn speech met een korte hulde aan de slachtoffers van de Israëlische raid op de Freedom Flotilla, die hij ‘martelaren’ van een humanitaire actie noemde. Tijdens de uitgebreide vragenronde ging hij dieper in op de relatie met Israël en de herhaalde conflicten over de holocaust. Daarbij nam hij opvallend genoeg de verdediging op zich van negationistische historici in Europa, die volgens hem het recht op vrije meningsuiting ontzegd worden. Als oplossing voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen stelde hij voor om een referendum te organiseren waaraan alle oorspronkelijke inwoners -joden, moslims en christenen- zouden deelnemen. ‘Iran zal de uitkomst van een dergelijke democratische oefening zeker respecteren’.

De meeste aandacht tijdens de twee uur durende ontmoeting ging naar het atoomprogramma van Iran. Manoucher Mottaki verwees naar de internationale conferentie die Iran vorige maand organiseerde onder de heldere titel: Nuclear energy for all, nuclear weapons for none. Hij verwees ook expliciet naar de mededeling die Opperste Leider ayatollah Khamenei aan die conferentie bezorgde en waarin hij atoomwapens haram noemde: op religieuze gronden onaanvaardbaar dus. Mottaki vermelde daar niet bij dat Khamenei het daarbij had over het gebruik van atoomwapens, niet het produceren of bezitten ervan. Op onze vraag of dat ook haram is, antwoordde Mottaki alleen: ‘But my dear friend’, waarna hij de kamer verliet.

Het centrale punt waar de minister voortdurend op terugkwam, was het recht van Iran onder de bepalingen van het Non Proliferatie Verdrag (NPT) op nucleaire energie voor civiel gebruik. Daarom hechtte hij ook zoveel belang aan de deal die onlangs gesloten werd tussen de Iraanse president Ahmedinejad, zijn Braziliaanse collega Lula en de Turkse premier Erdogan. Via het mechanisme dat afgesproken werd, zou Iran 1200 kg laagverrijkt (3,5 procent) nucleair materiaal depositeren in Turkije in afwachting van de beloofde levering van hoogverrijkt (20 procent) materiaal door de Groep van Wenen. ‘De bemiddeling van Turkije en Brazilië kwam er op vraag van de Amerikaanse president’, zei Mottaki. ‘Het is nu kwestie om de bereikte doorbraak ook uit te voeren. Maar we zien dat de VS en de Europese landen die kans op dialoog afwijzen en kiezen voor de confrontatiestrategie door een nieuwe sanctieresolutie in de VN Veiligheidsraad na te streven.’

In verband met de geplande internationale conferentie voor een Atoomwapenvrij Midden-Oosten, hamerde Mottaki heel sterk op het belang van een voorafgaand engagement van alle deelnemende of betrokken landen. ‘Als niet iedereen zich voorafgaan aan het Non Proliferatie Verdrag bindt, wordt het een nutteloze oefening’, waarmee hij ondubbelzinnig naar Israel verwees dat wel atoomwapens heeft, maar het NPT niet ondertekende.

Mottaki zei ook dat de westerse aanpak van het conflict in Afghanistan mislukt is. En dat de wanhoopspogingen om nu te gaan onderhandelen met ‘extremisten zoials de taliban’ geen soelaas zou brengen. De enige uitweg, volgens Mottaki, is een regionale aanpak, waarbij alle buurlanden betrokken worden bij het zoeken naar een oplossing. ‘Dat zo’n aanpak werkt, hebben we bewezen in Libanon, waar het de landen van de regio geweest zijn die de onderhandelingen in Qatar op spoor gehouden hebben, zodat er eindelijk een regering gevormd kon worden in Beiroet.’

De mensenrechten, ten slotte. Zowel Human Rights Watch als Amnesty International vroegen of zij opnieuw zouden toegelaten worden om te werken in Iran. Tweemaal gaf Mottaki geen antwoord, behalve dat hij HRW verweet om op een eenzijdige manier naar Iran te kijken, zonder respect voor de grondwet en de wetten van het land. De repressie tegen de “groene revolutie” van vorig jaar deed Mottaki af als een kwestie van ordehandhaving: ‘Het is perfect aanvaardbaar dat mensen brieven schrijven naar de regering en andere vormen vinden om hun mening kenbaar te maken, maar wij kunnen het geweld dat gebruikt werd [door de demonstranten] en waarbij doden vielen, niet accepteren. Geen enkele staat zou dat toelaten.’ Mottaki zei wel de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, mevrouw Pilay, uitgenodigd was voor een bezoek aan Teheran.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur