Irakezen denken dat ze Amerikanen nooit meer kwijt raken

Nieuws

Irakezen denken dat ze Amerikanen nooit meer kwijt raken

Jim Lobe

31 januari 2006

Acht op tien Irakezen geloven dat ze voorgoed met de aanwezigheid van Amerikaanse troepen zullen moeten leven. De meerderheid van de Iraakse bevolking vindt dat het met hun land de goede kant opgaat, maar dat geldt niet voor de soennieten. Dat zijn de belangrijkste conclusies van een Amerikaanse opiniepeiling die vandaag (31 januari) gepubliceerd wordt.

Onderzoekers van het Programme on International Policy Attitudes (PIPA) van de Universiteit van Maryland ondervroegen begin januari een representatief staal van 1.150 Irakezen.

De zowat 140.000 Amerikaanse soldaten in Irak zijn niet graag gezien en de meeste bevraagde Irakezen geloven dat hun vertrek het land goed zou doen. Toch vindt maar iets meer dan een derde van de respondenten dat de Amerikanen en hun bondgenoten binnen de zes maanden moeten vertrekken. Vooral de soennieten, die 22 procent van de bevolking uitmaken en de hoofdrol spelen in het verzet tegen de bezettingsmacht, zien de buitenlandse troepen graag snel vertrekken.

Nog eens zowat 35 procent van de respondenten is voor een “geleidelijke” terugtrekking van de buitenlandse troepen de komende twee jaar. Dat zijn vooral sjiieten, die meer dan de helft van de bevolking uitmaken. Onder de Koerden, met 18 procent de derde bevolkingsgroep in het land, is meer dan de helft voorstander van een blijvende aanwezigheid van VS-troepen in Irak “tot de situatie verbetert”. Nogal wat Koerden gaan ervan uit dat de aanwezigheid Amerikanen een garantie vormt voor hun zelfbeschikking.

Maar de Irakezen die voor de terugtrekking zijn, maken zich geen illusies. De Amerikaanse president George W. Bush heeft al herhaaldelijk beloofd dat hij zijn soldaten “geen dag langer dan nodig” in Irak wil houden, maar 80 procent van de bevraagde Irakezen gelooft dat de VS van plan zijn permanente militaire basissen op te richten in Irak. Koerdische leiders hebben de VS al te verstaan gegeven dat het Amerikaanse leger in hun deel van het land welkom is.

Los van de vraag wanneer de bezettingsmacht moet opkrassen, zijn de meeste Irakezen het erover eens dat het vertrek een goede zaak zou zijn. Zes op tien van de respondenten geloven dat het geweld tussen de Iraakse bevolkingsgroepen zou verminderen, tweederde denkt dat gewone burgers veiliger zouden zijn en nog meer bevraagden zien ook het risico op een burgeroorlog verminderen.

De buitenlandse soldaten in Irak kunnen overigens maar beter hun helmen op houden. Van de soennitische respondenten staat 88 procent achter aanvallen op de Amerikaanse troepen en hun bondgenoten. Bij de sjiieten keurt ook nog 41 procent geweld tegen de bezetters goed; onder de Koerden slinkt dat aandeel tot 16 procent. Bijna alle ondervraagden zeggen wel dat ze “terrorisme” afzweren.

De soennieten, de bevolkingsgroep die onder Saddam Hoessein de meeste kansen kreeg maar nu de wet van de meerderheid moet ondergaan, voelen zich veel slechter in hun vel in het nieuwe Irak dan de sjiieten en de Koerden. Tweederde van alle Irakezen vindt dat de verkiezingen van december “vrij en eerlijk” zijn verlopen en dat het nieuwe parlement “de legitieme vertegenwoordiger” wordt van de Iraakse bevolking. Maar negen van de tien soennieten is het niet eens met die stellingen.

De Iraakse soennieten zien de toekomst ook veel somberder in dan de andere bevolkingsgroepen. Bijna tweederde van alle bevraagden vindt dat Irak op de goede weg is, maar 93 procent van de soennieten zegt dat het de verkeerde kant opgaat. (PD)