Iran en Syrië onmiddellijk na 9/11 al doelwit van het Pentagon

Amper drie weken na de aanslagen van 9/11 wilde de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld niet enkel het regime van Saddam Hoessein in Irak, maar ook de regimes in Iran en Syrië omverwerpen. Dat blijkt uit een boek van Douglas Feith, een notoire ‘havik’ en indertijd onderminister van Defensie.
Feith citeert in zijn boek, “War and Decision” uit een document dat Rumsfeld naar president George Bush stuurde op 30 september 2001, enkele weken na de aanslagen van 9/11. Daarin vraagt hij de president om niet alleen al-Qaida aan te vallen, maar ook “nieuwe regimes” te installeren in een aantal staten door de “lokale bevolking te helpen zich te bevrijden van terroristen en van regimes die terrorisme steunen.”
Feith heeft in zijn boek de namen van de staten weggelaten, met uitzondering van Afghanistan, naar eigen zeggen om veiligheidsredenen. Maar generaal Wesley Clark heeft het in zijn boek “Winning Modern Wars” uit 2003 over een lijst van staten die binnen het Pentagon circuleerde en waar onder meer Irak, Iran, Syrië, Soedan, Somalië en Libanon op stonden. Op de vraag of de landen die Clark noemde ook daadwerkelijk op het lijstje van Rumsfeld stonden, antwoordde Feith: “allemaal”. Feith zegt in zijn boek ook dat Rumsfeld het als een belangrijk doel voor het Amerikaanse beleid zag om Syrië uit Libanon weg te krijgen.
Het document van Rumsfeld werd naar het Witte Huis gestuurd, amper twee weken nadat president Bush de militaire operatie in Afghanistan had goedgekeurd. Toch vroeg Rumsfeld om minder aandacht te besteden aan de terroristen in Afghanistan, maar in de eerste plaats de landen aan te pakken die steun verleenden aan anti-Israëlische organisaties zoals Hezbollah en Hamas.
Het plan van Rumsfeld was volgens Feith de weerslag van een consensus binnen het Pentagon, inclusief het militaire opperbevel. De toenmalige stafchef generaal Richard Myers hielp zelfs bij het schrijven van de eerste versie.

Richtlijnen


Enkele dagen nadat het document naar het Witte Huis gestuurd was, stelde het Pentagon een tweede document op dat gericht was aan alle militaire bevelhebbers. Het bevatte de instructies voor de ontwikkeling van een “campagneplan tegen het terrorisme”. De richtlijnen benadrukten dat de vijand uit een “netwerk” bestond, dat onder meer staten bevatte die het terrorisme steunden en dat het Pentagon die staten moest “overtuigen of verplichten” om af te zien van hun banden met het terrorisme.
Het document maakt duidelijk dat het Pentagon verder wou gaan dan enkel de banden met het terrorisme door te knippen. Zo stelde het document onder meer dat het de staten zou verzwakken en hun militaire capaciteiten zou “onderbreken, beschadigen of vernietigen”. Het was bovendien een “strategische doelstelling” om verdere aanvallen tegen de VS of Amerikaanse belangen te voorkomen. Daarmee werd het principe van een “preventieve aanval” uitgebreid naar ongeveer elk land dat niet in de pas liep, en sloeg het niet langer enkel op massavernietigingswapens.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift