Israël trekt steeds meer Afrikaanse asielzoekers

De jonge man die Hamed genoemd wil worden heeft een lange weg afgelegd om niets te doen. De Ivoriaan wil graag werken, maar nadat hij een maand geleden Israël wist binnen te komen via Egypte, heeft hij niets beters te doen dan elke dag in een park in Tel Aviv zitten en wachten tot de overheid een besluit neemt over zijn vluchtelingenstatus.
Hamed (22) is een van de ongeveer 7.000 Afrikaanse vluchtelingen die sinds 2005 de Joodse staat binnenkwamen. Steven Wolfson van het VN-Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Tel Aviv, zegt dat in de afgelopen drie maanden ongeveer 2.200 Afrikanen arriveerden, waardoor een “crisissituatie” ontstaat.
Hamed zegt dat hij uit Ivoorkust is gevlucht omdat zijn vader vermoord werd. Hij was bang dat de moordenaars hem ook zouden opsporen. Zijn familie gaf ongeveer 1.900 euro uit om hem naar Egypte te krijgen. Er werd eind februari nog eens 500 euro betaald aan een bedoeïen die hem naar de Israëlische Negevwoestijn smokkelde. Na een reis van drie dagen met een jeep, en te voet door de Sinaï-woestijn, hoorde hij geweervuur bij de grens. “Ik dacht: misschien is dat een Egyptenaar. Zullen ze me vermoorden?”

Schietgrage grenswachten


Zijn angst was niet ongegrond. Sinds het begin van het jaar doodden Egyptische grenswachten tien Afrikaanse asielzoekers die probeerden Israël binnen te komen, inclusief twee Ivorianen.
Amnesty International heeft aan Caïro gevraagd de moorden te onderzoeken. De mensenrechtenorganisatie beweert dat de Israëlische regering druk heeft uitgeoefend op Egypte om het aantal Afrikaanse vluchtelingen dat illegaal Israël binnenkomt, te verminderen. Ilan Lonai, directeur Activisme en Campagnes van Amnesty in Tel Aviv, zegt dat er als gevolg daarvan nu buitenproportioneel geweld gebruikt wordt door Egyptische grenswachten.
De meeste asielzoekers komen uit Eritrea en Soedan. Human Rights Watch (HRW) zegt dat duizenden jonge mannen Eritrea ontvlucht zijn, om “eindeloze militaire dienstplicht” te ontlopen. HRW, gevestigd in de Verenigde Staten, zegt gedocumenteerd te hebben dat deserteurs gemarteld worden.
In Soedan kwamen 2,5 miljoen mensen om tijdens de 22 jaar durende burgeroorlog. Nog eens 2,5 miljoen mensen zouden sinds 2003 ontheemd zijn geraakt in de westelijke regio Darfoer, zegt HRW. Soedanezen die vanuit Israël terugkeren naar hun thuisland, lopen volgens de mensenrechtenorganisatie het risico geëxecuteerd te worden.

Geschiedenis vergeten


Lonai zegt dat Israël Egypte niet moet gebruiken om de komst van mensen die bescherming nodig hebben, tegen te houden. “Dit is een trieste zaak in een land dat gebouwd is op de notie dat vluchtelingen bescherming nodig hebben. De geschiedenis wordt snel vergeten”, zegt Lonai, verwijzend naar de stichting van de staat Israel na de Holocaust, bijna zestig jaar geleden.
Het “hoofdprobleem” is volgens Shevy Korzen, directeur van Hotline for Migrant Workers in Tel Aviv, dat Israël geen systeem heeft om asielaanvragen goed te verwerken. Er zijn richtlijnen nodig en Israël moet passende bescherming bieden aan vluchtelingen, zegt ze. “Israël kan niet eenvoudigweg zeggen: wij schieten toch niet? We vragen alleen de Egyptenaren dit te doen. Dat is fout.”
Als het gaat om de vraag wel kan blijven en wie niet, zegt Korzen, worden de besluiten door Tel Aviv “ad hoc” genomen. Zo werden volgens haar in augustus vorig jaar 48 Soedanese asielzoekers teruggestuurd naar Egypte, dat 20 van hen terugstuurde naar Soedan.
Enkele jaren geleden klopten er voor het eerst vluchtelingen aan in Israel. De staat gaf een tijdelijke verblijfsvergunning aan 600 Soedanezen uit Darfoer en werkvergunningen aan 2.000 Eritreeërs.
Vorig jaar staken 5.500 Afrikaanse asielzoekers de grens tussen Egypte en Israel over, volgens de UNHCR. De Israëlische premier Ehud Olmert noemde de toestroom in februari “een tsunami die kan aanzwellen”. Olmert gaf zijn ministers opdracht onmiddellijk 4.500 “illegale infiltranten” het land uitzetten, staat in een persbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Erkenningen met de druppelteller


Maar dat is niet gebeurd. In plaats daarvan besloot Tel Aviv in maart de beoordeling van de aanvragen van Soedanese en Eritrese vluchtelingen over te nemen van de UNHCR. Wolfson zegt dat het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken asielzoekers registreert, maar dat de zaken nog niet beoordeeld worden, vooral “als gevolg van de hoeveelheid”. De zaken van Afrikanen uit andere landen, zoals Ivoorkust, Ghana en Nigeria, worden nog steeds behandeld door de UNHCR, die een aanbeveling doet aan een Israëlisch comité. Israël heeft geen quota, maar doorgaans worden er jaarlijks tien tot twintig Afrikanen door het comité toegelaten, zegt Wolfson.
“Op den duur zal dat niet meer kunnen”, zegt Korzen. “Israël moet accepteren dat het, net als andere landen, een land is geworden dat onderdak moet bieden aan asielzoekers. Het is niet het enige land - al hebben ze soms wel die indruk - en het zal dit volgens de gebruikelijke verplichtingen en internationale wetgeving moeten afhandelen. Israël was het eerste land dat de Vluchtelingenconventie ondertekende.”
Hamed wist de grens over te komen. Hij werd gevonden door Israëlische militairen die hem twee dagen vasthielden in een militair kamp. Daarna werd hij vrijgelaten. Zoals duizenden voor hem, registreerde hij zich bij de UNHCR in Tel Aviv.
Hij leeft nu met steun van een niet-gouvernementele organisatie die voor eten en onderdak zorgt in een opvangcentrum dichtbij het busstation van Tel Aviv. De UNHCR en de Israëlische overheid geven geen eten of onderdak. Zonder werkvisum kan hij niet legaal werken om zichzelf te onderhouden.
Hamed komt intussen ieder ochtend naar Levinsky Park. Daar hangen nog zo’n veertig andere Afrikaanse vluchtelingen rond, die net als hij nog in onzekerheid verkeren over hun toekomst in Israël.
 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift