Journalisten ongerust over nieuwe perswetten

Journalisten in Pakistan maken zich zorgen over
een aantal nieuwe perswetten die op het punt staan goedgekeurd te worden
door de regering. Eén van die wetten richt een persraad op die een ethische
code voor de journalistiek moet gaan bewaken, een tweede wet regelt de
registratie van kranten, nieuwsagentschappen en boeken. Volgens de regering
moet de nieuwe regelgeving de onafhankelijkheid van de pers waarborgen, maar
critici vrezen dat het de bedoeling is de journalisten beter in het gareel
te houden.


Vooral de oprichting van een persraad kan bij de Pakistaanse journalisten op
niet veel bijval rekenen. De regering wil dat de raad in de eerste plaats
klachten van lezers behandelt over artikelen die in de Pakistaanse pers
verschijnen. Daarnaast krijgt het orgaan de functie van morele waakhond -
aan de hand van een ethische code moet de raad onder meer journalisten op de
vingers tikken die misdaden ophemelen, het sensatiegehalte van hun
informatie opdrijven of stukken plegen die aanzetten tot religieuze,
etnische of raciale haatgevoelens.

Hoe gaat de raad bepalen of een misdaad te positief wordt weergegeven of
dat een bericht te veel naar sensatie neigt? verwoordt de journalist Najim
Haider Zaidi de bedenkingen van veel van zijn collega’s. De pers moet
weergeven wat er gebeurt. Als er religieuze spanningen bestaan tussen
verschillende bevolkingsgroepen, moeten journalisten daarover kunnen
schrijven. In plaats van de informatiestroom te beperken, zou de overheid er
in dat laatste geval beter aan doen maatregelen uit te werken die het begrip
tussen de religies bevorderen.

Critici geloven dat de persraad gewoon een extra instrument wordt voor de
regering om de uitgevers in het land naar haar pijpen te doen dansen. De
regering is de grootste adverteerder in de Pakistaanse media, en oefent op
die manier al veel invloed uit. Maar dankzij de persraad zou de regering ook
via een wettelijke procedure de uitgevers kunnen aanmanen vrijmoedige
journalisten tot de orde te roepen.

Sommige journalisten zouden liever een persraad zien ontstaan die op
vrijwillige basis door uitgevers en journalisten wordt gevormd. Ook de
ethische code voor de pers wordt volgens hen beter niet door de regering
uitgeschreven, maar wel door de sector zelf. De regering werpt op dat de
geplande perswetten in overleg met twee grote uitgeversverbanden en twee
vakbonden uit de perssector werden uitgewerkt. Maar andere
journalistenorganisaties hebben dan weer uitdrukkelijk afstand genomen van
de ontwerpen. Het Dienstencentrum voor Journalisten, een organisatie die
journalistieke opleidingen verzorgt en de sociale zekerheid van haar leden
organiseert, eiste bijvoorbeeld dat de regering in de eerste plaats alle
wettelijke bepalingen zou schrappen die ingaan tegen de vrijheid van
informatie en van meningsuiting. Volgens het centrum zou de persraad dan ook
klachten moeten kunnen behandelen van burgers die vinden dat de overheid hun
recht op informatie schendt. Maar dat lijkt niet meer dan een wensdroom. In
journalistieke kringen gaat men ervan uit dat de wet op de vrijheid van
informatie die de regering in het vooruitzicht heeft gesteld, voorlopig in
de koelkast blijft. Zelfs sommige uitgevers vinden dat de perswetten die nu
in voorbereiding zijn niet veel zin hebben zolang de toegang van
journalisten tot officiële informatie niet is geregeld.

De persraad zou volgens het wetsontwerp voorgezeten worden door een
voormalige rechter van het opperste gerechtshof en verder bestaan uit
vertegenwoordigers van de uitgevers, leden die door regering en oppositie
zijn benoemd en zelfs vertegenwoordigers van niet nader genoemde
mensenrechtenorganisaties. Actieve journalisten zouden er niet in zetelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness