Journalisten reageren verbolgen op nieuwe perswet

De Marokkaanse persbond SNPM is niet te spreken
over een draconische nieuwe perswet die het Marokkaanse parlement heeft
aangenomen. De wet is een grove schending van de journalistieke
beroepsethiek, zegt Younes Moujahid, de secretaris-generaal van de SNPM.
Journalisten die informatie publiceren die de openbare orde van het land,
het leger verstoren of de hogere nationale belangen op het spel zetten
riskeren één tot vijf jaar celstraf en een boete van 1200 tot 100.000 dirham
(117 tot 9.765 euro).


De perswet - een amendement op de perscode van 1973 - werd vorige week bijna
unaniem aangenomen met 58 stemmen voor, één stem tegen en 12 onthoudingen.
Sommige parlementairen waren niet overtuigd van de leefbaarheid van de
nieuwe code, maar werden onder druk gezet door de regering, zegt Moujahid.
De 40 journalisten die getuige waren van de stemming droegen armbanden als
teken van protest.

Het uitgesproken correctionele karakter van de perswet stoot de Marokkaanse
pers tegen de borst. De wet legt boetes en gevangenisstraffen tot 3 jaar op
tegen journalisten die informatie publiceren die de sacrale belangen van
het land beschadigen. Voor blasfemie tegen de monarchie zijn straffen van
drie tot vijf jaar voorzien.

Al die misdrijven zijn bovendien niet nader omschreven. Informatie over de
kwaliteit van het water of het brood kan door de autoriteiten opgevat worden
als een verstoring van de openbare orde, zegt een journalist. In
democratische landen hebben correctionele straffen tegen journalisten geen
bestaansreden, meent Bachir Znagui, hoofdredacteur van de Marokkaanse krant
Liberation. We hebben uitdrukkelijk gevraagd om de gevangenisstraffen uit
het amendement te halen.

Volgens sommige journalisten deugde de aangepaste perscode uit 1973 sowieso
al niet. De code werd in het leven geroepen na twee couppogingen tegen
wijlen koning Hassan II in 1971 en 1972 met de bedoeling de militante pers
van die tijd te muilkorven.

Tijdens de twee laatste jaren van Hassans bewind verbeterde de situatie
enigszins, maar onder koning Mohammed VI (1999-) zag de censuur opnieuw het
licht. Er werden beruchte processen gevoerd tegen de kranten ‘Le Journal’ en
‘Assahifa’, omdat die een brief waagden af te drukken waaruit de
medeplichtigheid van de Marokkaanse premier Abderrahmane Youssoufi bij het
complot tegen Hassan van 1972 zou blijken. Het tijdschrift ‘Demain’ moest
30,000 dirham (2.929 euro) betalen omdat het informatie publiceerde over de
vastgoedplannen van het koningshuis.

In antwoord op de kritiek stelt minister van Cultuur en Communicatie Mohamed
Achaari dat er niets aan de hand is. De nieuwe wet een uitgelezen middel is
om de Marokkaanse pers aan te passen aan het aan de gang zijnde
democratiseringsproces. Hij is afgestemd op de verzuchtingen van de civiele
maatschappij en beantwoordt aan de internationale verdragen over de
mensenrechten, over de vrijheid van meningsuiting en de vrije verspreiding
van informatie.

De oppositiepartij Constitutionele Unie beschuldigt de regering ervan de
wet door het parlement te sluizen om haar electorale belangen te dienen in
aanloop naar de verkiezingen van september.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift