Juridische afwikkeling geweld Oost-Timor hindert militaire betrekkingen tussen VS en Indonesië

De plannen van de Amerikaanse regering om de betrekkingen tussen de Indonesische Strijdkrachten (TNI) en het Pentagon te intensiveren, lijken doorkruist te worden door de Indonesische houding ten aanzien de mensenrechtenschendingen in Oost-Timor. Een rechtbank in Jakarta ontsloeg zaterdag vier hoge Indonesische militairen van rechtsvervolging.


Het besluit zal waarschijnlijk de druk van mensenrechtenorganisaties op de Verenigde Naties opvoeren om een internationaal tribunaal in te stellen. Daar zouden de verantwoordelijken voor moord op 1.500 Timorezen en de vernieling van de infrastructuur van het in 2002 onafhankelijk geworden land, berecht moeten worden.

De Indonesische agressie kwam nadat een grote meerderheid van de bevolking van Oost-Timor in 1999 voor onafhankelijkheid van Indonesië stemde. Indonesië viel de voormalige Portugese kolonie binnen in 1975 en annexeerde het eiland een jaar later, waarna een periode van geweld en plundering volgde. Een derde van de bevolking overleefde de vijf jaar na de invasie niet.

Na het referendum in 1999 en het daaropvolgende geweld door pro-Indonesische Timorese milities, werd een multinationale VN-macht onder leiding van Australië gestationeerd in Oost-Timor. Onder de vlag van de Verenigde Naties kwam er een overgangsregering in het land. In 2002 mondde dit uit in onafhankelijkheid.

Het besluit van zaterdag geeft aan dat Indonesische rechtbanken niet in staat zijn om een onafhankelijk oordeel te vellen over de misdaden die in Oost-Timor zijn begaan, zegt Brad Adams, directeur van Human Rights Watch (HRW) Azië. HRW is een van de zes internationale mensenrechtenorganisaties die in een brief aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan pleiten voor de onmiddellijke benoeming van een internationale commissie van deskundigen. Die moet onderzoeken hoe het recht zijn beloop kan krijgen. Tot de ondertekenaars van de brief behoren ook Amnesty International, de Coalition for International Justice en het Open Society Justice Initiative.

De hogere rechtbank in Indonesië verwierp een eerdere veroordeling van vier hoge Indonesische militairen en veiligheidsofficieren en verlaagde de straf van een door de TNI gesteunde militieleider van tien naar vijf jaar. Het besluit komt op een moment dat van groot belang kan zijn voor de koers die de VS vaart ten aanzien van de TNI.

Indonesië is het dichtstbevolkte moslimland ter wereld en een van de belangrijkste bondgenoten in de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme. Washington maakt er geen geheim van graag de banden tussen de Indonesische strijdkrachten en het Pentagon te willen herstellen, nadat die verbroken werden als gevolg van het geweld in Oost-Timor.

Tot nu toe weigerde het Congres in te stemmen met normalisering van de militaire contacten. Dit omdat nog steeds niet duidelijk is of de verantwoordelijken voor het geweld in Oost-Timor en de moord op twee Amerikaanse onderwijzers in West-Papoea, eerlijk berecht zullen worden.

Desondanks wijzen de ontwikkelingen van de afgelopen maanden erop dat Washington op weg is naar normalisering van de betrekkingen. Washington zegde miljoenen dollars toe voor militaire en veiligheidstrainingen en het Pentagon kondigde vorige maand aan dat de bilaterale ‘Defense Dialogue’ (BDD) met de TNI wordt hervat.

In een brief aan minister Rumsfeld van Defensie, lieten 65 congresleden vorige week weten verrast en teleurgesteld te zijn over de plannen de dialoog te hervatten. In de brief, die geschreven werd voor de uitspraak van de Indonesische rechtbank, vragen ze Rumsfeld het besluit te heroverwegen. Ze wijzen onder meer op recente berichten over misdragingen van de Indonesische strijdkrachten in West-Papoea en de provincie Atjeh, een opstandige regio waar al vijftien maanden de staat van beleg heerst. De TNI zou bovendien intensief contact onderhouden met de terreurgroep Lasker Jihad.

De vier van rechtsvervolging ontslagen militairen zijn majoor-generaal Rachmat Damiri, commandant van militaire regio waar destijds ook Oost-Timor onder viel en medeverantwoordelijke voor de huidige campagne in Atjeh, kolonel Nur Muis, TNI-commandant in Oost-Timor, oud-politiechef Hulman Gultom en luitenant-kolonel Soedjarwo.

Ze werden alle vier schuldig bevonden door een ad hoc mensenrechtentribunaal dat door Indonesië in het leven werd geroepen om de instelling van een internationaal tribunaal te voorkomen.

De uitspraak van zaterdag houdt in dat tot nu toe geen enkele Indonesische militair veroordeeld is voor de misdaden in Oost-Timor. De enige twee verantwoordelijken die veroordeeld zijn, zijn van Timorese komaf: de militieleider wiens vonnis werd gehalveerd en de voormalige gouverneur van de provincie.

In verband met het geweld op oost-Timor heeft de Serious Crimes Unit (SCI) van de Verenigde Naties 83 aanklachten verzameld tegen 373 individuen. 279 van hen, inclusief de voormalige TNI-commandant en de recente presidentskandidaat Wiranto, zijn nog op vrije voeten. (JS/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift