Juridische strijd over lot Cubaans meisje in VS

In de Verenigde Staten een juridische strijd gaande over het lot van een vierjarig Cubaans meisje dat bij pleegouders in Miami verblijft. Haar vader, die nog op Cuba woont, wil dat ze bij hem komt wonen. De zaak lijkt in veel opzichten op die van Elian Gonzalez, die in 2000 veel media-aandacht trok.
De strijd gaat tussen de vader van het meisje, Rafael Izquierdo, en haar pleegouders. Die pleegouders zijn de voormalige sportagent Joe Cubas, die bekend werd omdat hij diverse Cubaanse honkbalspelers wist over te halen in de VS asiel aan te vragen, en zijn vrouw.
De zaak is inmiddels Elian II gedoopt. Sommige mensen noemen het meisje zelfs Eliana. Zeven jaar geleden werd de toen vijfjarige Elian samen met twee volwassenen gered van een boot met Cubaanse vluchtelingen. De boot zonk voor de kust van Florida en zijn moeder en tien anderen verdronken.
De rechtse vleugel van de Cubaans-Amerikaanse gemeenschap in het zuiden van Florida kwam in beweging om Elian bij familie in Miami te houden, maar een Amerikaanse rechtbank bepaalde dat hij terug moest naar zijn vader, Juan Miguel Gonzalez-Quintana. Die was naar de VS gekomen op zijn zaak te bepleiten.
De ‘zaak-Eliana’ kreeg toe nu toe veel minder media-aandacht. Het meisje en haar halfbroer - hun namen zijn door de rechtbank niet bekend gemaakt - kwamen in 2004 legaal de VS binnen met hun moeder Elena Perez. Zij had een visum gewonnen in een immigratieloterij. Izquierdo, die destijds niet samenwoonde met Perez en zijn dochter, maakte geen bezwaar tegen hun vertrek. In een interview zei hij dat hij verwachtte dat zijn dochter met haar moeder “een beter leven” in de VS zou krijgen.
Na haar aankomst in de VS bleek Perez echter niet in staat haar leven en dat van haar kinderen goed op de rails te krijgen, klaarblijkelijk als gevolg van psychologische problemen. Nadat ze in December 2005 probeerde zichzelf van het leven te beroven, ontnam het Florida Department of Children and Families (DCF) haar het ouderlijk gezag over de twee kinderen. Ze werden ondergebracht in een pleeggezin.
De pleegouders adopteerden de 13-jarige halfbroer van het meisje met toestemming van de moeder en hopen het meisje ook te adopteren. Zij voeren aan dat ze gehecht zijn geraakt aan de kinderen en dat het niet goed zou zijn de twee van elkaar te scheiden, ookal hebben ze verschillende vaders.
Toen de vader Izquierdo, een parttime visser uit Cabaiguan in Centraal-Cuba, echter hoorde dat Perez het ouderlijk gezag verloren had, huurde hij een Amerikaanse advocaat in om zijn dochter terug te krijgen. Hij vroeg ook een visum aan om naar Florida te kunnen komen, nadat het DCF zei hij in eigen persoon de zaak moest aankaarten. Op dat visum moest hij enkele maanden wachten.
Hoewel normaal gesproken meestal de kant van de natuurlijke ouder wordt gekozen, besloot DCF de Cubaanse familie in Miami te steunen, met het argument dat het niet goed is voor het meisje om van haar halfbroer en pleegouders gescheiden te worden. Dat argument werd deze week echter verworpen door de rechter die de zaak onder zijn hoede heeft.
De advocaten van DCF stellen ook dat Izquierdo in feite afstand heeft gedaan van zijn dochter, door haar met haar psychisch instabiele moeder naar de VS te laten vertrekken. Izquierdo zou op grond daarvan geen geschikte vader zijn. In Amerikaanse rechtszaken over ouderlijk gezag geeft het argument “wat in het belang van het kind is” meestal de doorslag bij de uitspraak.
De advocaat van Izquierdo stelt dat de vader slechts een beter leven wilde voor zijn dochter en dat hij niet kon weten dat Perez een poging tot zelfdoding zou doen. Izquierdo is momenteel getrouwd en heeft een dochter uit dat huwelijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift