Ken Saro-Wiwa-rechtszaak tegen Shell gaat door

De rechtszaak tegen multinational Royal Dutch/Shell Petroleum mag gewoon doorgaan. Dat heeft een federale Amerikaanse rechter beslist. De oliereus wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan schendingen van de mensenrechten in Nigeria. Shell ontkent elke betrokkenheid, en had rechter Kimba Wood van de rechtbank van het Zuidelijke District New York gevraagd de zaak onontvankelijk te verklaren, maar die besliste eind vorige week om daar niet op in te gaan. Door de uitspraak krijgen de eisers de mogelijkheid Shell-bazen te ondervragen en bedrijfsdocumenten te onderzoeken.



De Brits-Nederlandse multinational wordt door de eisers mee verantwoordelijk gesteld voor de folteringen en de moord op Ken Saro-Wiwa en andere activisten van de Beweging voor de Overleving van het Ogoni-volk (MOSOP). Die beweging verzet zich al jaren tegen bedreigende olieboringen in de Niger-delta. Volgens MOSOP heeft meer dan dertig jaar olie-exploitatie in het gebied het drinkwater vervuild, het visbestand gedecimeerd en de landbouwgronden verpest. De Conferentie van de VN inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) bevestigde in haar rapporten dat de Niger-delta door de oliewinning een van de meest bedreigde rivierdelta’s ter wereld is.

De eisers in het proces beweren dat de firma Shell de Nigeriaanse regering hielp met geld en wapens om het verzet van MOSOP te breken. De toenmalige militaire junta in Nigeria pakte elke oppositie genadeloos aan: in 1995 werden Saro-Wiwa en acht andere Ogoni-activisten opgehangen, volgens de eisers wegens hun verzet tegen het Shell-beleid en op basis van valse, corrupte getuigenissen. Verder zou Shell Nigeria concreet betrokken zijn bij de foltering en gevangenschap van Owens Wiwa, de broer van Saro-Wiwa, en bij de dood van een vrouw die vreedzaam protesteerde tegen de verwoesting van haar akkers voor de aanleg van een nieuwe Shell-pijplijn.

Volgens rechter Wood voldoet de aanklacht van de eisers aan alle vereisten van de Alien Tort Claims Act. Dat is een Amerikaanse wet die buitenlandse burgers in staat stelt bij schendingen van het internationale recht een proces te voeren tegen firma’s met een filiaal in de VS. De betrokkenheid van de directie van Shell Nigeria bij anti-MOSOP-activiteiten staat voor haar niet ter discussie. Als de concrete aantijgingen bewezen worden, hebben Shell en Brian Anderson, de voormalige baas van Shell Nigeria, zich schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid, foltering, standrechtelijke executie, willekeurige vrijheidsberoving, wrede, onmenselijke en onterende behandeling en andere schendingen van het internationale recht.

En daar stopt het niet. Rechter Wood stelt in haar vonnis dat Anderson ook vervolgd kan worden onder de Torture Victim Protection Act en de Racketeer Influenced and Corrupt Organisations (RICO) Act. Die laatste wet is van toepassing omdat Shell Nigeria beschuldigd wordt van samenwerking met de Nigeriaanse junta ten einde haar goedkope en dus lucratieve olie-export naar de VS te vrijwaren.

De eisers zijn bijzonder opgetogen over de uitspraak van de rechter. Zij geloven dat de families van Ken Saro-Wiwa en zijn Ogoni-collega’s dankzij deze beslissing misschien toch nog zeker recht zal gedaan worden, en dat de schuldigen gestraft zullen worden. Bovendien vindt advocaat Richard Herz dat de uitspraak een sterk signaal stuurt naar andere multinationals: meedoen aan schendingen van de mensenrechten blijft niet ongestraft. (294).


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift