Klimaatverandering kan Chili 200 miljard euro kosten (*)

Als de wereld niets onderneemt tegen de klimaatverandering, kan Chili in het slechtste geval meer dan tweehonderd miljard euro verliezen tegen 2100. Een verstandige koerswijziging kan het land de komende negentig jaar zeventien miljard euro winst opleveren. Dat is de conclusie van wetenschappers uit Santiago en Valparaíso in een studie, de “economie van de klimaatverandering in Chili”.
“Chili is erg kwetsbaar, maar niet op een catastrofale manier: de effecten zijn controleerbaar”, zegt Sebastián Vicuña. Hij is directeur van het Centrum van Mondiale Verandering van de Katholieke Universiteit van Santiago en leidde het onderzoek. “Er is dus een goede reden om op te treden”.

De kosten van de opwarming


De opwarming van de aarde zal zich in Chili vooral laten voelen aan de kust, waar de stijging van de zeespiegel steden op kosten zal jagen, en in de droge gebieden. In het centrum van het land zou er in het slechtste geval 30 procent minder regen kunnen vallen. Bovendien zal de opwarming de verdamping doen toenemen. Minder water brengt de landbouw in moeilijkheden, maar doet ook de productie van stroom door waterkrachtcentrales teruglopen. Ook de mijnbouw, de belangrijkste exportsector die ook veel water verbruikt, zou klappen krijgen.
Als de opwarming binnen de perken blijft, zijn de gevolgen veel minder erg. Bovendien zijn er economische voordelen verbonden aan de maatregelen die Chili kan nemen om bijvoorbeeld meer hernieuwbare energie te gebruiken en het waterverbruik te verminderen.
De Chileense minister van Milieu, Ana Lya Uriarte, vindt dat de deelnemers aan de klimaatconferentie in Kopenhagen moeten besluiten de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen met minstens 50 procent in te perken tegen 2050. Met de nodige technologische en financiële hulp van de rijke landen wil Chili ook zelf zijn uitstoot terugdringen. Tussen 1984 en 2008 is de Chileense uitstoot van CO2 met 166 procent gestegen.  
Het rapport over de kost van de klimaatverandering in Chili maakt deel uit van een Latijns-Amerikaanse studie waarin ook nog zeven andere Zuid-Amerikaanse landen, Midden-Amerika en de Caraïben onder de loep worden genomen. Op 16 december worden de resultaten in Kopenhagen voorgesteld.
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. ‘Planeet Kopenhagen’ start op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift