Kolonisten geven zich niet gewonnen

– Een groep joodse kolonisten maakt zich klaar om
de voorpost Mitzpeh Yitzhar op de Westelijke Jordaanoever weer op te bouwen.
De onbewoonde constructie op een heuveltop ging vorige week voor rollende
televisiecamera’s tegen de vlakte. Radicale joden spelen in de heuvels op de
Westbank en kat-en-muisspel met het Israëlische leger. De ontmanteling en
heropbouw van voorposten is voor beide kanten slechts een symbolisch
voorspel tot het echte breekpunt: de ontruiming van joodse nederzettingen.


“Voor elke tent zullen we strijden”, zegt Yehushua Mor-Yosef, woordvoerder
van de lokale kolonistenorganisatie, “Wanneer je een voorpost ruimt, is dat
een gevaarlijk precedent voor de nederzettingen”. Sinds de Israëlische
premier Ariël Sharon in maart 2001 aan de macht kwam, ontstonden op de
heuvels van de Westelijke Jordaanoever 61 meestal onbemande voorposten. De
confrontatie met de kolonisten zal zich ongetwijfeld nog verharden wanneer
geraakt wordt aan de 144 nederzettingen met 220.000 inwoners in Palestijnse
gebied. Het aantal kolonisten groeide sinds de Oslo-akkoorden van 1993 met
80 procent.

Mor-Yosef en andere kolonistenleiders voelen zich in de rug aangevallen door
de man die ze beschouwen als de architect van de nederzettingenpolitiek:
Ariël Sharon. Na een vergadering vorige week waarin de regeringsleider het
had over “pijnlijke compromissen voor de vrede”, liep de verontwaardiging
hoog op. “Sharon is in de war en moegestreden”, zegt Mor-Yosef. De premier
vindt de goede relaties met de Verenigde Staten momenteel belangrijker dan
zijn oude engagement voor de kolonisten.

Als minister van huisvesting op het einde van de jaren tachtig en in het
begin van de jaren negentig gaf Sharon de aanzet tot een ware bouwexplosie.
Linkse Israëli’s betwijfelen of Sharon nu werkelijk zijn levenswerk met de
sloophamer te lijf wil gaan. Dror Etkes van de vredesbeweging Vrede Nu denkt
dat Sharon toch de daad bij het woord zal voegen. “Israël zit in een diepe
economische crisis omwille van de bezetting. Sharon heeft dat begrepen”.

De term “nederzetting” is nogal misleidend. Ma’aleh Adumim, op 10 kilometer
van Oost-Jeruzalem, is een klein stadje met 25.000 inwoners, woonwijken met
asfaltstraten en openbare nutsvoorzieningen. De kolonisten hebben het sinds
het begin van de intifada extra hard te verduren. Ze maken slechts drie
procent van de bevolking uit, maar vertegenwoordigen een kwart van de dode
Israëli’s sinds de heropflakkering van het geweld. Kolonisten die zich met
de auto op weg wagen, spelen een soort van Russische roulette met gewapende
Palestijnen die overal hinderlagen spannen.

De nederzettingenkwestie vormt het hart van de discussie over de toekomst
van Israël als een joodse en democratische staat. Wanneer Israël blijft
vasthouden aan het gebied met drie miljoen inwoners dat het in de jaren
zestig veroverde op Jordanië, komt een Arabische meerderheid onder het
bestuur van een joodse minderheid. Voor rechtse Israëli’s kan geen sprake
zijn van een terugkeer binnen de grenzen van 1967, omdat het Israëlische
territorium dan te smal en moeilijk verdedigbaar wordt.

Voor de radicale kolonisten is de bezetting van “Judea en Samaria” een
bijbelse opdracht. “De joodse natie is daar ontstaan”, aldus Mor-Yosef, “Als
we niet kunnen bouwen in Beit El en Ofra (twee nederzettingen diep op de
Westelijke Jordaanoever, nvdr), hebben we ook geen recht op Tel Aviv”.

Niet voor alle kolonisten is religie de drijfveer. Zeventig procent van hen
zijn seculiere joden die dromen van een middenklassebestaan met een eigen
huisje en tuintje. Deze “zachte kern” woont dicht bij de grens van 1967 en
is volgens Vrede Nu geneigd te verhuizen in ruil voor een
onteigeningsvergoeding.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift