Koperindustrie wordt sociaal slachtveld

Meer dan 10.000 gezinnen in de Zambiaanse Copper
Belt weten zich geen raad meer nadat Anglo American Corporation (AAC), de
tweede grootste mijnmaatschappij ter wereld, zich vorige maand heeft
teruggetrokken uit de Konkola kopermijnen. Daardoor komen vele duizenden
arbeidsplaatsen in het gedrang.


De Copper Belt is het middelpunt van alle Zambiaanse nijverheid, die voor
het overgrote deel bestaat uit de toelevering van goederen en diensten voor
de mijnen. De economische en politieke ontwikkeling van Zambia is altijd
nauw verbonden geweest met de toestand van de kopermijnen, de belangrijkste
bron van exportinkomsten. Als de mijnen niet meer werken, heeft dat
gevolgen voor alles - de raffinaderijen, de leveranciers van gereedschap en
chemicaliën en de financiering van scholen en ziekenhuizen. Dan houdt onze
wereld op met draaien, zegt zakenman Jones Kabwe, die een elektrisch
bedrijf leidt dat voor de mijn werkt.

De aanwezigheid van AAC in Zambia dateert al van voor de kolonisatie. Toen
verwierf de British South Africa Company voor koningin Victoria de
exclusieve rechten om prospectie te doen en mijnen op te zetten in het
toenmalige Britse protectoraat. Bij de Zambiaanse onafhankelijkheid in 1964
was AAC naast de Rhodesia Selection Trust de grootste organisaties in de
Zambiaanse mijnbouw. In 1969, nadat de twee bedrijven hoge winsten hadden
geboekt en weinig hadden geïnvesteerd, werden de mijnen genationaliseerd,
maar de bedrijven kregen toch nog het beheer en de marketingcontracten voor
de komende tien jaar. De regering besliste 60,3 procent van de aandelen te
kopen en leende 60 miljoen dollar om de twee bedrijven uit te betalen. De
mijnen heetten van toen af Zambia Consolidated Copper Mines (ZCCM).

Wanbeheer, de lage koperprijzen en niet te vergeten de leidende rol die
Zambia heeft gespeeld in de onafhankelijkheidsoorlogen in de buurlanden,
leidden tot een economische impasse. In 1990 was de regering niet langer in
staat 80 procent van de economie op efficiënte wijze te beheren en moest
zij delen van het bedrijf in privé-handen laten gaan. De werkloosheid steeg
tot 49 procent, het tekort aan consumptieproducten en de slechte kwaliteit
van de diensten en goederen in combinatie met de slechte economische
toestand leidden tot een algemene politieke ontevredenheid. Op aandringen
van het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Wereldbank werd werk gemaakt
van de privatisering van de staatsbedrijven.

De mijnen werden in tweeën opgedeeld: Konkola Copper Mines (KCM) en Konkola
Deep Mine. In 2000 kocht AAC KCM en beloofde er meer dan 1 miljard dollar
in te investeren. Twee jaar later en na een verlies van 35 miljoen dollar
stelt AAC nu dat het niet langer winstgevend is koper te delven omwille van
de lage prijzen die dat metaal haalt op de wereldmarkt. Door de economische
groeivertraging en vooral ook de aanslagen van 11 september 2001 zijn de
koper- en kobaltprijzen inmiddels nog verder gedaald.

De beslissing van AAC om zich terug te trekken, heeft veel protest
losgeweekt, zelfs van Mark Ellyne, de IMF-vertegenwoordiger in Zambia. Hij
veegt de redenen voor het vertrek van tafel en zegt dat de koperprijzen net
weer beginnen te stijgen. Sommige werknemers en bedrijfsleiders van KCM
hebben een overlevingsplan gelanceerd met de naam Buyantashi, dat de
aandeelhouders meer wil betrekken, een efficiënt communicatiesysteem wil
opzetten en de kwaliteit van de productie wil maximaliseren.

De toestand is nu vooral onzeker voor de ongeschoolde mijnwerkers. Zij
hebben weinig kans om elders aan de slag te kunnen. Eigenlijk hebben zij al
sinds de privatisering van de mijnen in 1990 geen enkele werkzekerheid
meer. Voordien was de situatie totaal anders. Toen genoten de mijnwerkers
een levenslange sociale zekerheid. Alle mijnwerkers van ZCCM zonder
onderscheid konden ook terecht in de uitstekende scholen en
gezondheidsdiensten die AAC had opgezet voor het Engelse en Amerikaanse
personeel. Bovendien kregen zij ook een degelijke huisvesting en gratis
nutsvoorzieningen. Zelfs hun voedsel was gesubsidieerd. Bij de
privatisering viel dat allemaal in een klap weg.

Wynguard Chalumanda, die 15 jaar onder de grond heeft gewerkt, weet
helemaal niet of zijn loon van februari niet het laatste is geweest. Net
als alle ander mijnwerkers is hij bang voor de toekomst. Het gaat om onze
baan. Toen de mijnen werden verkocht, hadden we gehoopt dat er toch wat
stabiliteit zou komen, maar dat is dus niet gebeurd. Waar zijn we nu aan
toe? We hebben een gezin, we moeten overleven. Ik weet niet of ik het
schoolgeld voor mijn kinderen nog zal kunnen betalen. Mijn vrouw is ziek en
ik weet niet of ik geld genoeg zal hebben voor de dokterskosten. Ik sta
zozeer onder spanning, dat ik er ook ziek van word.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift