Lokale milieubeheer is efficiënter dan grote verdragen (rapport)

Nieuws

Lokale milieubeheer is efficiënter dan grote verdragen (rapport)

Stephen Leahy

14 december 2003

Lokale initiatieven leiden vaak tot een efficiëntere milieubescherming dan grote verdragen. In het rapport “The Struggle to Govern the Commons” (De strijd om het beheer van het gemeenschappelijk goed) uit een groep wetenschappers zich “voorzichtig optimistisch” over de pogingen van de mensheid om de oceanen en het klimaat voor onheil te bewaren.

Het rapport verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Science als antwoord op het 35 jaar oude profetische artikel “The Tragedy of the Commons” (De tragedie van het gemeenschappelijk goed) van de bioloog Garrett Hardin. Hardin schreef dat enkel een gecentraliseerde aanpak – door de overheid of privé-bedrijven – de mensheid ervan kan weerhouden gemeenschappelijke goederen als de lucht, het water en de bossen te vernietigen.

35 jaar later leggen de wetenschappers in Science een gemengde balans voor. Sommige problemen zijn erger geworden, maar hier en daar zijn ook successen geboekt. “De mensen hebben ingenieuze manieren gevonden om het gemeenschappelijk goed te beheren”, zegt politologe Elinor Ostrom van de universiteit van Indiana.

Sinds het begin van de jaren negentig zijn er in de wereld een half miljoen sociale organisaties opgericht voor het duurzame beheer van bossen, oppervlaktewaters, wild- en visbestanden, voor microfinanciering, irrigatie en de bestrijding van ongedierte. Lokale groepen zijn beter in het beheer van natuurlijke rijkdommen omdat ze de omgeving kennen en er voor hun levenonderhoud van afhankelijk zijn.

Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen vissers, de verwerkende industrie en andere organisaties voor de bescherming van het kreeftenbestand voor de kusten van de noordoostelijke VS-staat Maine. De vangstbeperkingen worden sinds 20 jaar strikt nageleefd en hebben geleid tot een stijging van het aantal kreeften.

De aanpak staat in schril contrast met het door de Canadese regering uitgewerkte plan om het kabeljauwbestand op peil te houden. De lokale vissersgemeenschappen werden onvoldoende bij het plan betrokken, met als gevolg dat er sinds 2002 een vangstmoratorium heerst bij gebrek aan kabeljauw. Een ander negatief voorbeeld is de aanpak van de Indonesische regering om de oerbossen op Borneo te beschermen.

Gecentraliseerde initiatieven lijken efficiënt, maar schieten in de realiteit vaak tekort, aldus het rapport. Een open dialoog met alle betrokkenen schept vertrouwen en een consensus over de ernst van het probleem en de te nemen maatregelen. Bij het opstellen van internationale verdragen moet rekening worden gehouden met de bestaande regionale en nationale organisaties.

De aanpak van wereldwijde milieuproblemen is een ander paar mouwen, zo geven de onderzoekers toe. Een voorbeeld van een succesvol globaal initiatief is het protocol van Montreal over een verbod op chemicaliën die de ozonlaag aantasten. Het ozonprobleem was dan ook relatief eenvoudig op te lossen, zegt Paul Stern, een van de auteurs van het rapport. “Het volstond enkele fabrikanten en gebruikers op andere gedachten te brengen. Chemische alternatieven voor de schadelijke stoffen waren voorhanden”.

Voor het Kyoto-protocol tegen de uitstoot van schadelijke broeikasgassen liggen de zaken anders. Steenkool en olie laten zich niet zo gemakkelijk vervangen en er zijn veel meer gebruikers. Bovendien is niet iedereen overtuigd van de hoogdringendheid van het probleem, aldus Stern. De onderzoekers hopen niettemin dat het Kyoto-protocol geratificeerd raakt.

Het verdrag treedt in werking wanneer het wordt geratificeerd door landen die in 1990 samen 55 procent van de schadelijke broeikasgassen uitstootten. Een ratificatie van Rusland volstaat om die drempel te bereiken, maar Moskou aarzelt. De grootste vervuilers, de Verenigde Staten, hebben zich uit Kyoto teruggetrokken.

Stephen Leahy

xml=6

Ref: na en