Luik hielp inwoners Lubumbashi tellen

Als jij niet naar de burgerlijke stand gaat, komt de burgerlijke stand naar jou. Onder dat motto heeft de Congolese stad Lubumbashi eind vorig jaar voor de eerste keer een grote campagne georganiseerd om alle inwoners in te schrijven en officiële documenten te geven. De burgemeester van Lubumbashi weet nu ook eindelijk hoeveel inwoners zijn stad telt: dat blijken er 1.180.387 te zijn, bijna 400.000 meer dan de plaatselijke universiteit vermoedde. De inventarisatie gebeurde met de steun van de stad Luik en heeft heel concrete gevolgen voor de inwoners.

De 52-jarige weduwe Germaine Mande leeft met haar vier kinderen in de straten van Lubumbashi. De vrouw heeft haar huwelijk nooit laten registreren bij de burgerlijke stand en daar heeft ze nu al lang spijt van. Mijn echtgenoot was één van de grote handelaren van Katanga, vertelt ze terwijl ze op de boulevard Patrice Lumumba rupsen verkoopt. Na zijn dood heb ik het proces voor de erfenis verloren van zijn tweede vrouwe die wel in regel was met de burgerlijke stand. En dat terwijl hij haar slechts onlangs als ‘deuxième bureau’ (de uitdrukking die Congolese mannen gebruiken voor hun maîtresse) genomen had.

Het is onder meer om zulke sociale drama’s te voorkomen dat burgemeester Floribert Kaseba Makunko vorig jaar aan de stad Luik vroeg mee een registratiecampagne op te staren. Luik stuurde vier ambtenaren van de burgerlijke stand om gedurende twee weken intensief samen te werken met hun collega’s uit Kantanga. De Belgische ambtenaren merkten dat er werkelijk geen enkel register of gelijkaardig document bestond. De meeste inwoners geven geboortes, huwelijken of overlijdens nooit aan - omdat ze het belang er van niet inzien en omdat er heel wat geld gevraagd wordt voor zulke administratieve operaties.

Uiteindelijk kregen 640 ‘tellers’ een opleiding: ze moesten huis per huis aflopen, de inwoners registreren en gratis geboorteakten uitdelen voor alle kinderen jonger dan vijf jaar. Ze moedigden iedereen ook aan om in het vervolg huwelijken en overlijdens aan te geven. Daarna kregen de Afrikaanse ambtenaren hulp bij het verwerken van de gegevens en het opstellen van een register. Het materiaal daarvoor, registers en computer, kwam van Luik.

De gevolgen voor de inwoners zijn heel concreet. Omdat mensen geen geld hadden om een vergunning voor een begrafenis te betalen, werden elke nacht een tiental mensen clandestien begraven, vertelt een inwoner van de semi-rurale wijk Kalebuka. Daardoor raakten onze waterputten vervuild. Gelukkig is daar nu een einde aan gekomen.
Vroeger werden slechts 10 procent van de kinderen aangegeven, zegt een medewerkster van het Congolees ministerie voor Familiezaken. Sinds december 2001 allemaal. Bijgevolg kunnen ze allemaal hun rechten doen gelden en bijvoorbeeld genieten van vaccinatiecampagnes. Het is ook voor ons interessant, vertelt Carmen Fernández van de stad Luik. Nu begrijpen we beter de problemen van de Afrikanen bij ons, om bijvoorbeeld een geboorteakte voor te leggen.

Alleen: de uitdaging is om het werk ook te blijven voortzetten. De ambtenaren van burgerlijke stad in Lubumbashi geven eerlijk toe dat het slagen ook zal afhangen van hun sociale situatie. Als onze salarissen even laag blijven, zegt één van hen, dan zullen we de computers, schrijfmachines, GSM’s en auto’s die Luik ons geschonken heeft moeten verkopen om het hoofd boven water te houden. De man overschat dan wel de Luikse steun, wat de toekomstige problemen betreft, heeft hij het vermoedelijk bij het rechte eind.

(Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen naar aanleiding van het Derde Forum van de Wereldalliantie van Steden tegen Armoede (WACAP), dat van 10 tot 12 april plaatsvindt in het Belgische Huy)


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift