Marteling en misbruik voedden onrust in Egypte

Marteling door de politie heeft bijgedragen aan de groeiende onrust in Egypte, zeggen mensenrechtengroepen. In een nieuw rapport stelt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) dat marteling de voorbije twintig jaar veel voorkwam in Egypte en vaak onbestraft bleef.

“De Egyptenaren verdienen een nieuwe toekomst zonder de diepgewortelde praktijk van marteling”, zegt Joe Stork, plaatsvervangend directeur van de divisie Midden-Oosten en Noord-Afrika van HRW. “De reputatie van de Egyptische regering op dit vlak draagt er voor aan belangrijk deel aan bij dat zoveel mensen vandaag de straat opgaan.”

President Hosni Moebarak benoemde zondag Omar Suleiman tot zijn eerste vice-president. Die benoeming werd door de Egyptische demonstranten alom met afkeuring begroet. Suleiman was als hoofd van de Egyptische Algemene Inlichtingendienst (GIS) betrokken bij marteling. Hij werkte samen met het uitleveringsprogramma van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

Berucht

Zes jaar geleden publiceerde HRW een rapport over de periode 1990 tot 2005. In die periode zou Egypte het grootste aantal CIA-gedetineerden hebben ontvangen via het controversiële Amerikaanse programma waaronder terrorismeverdachten werden uitgeleverd aan landen met een dubieuze reputatie op mensenrechtengebied.

In het laatste rapport van HRW, ‘Work on Him Until He Confesses: Impunity for Torture in Egypt’, staat dat de dienst Staatsveiligheidsonderzoek (SSI) de meest beruchte mensenrechtenschender van Egypte is. De SSI is verantwoordelijk voor het in de gaten houden van politieke dissidenten en de oppositie. De dienst is samen met de GIS van Suleiman een pijler van de Egyptische inlichtingendiensten.

Nasr al-Sayed Hassan Nasr, voormalig lid van de Moslimbroederschap, verklaarde tegenover HRW dat hij tijdens zijn detentie van zestig dagen van een SSI-beambte te horen kreeg “dat dit in het Midden-Oosten de grootste inlichtingencitadel is. Je zit 35 meter onder de grond op een plaats waar niemand van weet, behalve de minister van Binnenlandse Zaken.”

Jihad

Nasr zegt dat hij continu geblinddoekt was. Hij werd geslagen, kreeg elektroshocks en werd bedreigd met seksueel misbruik en vernedering. Laurence Wright, auteur van ‘The Looming Tower’, over de geschiedenis van Al Qaeda, suggereert dat er een connectie bestaat tussen misbruik in Egyptische gevangenissen, waar de nummer twee van Al Qaeda, Ayman Zawahiri, werd gemarteld, en de aanslagen van 9/11 op de Twin Towers in New York en het Pentagon.
 
Door de Moslimbroederschap te onderdrukken wist Moebarak een islamitische revolutie in zijn eigen land tegen te houden, schreef de conservatieve columnist Ross Douthat deze week in de New York Times. “Maar hij hielp ook de islamisten in het land te radicaliseren en internationaliseren, door mannen uit de politiek te houden en ze naar de wereldwijde jihad te drijven.”

Een noodtoestand, die veiligheidstroepen toestaat om buiten de wet te opereren, geldt in Egypte al sinds 1967. Moebarak, die in 1981 president werd, rechtvaardigde de verlenging, ondanks internationale kritiek, op basis van de continue dreiging van terrorisme.

De Verenigde Staten geven jaarlijks twee miljard dollar militaire en economische hulp aan Egypte. Washington moet nu een positie zien te vinden tussen de steun aan het regime van Moebarak en de kritiek op de onderdrukking van burgers en het machtsmisbruik door Cairo.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift