Meisjes zetten inhaalwedstrijd op school voort

Voor de Afghaanse meisjes begint
het schooljaar stilaan lang te duren. Na de lange wintervakantie zijn de
scholen in Afghanistan pas eind maart weer opengegaan, maar veel meisjes
volgen al ononderbroken lessen sinds de val van het Taliban-regime in
november, om hun grote achterstand op de jongens ze snel mogelijk in te
halen. Onder het bewind van de Taliban werden alle meisjesscholen in
Afghanistan gesloten. Sommige meisjes konden vier tot vijf jaar helemaal
niet studeren, anderen moesten dat in het geniep doen.


Niemand heeft nog oog voor het bord als de deur opengaat in de zesde klas
van de meisjesschool Fatima Balkhi. Dat kan ook maar moeilijk - de
binnenkant van de geïmproviseerde deur doet dienst als bord. Volgens
Zarmina, de directrice van de school, krijgen de ongeveer 6.000 leerlingen
in de instelling alle vakken die voor de machtsovername door de Taliban op
het programma stonden - wiskunde, geschiedenis, Dari, Pathaans, Engels en
sommige religieuze vakken.

In Balkh, een provincie in het noorden van Afghanistan, gaan alweer 39.000
meisjes naar school, een derde van de totale populatie in de 180 scholen in
de regio. In heel het land zouden nu 1,5 miljoen jongens en meisjes op de
schoolbanken zitten, al zijn er eigenlijk 4,4 miljoen Afghaanse kinderen en
jongeren schoolplichtig.

Maar veel scholen zijn die naam amper waard. In Fatima Balkhi heeft alleen
de derde klas - voor leerlingen van acht tot tien - een echt bord. In de
ruimte van vijf op zeven zitten 140 meisjes samengepropt. Tafels of stoelen
zijn er niet. De leerlingen van de vijfde graad hebben nog minder geluk. Ook
hier is er geen meubilair, maar bovendien gaapt er een groot gat in het dak.

De Taliban waren hier in het noorden van het land vier jaar aan de macht -
in die tijd zijn we alles kwijtgeraakt, zegt Faizullah Ansari, de directeur
van de onderwijsadministratie in de provincie Balkh. Hij klaagt dat er zelfs
bijna geen boeken meer zijn. De Taliban hebben veel boeken verbrand omdat
die volgens hen voor ongelovigen bestemd waren. Voor hen waren alleen mensen
die vijf keer per dag baden en zich bezig hielden met de studie van
religieuze onderwerpen echte moslims. Ze waren niet geïnteresseerd in
artsen, rechtskundigen of ingenieurs.

Gelukkig krijgen de Afghanen buitenlandse hulp om het onderwijs weer op gang
te trekken. Meisjesscholen die door de Taliban werd omgevormd tot kazernes
of schoolgebouwen die verwoest werden tijdens de oorlog, worden met die
steun zo snel mogelijk heropgebouwd. Met geld uit Japan, Duitsland en Zweden
hebben drukkerijen in de VS al ongeveer vier miljoen handboeken voor het
lager onderwijs gedrukt en afgeleverd in Afghanistan. De boeken zijn
geschreven in het Dari en het Pathaans, de twee belangrijkste talen in het
land. De boeken doen een nieuwe wind waaien. In de teksten spelen vrouwen
bijvoorbeeld niet langer enkel de rol van huisvrouw - de lezertjes leren dat
vrouwen ook buitenshuis een beroep kunnen uitoefenen. En de vrouw die in één
van de leesboekjes in het Dari onder het woord ‘leerkracht’ staat afgebeeld,
draagt een eenvoudige hoofddoek en zeker geen allesverhullende burqa.

In maart kondigde de Amerikaanse president George W. Bush aan dat er tegen
het einde van dit jaar zeker nog zes miljoen nieuwe handboeken naar
Afghanistan gaan. Volgens hem zal dat nieuwe lesmateriaal de Afghaanse
scholieren tolerantie en respect voor de mensenrechten bijbrengen, in plaats
van de boodschap van fanatisme en onverdraagzaamheid die ze vroeger te horen
kregen. De VS zullen ook twintig ploegen met pedagogische experts betalen
die een deel van de leerkrachtenopleiding voor hun rekening kunnen nemen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift