Mensenrechten in Nigerdelta nog steeds in olie gesmoord -HRW-rapport

Drie jaar na het aantreden van een
democratisch verkozen regering in Nigeria is het lot van de volken in de
olierijke Nigerdelta nauwelijks verbeterd. Dat blijkt uit een vandaag
(dinsdag) gepubliceerd rapport van Human Rights Watch (HRW). De
veiligheidsdiensten en de bewakingsfirma’s van de oliebedrijven treden nog
steeds buitengewoon brutaal op bij conflicten met de lokale bevolking en de
misbruiken uit het verleden blijven onbestraft. De oliegiganten die de olie
oppompen, investeren meer dan vroeger in de lokale gemeenschappen, maar het
extra geld wakkert de spanningen in de lokale gemeenschappen aan.


Sinds het militaire regime van generaal Sani Abacha in 1995 toneelschrijver
en activist Kenneth Saro-wiwa samen met acht andere leiders van de Beweging
voor de Overleving van het Ogonivolk (MOSOP) opknoopte, is er heel wat
veranderd in de Nigerdelta. De standrechtelijke executies vestigden toen de
aandacht van de wereld op de politieke repressie in Nigeria en de roofbouw
in het thuisland van de Ogoni’s. De Nigerdelta stond toen onder de controle
van de gevreesde Mobile Police, een paramilitaire groep die gesteund werd
door Royal Dutch/Shell, zo is duidelijk gebleken uit documenten die
sindsdien in de openbaarheid kwamen. Onder druk van milieuorganisaties als
de Sierra Club en mensenrechtenorganisaties als Amnesty International
beloofde de in 1999 verkozen president Olusegun Obasanjo de deltavolken
beter te beschermen.

Het HRW-rapport toont wat daarvan in huis is gekomen. Een aanzienlijk deel
van de nationale begroting werd overgeheveld naar het lokale bestuur in de
Nigerdelta. Er werd een Commissie voor de Ontwikkeling van de Nigerdelta
(NDDC) opgericht om prioriteiten vast te leggen en toezicht uit te oefenen
op ontwikkelingsprojecten in de regio. De bedrijven actief zijn in de regio
- Shell, ChevronTexaco, ExxonMobil, Agip en TotalFinaElf - investeren in
lokale ontwikkelingsprojecten en stimuleren onmiskenbaar de werkgelegenheid
in de gastgemeenschappen, stelt HRW.

Dat neemt echter niet weg dat de mensenrechtenschendingen in het gebied nog
steeds schering in inslag zijn. Vooral de volken die destijds niet de
krantenkoppen haalden hebben te lijden onder het destabiliserende effect van
de oliewinning.

Sinds het aantreden van Obasanjo is het tot een aantal gewelddadige
confrontaties gekomen tussen de autoriteiten en de deltavolken. Het ergste
incident vond plaats vijf maanden na het aantreden van de burgerlijke
regering, toen soldaten honderden mensen doodden toen de stad Odi in de
deelstaat Bayelsa in de as werd gelegd. Tot op heden is niemand
verantwoordelijk gesteld voor die tragedie.

Ook dit jaar kwam het tot gewelddadige confrontaties in de Nigerdelta. In
januari kwam de Nigeriaanse marine in actie in Liama, in de deelstaat
Bayelsa, tegen een bezetting van negen oliebedrijven aan de kust. In de
aanval werden 20 tot 30 huizen vernietigd en lieten twee actievoerders het
leven. Twee anderen werden gedood toen het tot een vuurgevecht kwam op zee.
In juli van dit jaar kwam het tot een confrontatie tussen de
veiligheidsdiensten van ChevronTexaco en enkele honderden Ijaw-vrouwen die
de kantoren van het bedrijf bezetten om meer steun voor hun gemeenschap te
vragen.

In Finima, waar ExxonMobil een grote exportterminal heeft, deed het bedrijf
een bitter conflict ontstaan tussen twee facties door herstelbetalingen uit
te keren aan één groep. De lokale politie, gecontroleerd door een andere
etnische groep, ging uiteindelijk over tot de arrestatie van leden van de
groep die in de prijzen was gevallen. HRW documenteert nog andere gevallen
van tweedracht als gevolg van ondoordachte initiatieven. Zo gingen twee
rivaliserende groepen in de stad Gbarantoru met elkaar op de vuist als
gevolg van een beslissing van Shell om bepaalde aandeelhouders van
onderhandelingen uit te sluiten uit. In de deelstaat Rivers kwamen
tientallen mensen om bij geweld tussen het Billevolk en de Kalabari’s. Beide
groepen betwisten een stuk land waar Shell twee oliewinningen heeft en beide
maken ze aanspraak op de voordelen die dat met zich meebrengt.

De Nigeriaanse regering is er niet in geslaagd om grensgeschillen te
beslechten en ervoor te zorgen dat de opbrengsten van de oliewinning eerlijk
worden verdeeld. Daardoor is er een situatie ontstaan waardoor de
oliebedrijven moeten optreden als scheidsrechter over landdisputen, een taak
waarvan ze zich slecht kwijten, zegt het rapport. HRW eist dat zowel de
regering als de oliebedrijven duidelijkheid scheppen en optreden als
bemiddelaar tussen de volkeren in de Nigerdelta. De oliegiganten moeten
beter toezien op het gedrag van hun veiligheidsdiensten en van de lokale
politie. Ze moeten ook garanties vragen als ze vertegenwoordigers van deze
of gene stam uitbetalen, want het blijkt dat die het geld vaak in eigen zak
steken. HRW eist van de Nigeriaanse regering dat ze de schuldigen van de
executies in 1995 en de slachting van 1999 in Odi vervolgt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift