Mexicaans patriottisme leeft op

Op de dodenlijst uit Irak komen steeds meer
Latijns-Amerikaanse namen voor. De gesneuvelde militairen zijn soldaten,
geen generaals. En toch staan er aan de Amerikaanse ambassade in Mexico
lange rijen kandidaat-strijders, vol hoop op een betere toekomst.


Tussen 20 maart - het begin van de oorlog - en 1 april hebben meer dan
tweehonderd Mexicanen zich bij de Amerikaanse ambassade en consulaten
aangeboden voor toetreding tot het Amerikaanse leger. Het gaat vooral om
‘campesinos’, arme Mexicaanse boeren, die zo legaal naar de VS hopen te
emigreren. Maandelijks trachten tienduizenden arme Mexicanen op gevaar van
eigen leven illegaal de grens over te steken, vaak met heel het gezin.

De Amerikaanse ambassade in Mexico-stad voert een mediacampagne om uit
leggen dat enkel mensen met een wettelijke verblijfsvergunning voor de VS en
Amerikaanse staatsburgers zelf voor rekrutering in aanmerking komen;
desondanks blijven de kandidaat-soldaten toestromen. Zelfs de dood van vier
Amerikaanse Mexicanen aan het Iraakse front - breed uitgesmeerd in de
Mexicaanse pers - en de gruwelbeelden van het slagveld kunnen het
enthousiasme niet temperen.

Ook veel Latijns-Amerikanen die legaal in de VS verblijven, willen in het
leger. Op die manier hopen ze hogerop de sociale ladder te komen en
misschien
zelfs volwaardig Amerikaans staatsburger te worden. Latino’s worden in de
VS immers nog vaak met de nek aangekeken. De Amerikaanse ambassade in Mexico
geeft toe dat een rekruut voor het Amerikaanse leger in de toekomst
bepaalde
voordelen kan verwerven. Zo werd Jesus Suarez uit Californië op de
middelbare school gerekruteerd met de belofte op een beurs voor hogere
studies. De nu twintigjarige Jesus sneuvelde in Irak.

Er zijn zowat 120.000 Latino’s in het Amerikaanse leger -
waarvan het merendeel Mexicanen. Samen vormen zij bijna negen procent van
het totale personeelsbestand, terwijl hun aandeel in de Amerikaanse
bevolking toch twaalf procent bedraagt. Wel zijn de Hispanics - dat is de
term die de Amerikaanse regering gebruikt - oververtegenwoordigd in de
laagste rangen van het Amerikaanse militaire personeel: zij vechten als
gewone soldaten. Slechts twee procent van de generaals met een ster en een
procent van de generaals met twee sterren is Latino. En in de buurt van
Colin Powell en Norman Schwartzkopf wordt al helemaal geen Spaans gesproken.

De Mexicaanse regering betuigde deze week haar steun aan de families
van de gesneuvelde Amerikaans-Mexicaanse soldaten; familieleden in Mexico
krijgen ook financiële hulp om de begrafenis in de VS bij te wonen. Minister
van Buitenlandse Zaken Luis Derbez onderzoekt de mogelijkheid om bij de
Iraakse regering de zaak te bepleiten van Edgar Hernández, een
krijgsgevangene van Mexicaanse origine. Jesús Velasco, onderzoeker van het
Departement Internationale Aangelegenheden van het Autonoom Technologisch
Instituut van Mexico, vindt die bijzondere aandacht van de Mexicaanse
regering misplaatst. Het menselijke verlies is wel betreurenswaardig, maar
speciale gevoeligheid voor de oorsprong van de soldaten is zinloos: die
jongens vervoegden het Amerikaanse leger immers uit vrije wil.

Veel Mexicaanse Amerikanen in de VS zijn het daar niet mee eens. José
Espinoza,
veteraan uit de vorige Golfoorlog, benadrukt dat de soldaten deugd hebben
van de Mexicaanse steun en aandacht: zij zijn er trots op dat de Mexicaanse
regering en maatschappij om hen geven. In de VS zoeken de Latino’s naar een
identiteit, zij willen er bijhoren. De Mexicaanse steun herinnert hen aan
wie ze zijn en van waar ze komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift