Migranten weerloos tegen zwaard Saudische justitie

Het 19-jarige Srilankaanse kindermeisje Rizana Nafeek heeft geluk gehad. Ze ontsnapte op het nippertje aan het zwaard van de Saudische scherprechter omdat een Aziatische mensenrechtenorganisatie en Srilankaanse diplomaten net op tijd het geld bijeenkregen om bij de Saudische rechter in beroep te gaan. De meeste terdoodveroordeelden in Saudi-Arabië zijn migranten, die geen geld hebben om een advocaat te betalen.
Rizina Nafeek werd op 16 juni 2007 ter dood veroordeeld voor moord op een vier maanden oude baby, die stikte toen ze hem op het middaguur de fles gaf. Nafeek kreeg tot 16 juli de tijd om in beroep te gaan, zoniet zou ze worden onthoofd en zou haar lichaam op een openbare plaats worden tentoongesteld om misdadigers te herinneren aan onverbiddelijke strengheid van het Saudische gerecht.
De reddingsactie werd op het getouw gezet door de in Hongkong gebaseerde Asian Human Rights Commission (AHRC), in samenwerking met de Srilankaanse ambassade in Riyad. Die schakelde een lokaal advocatenkantoor in en wist de kosten voor een beroep tegen het doodsvonnis, ongeveer 250.000 rial of 48.000 euro, met ongeveer 40 procent te drukken.
De Srilankaanse vice-minister voor buitenlandse zaken Hussein Bhaila is intussen samen met de ouders van het meisje en een moslimgeestelijke naar Saudi-Arabië gereisd in de hoop de ouders van de dode baby ertoe te bewegen genade te verlenen. De ouders zijn de enigen die genade kunnen verlenen, maar weigerden dat te doen toen het vonnis de eerste keer werd uitgesproken en wilden ook de ambassadeur van Sri Lanka niet ontvangen.
Zelf had de familie van het kindermeisje nooit genoeg geld bij elkaar kunnen brengen om de kosten voor een adequate verdediging te betalen. Volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International waren 26 van de 39 mensen die in 2006 in Saudi-Arabië werden geëxecuteerd buitenlanders.
Volgens de AHRC ging de veroordeling van Nafeek gepaard met talrijke onregelmatigheden. Het meisje, dat nog maar twee weken in Saudi-Arabië werkte, werd zonder hulp van een vertaler of advocaat gedwongen om een bekentenis te ondertekenen op basis waarvan ze werd veroordeeld voor moord door wurging van het kind. Bovendien negeerde de rechter de informatie over de minderjarigheid van het meisje, dat op het moment van de feiten nog maar 17 jaar was. Saudi-Arabië heeft een Conventie ondertekend die de doodstraf voor minderjarigen verbiedt.
De valse informatie op het paspoort maakt Nafeek vijf jaar ouder dan ze in werkelijkheid was. Volgens migrantenorganisaties zijn 10 tot 25 procent van de Srilankaanse vrouwen die naar het buitenland trekken eigenlijk te jong. In Saudi-Arabië, dat momenteel 300.000 gastarbeiders uit Sri Lanka telt, moeten migranten minstens 22 jaar oud zijn.
Het tragische geval van Nafeek illustreert volgens David Soysa, de directeur van het Centrum voor Migranten in de Srilankaanse hoofdstad Colombo, hoe slecht de migranten worden voorbereid op hun werk in de landen van het Midden-Oosten. Het Sri Lanka Foreign Employment Bureau, de belangrijkste regeringsdienst voor economische migranten, voorziet nauwelijks 12 dagen opleiding.
“Er is een ernstig probleem met de opleiding van migranten”, zegt Soysa, “Het meisje wist niet eens hoe ze een zuigeling een boertje moet laten maken wanneer die zich verslikt. Een kindermeisje met een betere training had de situatie zonder problemen opgelost.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift