Milieubescherming nog altijd ondergeschoven kind

De Thaise overheid moet deze week een interessante
knoop doorhakken: zal een onlangs blootgelegde goudader in het nationaal
park Thong Pha Phum ontgonnen worden, of kan het goudmijntje beter in zijn
huidige staat behouden blijven om als toeristische attractie geld in het
laatje te brengen? Van officiële zijde oppert niemand dat het misschien wel
het beste is het nationaal park gewoon ongeschonden te laten. Dat
illustreert hoe marginaal milieubescherming in Thailand wel is.


De goudader bevindt zich in de provincie Kanchanaburi, op amper vijf
kilometer van de Birmaanse grens. De Thaise overheid kwam onlangs achter
het bestaan van de illegale mijn nadat bij een groep van Birmanen die in de
buurt rondhingen 7,5 gram goud was gevonden. Plodprasop Suraswadi, de
hoogste Thaise ambtenaar die over bosbeheer gaat, mobiliseerde meteen een
honderdtal boswachters om de omgeving van de mijn hermetisch af te sluiten.
Nu onderzoeken geologen van het ministerie van Minerale Hulpbronnen of de
volgens alle verwachtingen bescheiden ader rendabel geëxploiteerd kan worden.

Geen haar op het hoofd van Plodprasop dat eraan twijfelt dat de ader
leeggehaald moet worden als hij groot genoeg is - het is onzin zo’n edel
metaal in de jungle te laten liggen. Maar hij heeft ook al een plannetje
klaar voor het geval dat de goudvoorraad te klein blijkt. Dan kunnen we de
site toegankelijk maken voor toeristen die willen zien hoe een goudader er
nu eigenlijk uitziet. Het feit dat de nummer één van het ministerie van
Bosbouw er zo licht overheen gaat dat de mijn in een beschermd gebied ligt,
bewijst hoe relatief het belang van milieubescherming is voor veel Thaise
ambtenaren zodra er economische belangen meespelen.

Het belang van het toerisme voor de Thaise economie is niet min. Thailand
ontvangt per jaar al meer dan 10 miljoen buitenlandse bezoekers. De
deviezen die daardoor het land binnenstromen, komen goed van pas nu de
industriële export het slecht doet als gevolg van de wereldwijde
groeivertraging. Maar milieuactivisten en actievoerders die opkomen voor de
belangen van de gewone Thais zijn daar niet gelukkig mee. Het toerisme
levert makkelijk geld op, maar op lange termijn is het geen goede
inkomstenbron. We verliezen meer en meer de controle over onze natuurlijke
rijkdommen, zegt Chayant Pholpoke, een adviseur van het Tourism
Investigation and Monitoring Team (Tim-team). Hij vindt ook dat de hoge
vlucht die het toerisme leidt tot een gevaarlijk eenzijdige ontwikkeling
van het toerisme.

Maar de projectontwikkelaars hebben geen last van dergelijke zorgen. Ze
smeden steeds wildere plannen. Hotelketens hebben hun oog laten vallen op
het relatief ongerepte groene Ko Chang, het grootste Thaise eiland na
Phuket, en de kleinere eilanden in de buurt. In de bergachtige provincie
Chiang Mai wordt er een skigebied gepland - al zal er het hele jaar door
alleen op kunstsneeuw kunnen worden geskied. En in februari begon de Thaise
overheid met een speciale campagne om meer golfers aan te trekken. De
regering hoopt dat de Thaise greens tegen 2007 een miljoen spelers per jaar
zullen lokken - dat zou het land dan bijna een half miljard euro opleveren.
Maar de milieukosten van die onderneming werden door de
Mahidol-universiteit in Bangkok in kaart gebracht: om één enkele golfbaan
mooi groen te houden is er dagelijks 6.500 kubieke meter water
nodig evenveel als 60.000 dorpelingen op een dag verbruiken en een
aanzienlijke hoeveelheid kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift