Misbruik tussen zijden lakens

In de Indiase zijde-industrie werken zeker
350.000 kinderen; de jongste arbeidertjes zijn niet ouder dan vijf. Dat
blijkt uit een rapport van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human
Rights Watch (HRW) dat vandaag (donderdag) in Londen werd voorgesteld. De
kinderen, die worden ingezet bij het afwikkelen van zijdedraad en het weven
en het borduren van zijden stoffen, werken zes of zeven dagen van 12 uur of
meer en worden vaak mishandeld. Veel kinderen zijn schuldslaven; ze zijn
door hun ouders uitgeleend aan hun werkgevers om een bedrag terug te
betalen dat ze bij hem konden lenen. Maar de kinderen verdienen zo weinig
dat ze vaak nooit aan die schuldverplichtingen kunnen voldoen. Volgens HRW
onderneemt de Indiase regering te weinig tegen die wantoestanden.


HRW heeft zijn onderzoeksresultaten samengevat in een rapport van 85
pagina’s, ‘Small Change: Bonded Child Labour in India’s Silk Industry’.
‘Small Change’ is een woordspeling die verwijst naar het magere loon van de
kinderen en ook aangeeft dat geen verandering komt in de wraakroepende
situatie. ‘Bonded labour’ of schuldslavernij is verboden volgens de Indiase
wetgeving en ook kinderarbeid is aan strenge beperkingen onderworpen, maar
volgens HRW zijn er nog overal zijdeateliers te vinden waar kinderen in
miserabele omstandigheden werken.

Tot hiertoe ging de aandacht vooral naar kinderarbeid in de tapijtsector,
bij de aanmaak van sportartikelen en bij de productie van ‘beedi’s’
(goedkope, met de hand gerolde sigaretten), zegt Zama Coursen-Neff, de
auteur van het rapport. De ondernemers in de zijde-industrie worden nog
grotendeels met rust gelaten, al beweert het Indiase ministerie van Arbeid
dat het probleem ook daar wordt aangepakt.

HRW onderzocht de zijde-industrie de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh en
twee zuidelijke staten, Karnataka en Tamil Nadu. In veel ateliers in het
zuiden zijn kinderen openlijk aan het werk, soms in zalen waar tot 50
weefgetouwen staan, zegt Coursen-Neff. In Uttar Pradesh hebben sommige
ondernemers hun weefgetouwen ondergebracht in woonhuizen, wat de ontdekking
moeilijker maakt. Volgens HRW komen de meeste arbeidertjes uit
Dalit-families, de zogenaamde ‘onaanraakbaren’ waarvoor traditionele
hindoes weinig of geen respect hebben.

De Indiase overheid moet de bestaande wetten uitvoeren en deze kinderen
opsporen, bevrijden en hun helpen terug een gewoon leven te voeren, eist
HRW. Ook dergelijke ‘rehabilitatie’-programma’s zijn sinds 1996 wettelijk
verplicht. De werkgevers moeten worden vervolgd, vindt HRW. De
mensenrechtenorganisatie roept de internationale donorgemeenschap op met
dat doel druk te zetten op de Indiase regering en de deelstaatoverheden.

Volgens HRW hebben de kinderen in de zijde-industrie het zwaar te verduren.
Kinderen die de draad van de cocons van de zijderupsen afwikkelen, moeten
hun handen steeds weer in heet water dompelen dat hen brandblaren bezorgt.
De draden bezorgen hun ook snijwonden, terwijl het transport van dode
rupsen infecties oplevert. Sommige kinderen ademen verbrandingsgassen in
van machines, andere zitten in urenlang in enge, slecht verluchte ruimtes
achter weefgetouwen. Vaak worden ze door hun bazen geslagen. De meeste
kinderen gaan niet naar school, en velen zijn half kreupel en nog steeds
straatarm als ze de volwassenheid bereiken.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2795   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 2795  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.