Namibië worstelt met voedselveiligheid

Namibië maakt zich zorgen over zijn voedselvoorziening. De levensmiddelen die het land massaal vanuit Zuid-Afrika invoert, worden almaar duurder en initiatieven om de eigen landbouwproductie op te drijven of de stijging van de voedselprijzen voor arme mensen op te vangen, kennen weinig succes.
Voor een huisje uit golfplaten in Havana, een krottenwijk van Windhoek, stampen zwetende vrouwen urenlang mahangu, een plaatselijke gierstsoort. Ze verkopen het geplette graan op de markten in de hoofdstad, en hun succes illustreert de problemen in Namibië.

“De mensen klagen”, zegt Johanna Kunalimwe, een verkoopster van mahangu op een van die markten. “Het eten in de winkels is veel te duur, zelfs basisingrediënten als maïsmeel worden onbetaalbaar. Een zak van tien kilogram kost makkelijk vijftig Namibische dollar.”

Vijftig Namibische dollar is 3,5 euro, en dat is veel geld in een land waar volgens de VN 60 procent van de bevolking minder dan 1,5 euro per dag kan uitgeven. De meeste inwoners van de krottenwijk Havana behoren tot het derde van de bevolking dat nog geen euro per dag verdient.

Noord-zuidtransfers



De arme Namibiërs schuimen dan maar de markten af, waar de allergoedkoopste waar te krijgen is. Veel maïsmeel wordt ingevoerd, maar andere graansoorten komen van het noorden van het land. Veel families werken collectief op hun mahanguvelden en verkopen wat ze zelf niet nodig hebben om met de opbrengst ervan kleren of schoolgeld te betalen. Andere boeren sturen een deel van hun oogst naar het zuiden, naar verwanten die in de krottenwijken bij de steden wonen.

De bescheiden graantransporten van noord naar zuid helpen veel mensen in de armenwijken de eindjes aan elkaar te knopen. Maar de nood stijgt, zelfs nadat de regering de BTW op gierst, bonen, bakolie, brood en meel vorig jaar heeft verminderd. De voedselprijzen zijn in één jaar tijd met gemiddeld 17 procent gestegen. Op het platteland hebben opeenvolgende overstromingen en droogteperiodes bovendien de voedselreserves aangetast. Volgens het Wereldvoedselprogramma is daardoor al 29 procent van de Namibische kinderen jonger dan vijf ondervoed. Hier en daar lenigen soepkeukens de nood, maar in sommige delen van het land moeten arme mensen bij tegenslag echt honger lijden   

Niet realistisch



“Hier en daar heerst er echte armoede, maar ik zou niet van een ernstige situatie spreken”, zegt Admir Bay, de vertegenwoordiger van de Landbouw– en Voedselorganisatie van de VN in Namibië. “Elk land wil zijn eigen voedsel produceren, maar dat is niet altijd realistisch. Als een middeninkomensland bevindt Namibië zich in de gelukkige situatie dat het voedsel kan importeren.”

En dat doet het land dan ook. Twee derde van het voedsel dat Namibië verbruikt, komt uit het buurland Zuid-Afrika. De hoge prijzen daarvan betekenen een zware belasting voor de arme Namibiërs.

Als de voedselimport uit Zuid-Afrika opeens ineenstort, zou dat een drama zijn voor het land. Maar zelf meer voedsel produceren lukt ook niet. De overheid geeft subsidies en zet projecten op die gevestigde boeren in staat moeten stellen uit te breiden en nieuwe boeren moeten helpen op te starten. Langs de schaarse rivieren in het land wordt de irrigatielandbouw bevorderd.

“De projecten kampen met veel problemen”, zegt Siegfried Engels, het hoofd van de het Trainingscentrum voor Irrigatie in Mashare. “Sommige zijn helemaal mislukt, andere bevinden zich nog altijd in de opstartfase.” De beloofde overheidsinvesteringen laten vaak te lang op zich wachten, terwijl de stijgende kosten voor zaden en meststoffen projecten opeens ook onrendabel hebben gemaakt. Lesgevers haken gedesillusioneerd af en proberen een baantje in Windhoek te vinden. Grote boeren die als partners werden aangetrokken, zijn intussen naar Botswana vertrokken.   


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift