Nieuwe armoedemeter gevaarlijk voor dictators

Het meten van ‘chronische armoede’ gebeurt doorgaans volgens de oude methode die de mens als louter arbeidend schepsel ziet, of net niet. Sociale wetenschappers werken tegenwoordig aan een nieuwe, ‘holistische’ methode, die de mens meer als een element in een wirwar van bepalende omstandigheden beschouwt. Dat maakt van de armoedebepaling niet langer een onschuldige, zuiver wetenschappelijke handeling.

Vroeger werd enkel gekeken naar job en inkomen om armoedecijfers te berekenen en te voorspellen of iemand het ‘risico’ liep om chronisch arm te worden. Tegenwoordig wordt een hele rits parameters in overweging genomen: onder meer het opleidingsniveau, de effectiviteit van sociale dienstverlening waar iemand van kan genieten, politieke vrijheid en de mogelijkheid over eigen land te beschikken.

Tenminste, dat is het ideale scenario. Volgens het Southern African Regional Poverty Network (SARPSN), een Zuid-Afrikaanse denktank die meewerkt aan de modernisering van de meetmethode, wordt doorgaans wel aanvaard dat armoede meer is dan een gebrek aan werk (en dus aan geld). Toch klampt een groot deel van de ontwikkelingslanden zich vast aan de oude methode, die tekortschiet bij de voorspelling van fluctuaties in de toestand van grotere groepen mensen, zo rapporteert het SARPSN.

Voor autoritaire regimes is de oude methode veiliger. Geldgebrek zegt niets over een democratisch deficit en het slecht functioneren van een corrupt systeem. Als ontwikkelingslanden toch de nieuwe methode in dienst nemen, adopteren ze dus veel meer dan een bijgevijlde wetenschappelijke techniek. Ze krijgen er een meetinstrument voor het eigen democratisch gehalte bij.

Die link tussen armoede en democratie is een van de dada’s van de Indiër Amartya Sen, Nobelprijswinnaar economie in 1998. Het was een onderzoek naar het verband tussen verkiezingen, een vrije pers en voedselveiligheid waarmee Sen de Nobelprijs kreeg. Politici die bij verkiezingen op de voorkeur van het volk kunnen rekenen en door de media gevolgd worden, vertonen volgens Sen de neiging een beleid te voeren dat meer doet voor voedselveiligheid. Sens algemene stelling luidt dat een groter democratisch gehalte in een ontwikkelingsland het pad effent naar een gezondere economie.

Niet alleen het democratische gehalte van een staat, ook de vraag of er discriminatie aanwezig is, moet volgens het SARPSN in aanmerking worden genomen bij het meten van chronische armoede. Wie bijvoorbeeld het foute geslacht heeft - bijna altijd vrouwelijk - heeft het veel moeilijker om zich uit de armoede te werken. En ook de plaats waar iemand woont - platteland of stad - en studieniveau zijn volgens het SARPSN van belang.

Dat het geheel een kluwen van parameters wordt, is daarbij onvermijdelijk. Zo toonde onderzoek in Botswana en Lesotho aan dat de mensen meer shockbestendig zijn als ze beter onderwijs hebben genoten. Gezond verstand wordt er door aangemoedigd, en ook dat heeft een economische waarde, net als een landgoed of een bankrekening. Maar tezelfdertijd is de waarde van onderwijs onmogelijk algemeen te bepalen. Studies in Afrika geven aan dat onderwijs als economisch goed onbelangrijk wordt als er geen jobs voorhanden zijn, stelt het SARPSN. Er moeten dus vele corrigerende mechanismen worden ingebouwd.

David Hulme, directeur van het Zuid-Afrikaanse Chronic Poverty Research Centre, is voorstander van de nieuwe aanpak. Alleen door zo veel mogelijk pluspunten en goederen in de meest brede zin met elkaar op te tellen, kan men voorspellen of iemand bestand is tegen een economische shock, stelt Hulme.

Volgens waarnemers zijn deze opmerkingen in het bijzonder van toepassing op de sterke man van Zimbabwe, Robert Mugabe. Zijn drastische landherverdelingprogramma, dat op veel voorbehoud van de VN stuit, zal volgens de nieuwe methode niet snel tot een netto vermindering van de armoede leiden. Land is een economisch goed, maar de kennis om ermee om te gaan is dat in de nieuwe visie ook. Boeren mogen ook niet bruusk beroofd worden van hun rechten.

Het einddoel van het SARPSN is zowel overheden als niet-gouvernementele organisaties te helpen betere armoedebestrijdingprogramma’s op te stellen. Zo kan misschien een einde komen aan de sterk schommelende peilingen inzake armoede. Het aantal chronisch armen wereldwijd varieert van 450 miljoen tot 900 miljoen zielen.

James Hall

xml=2

ref: af dv lb pr

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift