Nieuwe vis in oude netten

Op 11 of 12 juni doopt de Europese
Visserijraad naar alle waarschijnlijkheid de omstreden visserijakkoorden die
nu bestaan tussen de EU en een tiental Afrikaanse landen om tot
partnerschapsakkoorden. Critici geloven dat er niet veel zal veranderen:
Europese vissers zullen onredelijk veel vis kunnen blijven bovenhalen uit de
Afrikaanse wateren.


In 2001 hernieuwde de Europese Unie haar visserijakkoorden met Mauritanië en
Guinee-Bissau, vorig jaar kwamen Senegal, Angola, Mauritius, Guinee en
Mozambique aan de beurt. De verdragen regelen de toegang van Europese
vissersschepen tot de wateren van de Afrikaanse partners en bepalen welke
financiële vergoeding daarvoor betaald wordt. Meestal zegt de EU ook hulp
toe aan de plaatselijke visserijsector. Tegenstanders van de
visserijakkoorden zeggen dat de EU de overbevissing van de Afrikaanse
territoriale wateren in de hand werkt door voor de Europese vissersvloten
het recht af te dwingen de visgronden voor de Afrikaanse kusten af te
schuimen. Plaatselijke vissers zouden daardoor in de problemen komen.

De EU legt er bij elke ondertekening van een nieuw akkoord de nadruk op dat
de afspraken beide partijen ten goede komen en dat de EU streeft naar
duurzame visserij en coherentie tussen het Europese visserijbeleid en andere
beleidsterreinen - onder meer ook het ontwikkelingsbeleid. De EU maakt zich
ook sterk dat de nieuwe afspraken voldoende waarborgen bieden aan de
Afrikaanse kustvisserij - die uiteraard niet op kan tegen de moderne vloten
uit Europa.

Maar uit de onderhandelingen over de vernieuwing van de visserijakkoorden
blijkt dat de belangen van Europa en de Afrikaanse landen niet altijd
gelijklopen. De discussies met Senegal verliepen erg moeizaam, en de
gesprekken met Marokko zijn zelfs helemaal mislukt. Europa wil voor zijn
vissers zo groot mogelijke vangstkansen in de Afrikaanse wateren en wil
daarvoor zo weinig mogelijk betalen. De Afrikaanse verdragspartners willen
uiteraard het onderste uit de kan wat de vergoedingen betreft en proberen
verder de huidige en toekomstige vangsten van hun eigen vissers te
vrijwaren. De welwillende paragrafen in de nieuwe verdragen blijken
bovendien weinig bescherming te bieden aan de Afrikaanse kustvissers. De in
Brussel gevestigde Coalitie voor Eerlijke Visserijakkoorden (Cape) zegt over
veel voorbeelden te beschikken van Europese vissersschepen die vlakbij de
Afrikaanse kust vissen en daarbij de netten van hun plaatselijke collega’s
vernietigen en soms zelfs prauwen dreigen te overvaren.

Ook binnen de Europese Unie zelf wordt er kritiek geuit op de
visserijakkoorden, vooral omdat die mossel noch vis zijn: geen echte
commerciële overeenkomsten maar ook geen normale ontwikkelingssamenwerking.
De Commissie werkte daarom eind vorig jaar een voorstel uit om de bestaande
akkoorden om te dopen tot partnerschapsakkoorden. De visserijraad van 11 en
12 juni moet daarover een beslissing nemen. Volgens Jacques Prade, de
verantwoordelijke voor Visserijaangelegenheden binnen de directie-generaal
Ontwikklingssamenwerking van de Europese Commissie, komt de nadruk met die
vernieuwing te liggen op het ontwikkelingsaspect van de visserijafspraken en
op de zorg voor duurzaamheid. Akkoorden over soorten die al overbevist
worden, kunnen bijvoorbeeld niet meer. Maar volgens de ngo’s die deel
uitmaken van Cape kan de EU met de vage tekst nog alle kanten uit en gaat
het bij de nieuwe partnerschapsverdragen wel degelijk nog steeds om
commerciële overeenkomsten. Dat blijkt ook uit een passage waarin de
commissie stelt dat voor alles de belangen van de Europese visserijsector
moeten worden verdedigd.

Cape geeft wel toe dat er positieve elementen zitten in het voorstel van de
Commissie om de visserijakkoorden te hervormen tot partnerschapsverdragen.
De Afrikaanse landen zouden onder meer gestimuleerd worden samen te werken
om de evolutie van de visbestanden beter te volgen en om meer inspraak te
bieden aan hun vissers. Maar de coalitie acht het gevaar groot dat in landen
waar belangrijke vissoorten overbevist raken, de lokale vissers op een
vangstverbod kunnen rekenen terwijl de Europese schepen zich vrolijk op weg
maken naar nieuwe vangstgronden. Bovendien is er te weinig aandacht voor de
toegang van Afrikaanse vissers tot de Europese markt. Volgens Cape komt
tonijn die in de buurt van de Seychellen wordt bovengehaald door Europese
vissers zonder problemen Europa binnen, terwijl plaatselijke vissers die
dezelfde vissoort aanbieden te horen krijgen dat het cadmiumgehalte van hun
vangst te hoog is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift