Nieuwe WHO-chef ontvouwt ontwikkelingsagenda

De ontwikkelingslanden moeten ook na 2004 nog kunnen rekenen op technische ondersteuning om beter hun mannetje te staan bij internationale handelsonderhandelingen, en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) krijgt een regionaal kantoor in Afrika. Dat zijn twee opvallende punten in de plannen die de kersverse directeur-generaal van de WHO, Supachai Panitchpakdi, maandag ontvouwde.


Supachai, die in Thailand minister van Handel was, zal de Wereldhandelsorganisatie de komende drie jaar leiden. Voor het eerst heeft de in 1995 opgerichte WHO daarmee een directeur-generaal uit een ontwikkelingsland. Critici stellen dat de landen van het Zuiden niet genoeg aan hun trekken komen binnen de organisatie. Een van de redenen daarvoor is dat de complexiteit van de onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel de mogelijkheden van delegaties van kleine ontwikkelingslanden te boven gaat. Daardoor grijpen ontwikkelingslanden niet alle kansen om tijdens onderhandelingen hun eigen belangen ter sprake te brengen, en stemmen ze soms in met akkoorden waarvan ze de draagwijdte niet helemaal begrijpen of waarvan ze alle consequenties niet voor ogen hebben.

Bij de laatste ministeriële conferentie van de WHO vorig jaar in Doha werd daarom een programma op poten gezet om de ontwikkelingslanden technische steun te verlenen tijdens de nieuwe onderhandelingsronde over de verdere vrijmaking van de internationale handel. Maandag stelde Supachai dat die hulp ook moet worden verder gezet na het afronden van de zogenaamde Doha Development Round eind 2004. De technische ondersteuning kan volgens hem landen die nog altijd achterop hinken helpen de kloof te verkleinen.

Supachai wil ook een regionaal WHO-kantoor oprichten in Afrika. Assistentie die ter plaatse wordt verleend, levert volgens hem misschien meer op dan de cursussen waarmee delegatieleden van ontwikkelingslanden nu in het WHO-hoofdkwartier in Genève worden klaargestoomd voor de moeilijke discussies over punten en komma’s in internationale handelsverdragen. Supachai is van plan zijn voorstel ter sprake te brengen in Zuid-Afrika, waar hij morgen (woensdag) de slotdag van de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling bijwoont, en ook tijdens een daarop volgend bezoek aan Kenia.

De nieuwe WHO-chef lijkt verder ook een einde te willen maken aan de traditionele terughoudendheid van de WHO om samen te werken met andere internationale instellingen. Volgens Supachai moet de WHO moet de handen in elkaar slaan met organisaties die zich ook met sommige aspecten van handel en ontwikkeling bezighouden, zoals de Wereldbank, de VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling (Unctad), het Internationaal Muntfonds (IMF), het VN-Ontwikkelingsprograma (UNDP), de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en zelfs met de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Door de krachten te bundelen kunnen we het proces van globalisering op zo’n manier versterken dat het vruchten afwerpt voor iedereen, aldus Supachai. Voor alle duidelijkheid voegde de nieuwe WHO-chef er nog aan dat hij niet aan occasionele samenwerking denkt - de WHO moet volgens hem permanent contact houden met dergelijke instellingen.

Supachai schetste maandag ook de specifieke opdrachten die zijn vier adjunct-directeurs-generaal krijgen die op 1 oktober hun functie opnemen - de Brit Roderick Abbot, Kipkorir Aly Asad Rana uit Kenia, Francisco Thompson-Flores uit Brazilië en de VS-Amerikaan Rufus H. Yerxa. Eén van hen wordt verantwoordelijk voor juridische aangelegenheden en zal onder meer het mechanisme moeten verbeteren waarmee de WHO handelsgeschillen tussen haar leden oplost. Volgens Supachai moet het aantal zaken dat uitloopt op te dure en te langdurige processen in het Dispute Settlement Body verminderen.

Een tweede adjunct moet onderzoeken hoe de Wereldhandelsorganisatie kan worden versterkt en of de instelling nood heeft aan een diepgaande hervorming. Supachai sluit wel uit dat de WHO een bestuursraad krijgt als het IMF of de Wereldbank. De derde adjunct-generaal wordt verantwoordelijk voor de technische ondersteuning van ontwikkelingslanden, en de laatste in de rij moet de relaties met andere instellingen en met de buitenwereld coördineren. Supachai vindt dat de WHO geregeld moet overleggen met federaties van ondernemers, met niet-gouvernementele groepen en met experts om de kritiek weg te nemen dat zijn organisatie een ivoren toren-beleid voert.



Xml=3

REF.: WD IF DV

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift