Dossier: 

Nigerees grensdorp wordt Malinees vluchtelingenkamp

Het dorpje Chinagoder aan de grens met Niger wordt overspoeld door Malinese gezinnen. Ze ontvluchten de gevechten tussen het leger en de Toeareg-rebellen.

In de voorbije maand staken meer dan vijftienduizend Malinezen de grens met Niger over, meldt de VN-Vluchtelingenorganisatie. Deze regio werd al geteisterd door droogte en mislukte oogsten.

“We hadden minder dan 1700 inwoners, maar nu telt Chinagoder meer dan 6500 mensen, vooral Malinese families uit Ménaka en Aderaboukane die hier zonder bezittingen arriveren”, getuigt Zakari Djibo, de jongere broer van het dorpshoofd. “De instroom begon op 26 januari en zwol elke dag aan. Vandaag kunnen we de vluchtelingen geen onderdak en verzorging meer bieden.”

“Onze situatie verbetert langzaam”, zegt Fatima Alhacen, een 39-jarige moeder van zes kinderen. “We hebben nu matjes, dekens, kookgerei en een beetje meer eten, dankzij de voedselhulp van de Nigerese regering begin vorige week. Eerder moesten we het stellen met wat gierst van de inwoners hier, die zelf moeilijk aan eten geraken.”

Wachten op versterking

Schermutselingen tussen het Malinese leger en rebellen van de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) hebben 44.000 Malinezen verjaagd, vooral in de richting van buurlanden Burkina Faso, Mauritanië en Niger.

De MNLA eist de onafhankelijkheid van Azawad, een gebied in het noorden van Mali. Na de afwijzing van de Malinese regering hebben ook regionale leiders op 17 februari tijdens een economische top voor West-Afrikaanse staten de Toeareg-opstand veroordeeld.

Hulpagentschappen merkten ook enkele Malinese soldaten op bij de vluchtelingen in Mali. Yaouchan Maïga bijvoorbeeld maakte als arts deel uit van de 143ste Compagnie van Nomadensoldaten, die gevestigd was in de Noord-Malinese stad Aderaboukane. “Elf dagen hebben we tevergeefs gewacht op versterking, tot onze eenheid werd aangevallen en uitgeroeid.” Met 26 andere leden van zijn eenheid stak hij de grens over naar Chinagoder.

De Burkinese autoriteiten volgen het conflict op de voet. “Ons land mag niet dienen als een schuiloord voor rebellen”, zei de minister van Buitenlandse Zaken Djibril Bassolé op 11 februari aan een Franse radiozender. Dat vindt ook de Burkinese president Blaise Compaoré, die verklaarde dat het “in de eerste plaats een probleem is tussen Malinezen”.

Vrede

Ook in Niger willen ze geen nieuwe opstand. “Het volk zal zich hevig verzetten tegen avonturiers die hier opnieuw de wapens willen opnemen”, waarschuwde kolonel Mahamadou Abou van de Nigerese Hoge Autoriteit voor de Consolidering van de Vrede. “De heropflakkering van rebellie zet een rem op de ontwikkeling in het noorden van Mali”, aldus Bilal Ag Altinine, de vertegenwoordiger van de Malinese vluchtelingen in Chinagoder.

“We zijn de opstand beu”, zegt Binta Mohamed, een vrouw uit Ménaka, de eerste Noord-Malinese stad die op 17 januari door de Toeareg-rebellen werd aangevallen. “We willen duurzame vrede zodat we beter kunnen strijden tegen de ons omringende armoede.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift