Obama kondigt vandaag terugtrekking uit Afghanistan aan

De mening van de Afghanen

Woensdagavond kondigt de Amerikaanse president Obama aan hoeveel soldaten hij uit Afghanistan zal terugtrekken vanaf deze zomer. Gie Goris sprak daarover onlangs in Afghanistan met boeren en experts, met mannen en vrouwen. De uitgebreide reportage verschijnt volgende week in MO*.

  • Brecht Goris Afghanistan, gezien vanuit het standpunt van de ISAF-troepen in Kaboel Brecht Goris

Een twintigtal gesprekken met onderzoekers, ontwikkelingswerkers, journalisten, politici, internationale vertegenwoordigers en andere all-round experts in Kaboel maakt duidelijk dat de zenuwachtigheid in de Afghaanse hoofdstad stijgt. President Obama beloofde dat de VS dit najaar beginnen met het verminderen van het aantal gevechtstroepen in Afghanistan. Tot begin mei verwachtte niemand dat dit meer dan een symbolische beweging zou zijn, zonder impact op het terrein. De uitschakeling van Osama bin Laden en daarna van Ylias Kashmiri hertekenden de contouren van het debat. Vandaag geloven veel meer Amerikanen dat de ruggengraat van Al-Qaeda gebroken is en dat het hoofddoel van de missie in zicht is.

In Zuid- en Oost-Afghanistan heeft de ISAF (International Security Assistance Force, een coalitie van 48 landen die onder leiding van de Navo de stabiliteit van Afghanistan onder de huidige grondwet en regering wil garanderen) naar eigen zeggen ‘aanzienlijke maar kwetsbare en omkeerbare’ vooruitgang geboekt in de strijd tegen de taliban sinds het opvoeren van de Amerikaanse troepensterkte.

Praten met de vijand

‘Taliban’ staat in het Westen gelijk met de vijand. In Afghanistan is de realiteit echter altijd complexer. Dat bleek toen onderminster van Defensie Enayatullah Nazari in een parlementair committee eind april stelde dat er in zijn land wel 1820 opstandelingengroepen opereren, waarvan de meeste wel verbonden zijn met grotere netwerken. Daar tegenover staan vandaag bijna 150.000 buitenlandse militairen in Afghanistan en nog eens tienduizenden privé-veiligheidsmensen, een Afghaans leger met bijna 160.000 mensen onder wapens en een Afghaanse politiemacht van 120.000 mensen. De Amerikaanse troepenversterking van het voorbije jaar werd in grote mate ingezet op het platteland –het Amerikaanse leger alleen al heeft meer dan tweehonderd militaire posten in Afghanistan, boven op de grote Navo basissen. Dat heeft de manoeuvreerruimte voor de taliban zelfs in het Pasjtoense hartland beperkt. Maar zoals onder andere de ontsnapping van bijna vijfhonderd gevangenen uit de gevangenis van Kandahar op 25 april aantoonde, is er zeker geen sprake van echte controle van het terrein, zelfs niet van de grote steden.

Op de Afghanistan Conferentie in Londen, 28 januari 2010, werd overeengekomen dat de internationale gemeenschap diplomatieke en financiële steun zou geven aan pogingen van president Karzai om tot een vredesovereenkomst met de opstandelingen te komen. De strategie was dubbel: enerzijds zou de Amerikaanse surge het militaire initiatief uit handen van de taliban nemen, anderzijds wou men de opstand splitsen. De oude garde van ideologische taliban, daarmee zag het Westen zich nog niet in gesprek gaan. Maar de lagere echelons van de opstand, mannen die gedreven worden door economische uitzichtloosheid of persoonlijke vetes, die hoopte men met geld en tewerkstelling over te halen van kamp te wisselen. Die strategie heeft na anderhalf jaar niet veel opgeleverd.

Intussen wordt wel koortsachtig gewerkt aan gesprekken met de topkaders van de opstand: de Quetta Sjoera –talibanleiders die zich in of rond de Pakistaanse stad Quetta bevinden, geleid door de Emir der Gelovigen, Mullah Omar-, het Haqqani netwerk –ook een restant van de strijd tegen de Sovjets, met naar verluidt nog steeds zéér goede banden met de Pakistaanse militaire inlichtingendienst-, en de Hizb-e-Islami, geleid door Gulbuddin Hekmatyar, de man die gedurende de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig de uitverkoren Afghaanse strijder was van de Pakistanen en de Saoedi’s.

Nieuwe initiatieven, oude problemen

Voor het Westen is onderhandelen met deze opstandelingen –die ook allemaal op de internationale terroristenlijsten staan- politiek nog onbespreekbaar en de Afghaanse regering is onvoldoende geloofwaardig is in de ogen van de opstandelingen. Daarom organiseerde president Karzai in 2010 een Peace Jirga en richtte hij een High Peace Council op. Die Vredesraad is samengesteld uit drie grote strekkingen: voormalige topkaders van de taliban die zich in Kaboel bevinden, voormalige moedjahedien of krijgsheren, en verteegenwoordigers van het middenveld. Aan het hoofd van de Vredesraad staat Burhannudin Rabbani, de Tadzjiekse leider van de Jamiat-i-Islami en president van Afghanistan gedurende de jaren van burgeroorlog onder de moedjahedien (1992-1996). Zijn ondervoorzitter, Ata Muhammad Ludhin, erkent in een interview dat het werk van de Vredesraad niet makkelijk zal zijn.

Hekmatyar bezorgde de Vredesraad zijn vijftienpuntenlijst met voorstellen en voorwaarden. Ook de taliban communiceerden vier basisvoorwaarden voor onderhandelingen, die op het eerste gezicht elk vooruitzicht op gesprekken, laat staan op een vredesakkoord, torpederen: eerst moeten de buitenlandse troepen Afghanistan verlaten, de leiders van de opstand moeten van de internationale zwarte lijsten geschrapt worden, de taliban die in de gevangenis zitten moeten vrijgelaten worden en er moet een duidelijk en veilig adres komen van waaruit de taliban de onderhandelingen kunnen voeren. De ISAF vertrekt dan weer van het standpunt dat ze alleen met de opstandelingen wil spreken als die eerst de wapens neerleggen. Dat lijkt uitzichtloos, maar dat zijn gesprekken tussen oorlogvoerende partijen altijd voor ze beginnen.

In Kaboel wordt met heel veel aandacht gevolgd wat Amerikaanse think tanks aan denksporen en creatieve perspectieven produceren. Met name Negotiating Peace, het recente rapport van de Algerijnse diplomaat Lakhdar Brahimi –die in 2001 de Bonn Conferentie over post-taliban Afghanistan leidde- en de Amerikaanse diplomaat Thomas Pickering, wordt voortdurend geciteerd. Er zijn ook volop gesprekken bezig om de taliban een kantoor te geven in Turkije, waar meer dan waarschijnlijk ook de gesprekken zullen plaatsvinden –als ze plaatsvinden. Een uitgangspunt voor de Vredesraad, zegt Ata Muhammad Ludhin, is dat de uiteindelijke beslissingen over de toekomst van Afghanistan, over de toekomstige regering en over de grondwet door de Afghaanse bevolking genomen moeten worden. Met andere woorden : verkiezingen en democratie zijn ook voor de Vredesraad niet-onderhandelbaar.

Veel andere gesprekspartners zijn op zijn zachtst sceptisch: ‘De Vredesraad is een deel van het probleem in plaats van een stap in de richting van de oplossing van het conflict’, zegt Mir Ahmad Joyenda, onderdirecteur van de onafhankelijke Afghanistan Research and Evaluation Unit. ‘Het gaat over dezelfde mensen die sinds de Bonn Conferentie eind 2001 de dienst uitmaken in Afghanistan, dus wat voor nieuws kunnen zij brengen?’ In Jalalabad gaat senator Mohammad Isa Khan Shinwari nog een stapje verder: ‘We hebben geen Vredesraad of Peace Jirga nodig, maar een Pashtu Jirga. Dit hele conflict gaat uiteindelijk over de deelname van Pasjtoenen aan de macht in Kaboel en het is een gevecht onder Pasjtoenen. Trouwens, Pasjtoenen onder elkaar kunnen de problemen vrij en vrank verwoorden, en aangezien we allemaal verwant zijn, zullen we uiteindelijk wel tot een overeenkomst komen.’

Een andere complicatie voor de eventuele vredesgesprekken is de rol die buurland Pakistan speelt. Via de militaire inlichtingendienst ISI steunt Islamabad al sinds het midden van de jaren negentig de taliban, en het is nu wel duidelijk dat die steun ook na 2001 is blijven doorgaan. Uit documenten die via Wikileaks openbaar gemaakt zijn, blijkt dat ondervragers in Guantanamo een band tussen de gevangene en de ISI even bezwarend vinden als een band met Al Qaeda. Nu het eindspel in de tienjarige oorlog ingezet is, wil Pakistan in het midden van het bed liggen, tussen Afghanistan en de Verenigde Staten in. Op 16 april bracht een hele hoge Pakistaanse delegatie daarom een officieel bezoek aan Kaboel. Premier Gilani, generaal Kayani, opperbevelhebber van het leger, én generaal Pasha, de baas van van de ISI, kwamen president Karzai verzekeren van hun goede bedoelingen en medewerking. Volgens medewerkers van Karzai, die hun verhaal deden aan de Wall Street Journal, zouden de Pakistaanse machthebbers ook aangedrongen hebben op een nieuwe driehoeksverhouding tussen Afghanistan, Pakistan en China, om zo de afhankelijkheid van een onbetrouwbaar Amerika te verkleinen. Pakistan ontkent dat, de VS proberen te doen alsof ze dat geloven, maar de Amerikaanse opperbevelhebber in de regio, generaal Petreaus, bracht wel drie bezoeken aan Karzai in de twee weken die volgden op de topontmoeting. ‘Als de taliban behandeld willen worden als een Afghaanse beweging, dan moeten ze op eigen verantwoordelijkheid spreken met Kaboel. We hebben het toch niet over een oorlog tussen Pakistan en Afghanistan, maar over een oorlog tussen de Afghaanse regering en Afghaanse opstandelingen’, zegt de gerespecteerde journalist en auteur Abdul Mueed Hashemi. Even later nuanceert hij dat: ‘De taliban vechten natuurlijk op de eerste plaats tegen de ISAF, tegen de westerse aanwezigheid op Afghaans grondgebied.’

Tien jaar later

Iedereen die ik spreek in Afghanistan wil vrede. Een einde aan het geweld. Het vertrek van de buitenlandse troepen. Al zijn er nogal wat mensen die achter die laatste verzuchting een voorwaarde plaatsten: zodra onze eigen regering sterk genoeg is om het land te verdedigen tegen buurlanden met sinistere bedoelingen en om de verworvenheden van de voorbije jaren te garanderen. Anderen geloven dat de aanwezigheid van het Westen in Afghanistan net de bron is van interne conflicten en bemoeienissen van buurlanden zoals Pakistan, Iran, Rusland, China, India en de Centraal-Aziatische republieken. En dat Hamid Karzai gebruik maakt van de langdurige steun uit het Westen om zijn autoritaire regeerstijl uit te bouwen, tegen de democratische principes van datzelfde Westen in. President Karzai wantrouwt politieke partijen, maar overlegorganen die door hem zelf benoemd worden, behoren stilaan tot het vaste arsenaal van instrumenten in de Afghaanse politiek. Hij kneedt de culturele tradities van Afghanistan tot ze zijn eigen machtsaanspraken ondersteunen. In maart bevestigde Karzai dat de Verenigde Staten aandringen op het behoud van permanente basissen, ook na de “complete terugtrekking” van Amerikaanse troepen die voorzien is voor 2014. Om daarover te beslissen, zal de president een loya jirga of nationale overlegraad van tribale leiders samenroepen. Een echt politiek debat daarover vermijdt hij liever.

Lees de uitgebreide reportage over Afghanistan in MO*86, verschijnt woensdag 29 juni 2011. Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.