Obama ziet veel meer slangen dan ladders in het buitenland

Het wordt een heikel jaar voor het buitenlandbeleid van de Amerikaanse president. Als je het met een ladderspel vergelijkt, het spel met ladders en slangen, dan zal Obama in 2014 vooral over slangen moeten springen. Het aantal ladders waarlangs hij naar succes kan klimmen, is zeer beperkt.

  • Official White House Photo by Pete Souza President Barack Obama met vice-president Joe Biden in de Roosevelt Room in het Witte Huis op 12 december 2013. Official White House Photo by Pete Souza

De gevaarlijkste slangen komt Barack Obama in het Midden-Oosten tegen. Daar probeert hij wanhopig uit de vele kuilen te klauteren die George W. Bush heeft achtergelaten, want hij wil zich meer op Azië richten, vooral op het opkomende China.

Hij wist vorig jaar rechtstreekse militaire betrokkenheid in Syrië te vermijden (met de onwaarschijnlijke hulp van de Russische president Vladimir Poetin), maar dit jaar doemen alweer andere grote risico’s op: het overslaan van de Syrische burgeroorlog naar Irak en Libanon, de toenemende instabiliteit en het geweld in Egypte, en een mogelijke breuk in de al moeizame nucleaire onderhandelingen met Iran.

Nationalisme in Azië

Het wordt dit jaar ook nog gevaarlijker navigeren langs de gevoelige betrekkingen tussen de Aziatische landen.

In tegenstelling tot het Midden-Oosten, waar sektarisch geweld tussen sjiitische en soennitische moslims steeds meer de landsgrenzen negeert, is het nationalisme in Azië springlevend.

De territoriale aanspraken van Beijing worden steeds assertiever. Vaak heeft dat Washington in de kaart gespeeld omdat minder machtige landen in de VS een tegengewicht zagen voor China’s groeiende invloed. Maar nu doen die Chinese aanspraken het risico op incidenten toenemen, incidenten die tot conflicten kunnen escaleren waarbij Amerikaanse troepen betrokken zijn.

Japan provoceert

Door de houding van Beijing durft de Japanse premier Shinzo Abe in versneld tempo het naoorlogse Japanse pacifisme laten varen.

Abe haalde zich onlangs de woede van Zuid-Korea op de hals door het beruchte Yasukuni-heiligdom te bezoeken, een schrijn in Tokio dat gewijd is aan de soldaten die het leven lieten in dienst van de Japanse keizer. Dat was een duidelijke provocatie, Abe verdedigde de Japanse acties tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Daardoor mislukten de inspanningen van Washington om een lijn te krijgen in zijn beleid ten aanzien China en Noord-Korea enerzijds en zijn twee grootste bondgenoten in die regio, Zuid-Korea en Japan, anderzijds.

Natuurlijk, mocht Obama erin slagen om de relaties tussen Tokio en Seoel te herstellen en vooruitgang te boeken in de onderhandelingen met China over het maritieme verkeer in de betwiste zones, dan zou dat zijn positie versterken. Maar dat wordt niet eenvoudig gezien het hartstochtelijke nationalisme in de regio; en ondertussen nemen de risico’s gestaag toe.

Weinig te winnen in Zuid-Soedan

Door de grote aandacht voor het Midden-Oosten en Azië zullen Latijns-Amerika en Afrika ten zuiden van de Sahara dit jaar in verhouding minder aandacht krijgen van de VS.

Al kan de dreigende burgeroorlog in Zuid-Soedan snel een prioriteit worden. Alleen heeft Obama daar weinig te winnen, zelfs al slagen zijn diplomaten erin om het ergste te voorkomen.

Aan de andere kant zal de president als verliezer achterblijven als ’s werelds jongste natie zichzelf vernietigt, enerzijds omdat hij persoonlijk heel wat inspanningen heeft geleverd om de Zuid-Soedanese onafhankelijkheid tot stand te brengen, anderzijds omdat hij een vergelijking met Bush dan niet zal kunnen doorstaan: een van de schaarse buitenlandse resultaten van zijn voorganger was net het vredesakkoord tussen Soedan en het Soedanese Vrijheidsleger (SPLA) in 2005, dat de basis vormde voor de onafhankelijkheid.

Samenwerken met Iran

In het Midden-Oosten dreigen heel wat slangen, maar de regio biedt Obama ook enkele ladders. De meest spectaculaire zou zeker een nucleair akkoord met Iran zijn, in het kader van de onderhandelingen van de P5+1 (VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, China en Rusland + Duitsland).

Het zou niet alleen een einde maken aan 35 jaar vijandigheid tussen de twee landen. Washington en Teheran zouden ook kunnen gaan samenwerken om het conflict tussen soennieten en sjiieten in te dijken, een conflict dat de hele regio bedreigt, en om Afghanistan te stabiliseren, het land waaruit de VS tegen eind dit jaar zowat al zijn militairen wil terugtrekken.

Het strategische belang van zo’n akkoord zou minder groot zijn dan dat van Richard Nixons toenadering tot China begin jaren 1970. Maar het kan wel de voorbode zijn van grote herschikkingen die zich uitstrekken van de Middellandse Zee tot de Indische Oceaan en Centraal-Azië.

Oorlog met Iran

Om een akkoord met Iran te bereiken mag Obama enorme tegenkanting verwachten van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, van de Israël-lobby in zijn eigen land, een lobby die veel invloed heeft in het Congres, van Saoedi-Arabië en van enkele hardliners in Iran.

Als deze krachten in hun opzet slagen, dan zou een van de gevolgen kunnen zijn dat de VS opnieuw militair ingrijpen in het Midden-Oosten, zoals Obama zelf al heeft gewaarschuwd.

Het zou Obama’s ambitie om de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio terug te schroeven en zich op Azië te richten een flinke knauw geven. En zonder groen licht van de VN-Veiligheidsraad zou een militaire actie bijna zeker tot een grote internationale crisis kunnen leiden, een crisis die een einde kan maken aan de samenwerking met Rusland en China rond een hele reeks problemen en die ook de relaties met de NAVO-bondgenoten zwaar onder druk kan zetten.

Wellicht is oorlog met Iran – nog meer dan het escalerende conflict tussen soennieten en sjiieten in Syrië en de buurlanden – dit jaar de belangrijkste slang op Obama’s bord.

Israëlisch-Palestijnse conflict

De andere ladder waarlangs Obama kan opklimmen naar een mooie plaats in de annalen van het Amerikaanse buitenlandbeleid, is een definitieve oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, al meer dan een generatie de ongrijpbare heilige graal in het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid.

De meeste analisten betwijfelen of zo’n oplossing mogelijk is, toch zeker niet in 2014. Niettemin heeft de energie waarmee minister van Buitenlandse Zaken John Kerry aan een oplossing werkt, indruk gemaakt op enkele sceptici. Dat hij nu verzoeningsvoorstellen op tafel heeft gelegd, kan een belangrijke vooruitgang betekenen.

Maar de meesten gaan er toch van uit dat zo’n akkoord een brug te ver is, vooral als Obama erin zou slagen een akkoord met Iran af te sluiten.

Geweld in Egypte

Het Midden-Oosten telt vooral veel slangen voor Obama: van het escalerende geweld tussen het militaire regime in Egypte en de Moslimbroederschap of radicalere krachten, tot een heropleving van het sektarische geweld in Irak, een terugkeer naar het niveau van 2006-2007; van de toename van het geweld in Syrië, of de export van dat geweld naar Libanon, naar de versterking van aan Al Qaeda gelieerde krachten van Jemen tot in Noord-Afrika en de Sahel – om er maar enkele te noemen.

En ook Afghanistan, waar de Amerikanen hun langste oorlog voeren, kan verkeerd uitdraaien. Dit jaar wil de NAVO zich daar grotendeels terugtrekken. Een snelle ineenstorting van de veiligheid daar kan dodelijk zijn, net zoals het debacle in Vietnam bijna veertig jaar geleden.

Obama’s politieke tegenstanders zullen al deze mogelijke gebeurtenissen ongetwijfeld aangrijpen om hem af te schilderen als een president die faalt in zijn buitenlandbeleid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift