Oliebelangen en wapenexport verhinderen VN-maatregelen in Sudan

Chinese en Russische belangen in Sudan verhinderen de Verenigde Naties om strafmaatregelen te nemen tegen de Sudanese regering, zeggen mensenrechtenactivisten en Afrikaanse experts. Die maatregelen zouden kunnen helpen een einde te maken aan de schendingen van de mensenrechten in provincie Darfur.

De VN-Veiligheidsraad weigert te interveniëren om een einde te maken aan de genocide in Darfur en keurt ook economische en militaire sancties tegen de regering in Khartoem af. De Sudanese regering slaagt er niet in de milities die al duizenden mensen vermoord hebben, te stoppen.

Zowel Rusland als China zijn in de Veiligheidsraad tegen sancties, vanwege hun eigen politieke en economisch belangen, zegt Ann-Louise Colgan van Africa Action in Washington, een van de oudste niet-gouvernementele organisaties die zich bezighoudt met Afrika. China is de grootste investeerder in de Sudanese olie-industrie en Rusland heeft er belang bij dat zijn verkoop van wapens en militaire apparatuur aan de regering in Khartoem doorgaat.

China en Rusland willen de Sudanese regering niet schofferen en ze willen geen precedent schapen voor internationale interventie op grond van mensenrechtenschendingen, zegt Colgan. Dat zou ook consequenties kunnen hebben voor henzelf, vanwege de onderdrukking van minderheden in eigen land.

China en Rusland, permanente leden van de 15-koppige Veiligheidsraad, hebben evenals de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië, vetorecht. Algerije en Pakistan, twee niet-permanente leden, zijn ook tegen sancties. Zij hebben deels dezelfde argumenten als China en Rusland. Daarnaast speelt solidariteit met de islamitische regering in Khartoem een rol, aldus Colgan.

In Darfur zijn naar schatting 70.000 zwarte Afrikanen vermoord door Arabische milities die zich de ‘Janjaweed’ noemen. Ook gebruiken zij verkrachting als oorlogswapen, door op grote schaal vrouwen te verkrachten. Anderhalf miljoen Sudanezen is gevlucht voor het geweld. De Sudanese regering wordt ervan beschuldigd de milities te hebben opgericht en de ogen te sluiten voor het voortdurende geweld.

Als de internationale gemeenschap eerder had ingegrepen, dan had de ramp in Darfur voorkomen kunnen worden, stelde Amnesty International onlangs in een verklaring gericht aan de Verenigde Naties.

Jan Pronk, speciaal VN-gezant voor Sudan, zei vorige week dat sancties het laatste middel moeten zijn en dat ze pas moeten worden opgelegd als alle andere diplomatieke middelen falen. Druk uitoefenen werkt, maar we moeten de juiste punten vinden om druk op uit te oefenen, aldus Pronk. Hij waarschuwde afgelopen vrijdag dat de situatie in Darfur in ‘anarchie’ dreigt uit te monden, als de Afrikaanse Unie (AU) geen extra vredestroepen naar Darfur stuurt en de vredesonderhandelingen niet worden versneld.

Donna Derr van Church World Service (CWS) stelt dat strenge sancties uiteindelijk onontkoombaar kunnen worden. Dat betekent dat ook de humanitaire hulpverlening dan waarschijnlijk moeizamer wordt, aldus Derr. Hoewel hulpverlening doorgaans niet onder de sancties valt, is de situatie in Darfur volgens haar zo moeilijk en onveilig dat sancties ook onbedoeld de hulpverlening zullen beïnvloeden.

Olie en wapens zijn volgens Afrikaanse experts en andere deskundigen een cruciale factor in de crisis in Darfur. Nadat in 1999 olie werd ontdekt in Sudan, produceert het land 200.000 vaten per dag. In 2005 zal de productie naar verwachting verdubbelen. Het overgrote deel van de olieproductie is in handen van een consortium van Franse, Canadese, Sudanese, Katarese, Zweedse, Maleisische en Chinese oliebedrijven.

De Sudanese regering financiert de wapenaankopen grotendeels met inkomsten uit de olie. Vooral China, Rusland en de voormalige Sovjet-republieken leveren wapens aan Khartoem. Officiële cijfers zijn niet beschikbaar, maar experts verwachten dat de Sudanese olie-inkomsten als gevolg van de hoge olieprijs binnenkort naar een recordhoogte stijgen.

Uit het wapenregister van de Verenigde Naties blijkt dat Rusland gewoon doorgaat met de levering van wapens aan Sudan. De laatste levering was in oktober 2003, toen Rusland drie groot kaliber artilleriesystemen naar Sudan stuurde.

Volgens Colgan heeft Washington enige leiderschap getoond in de kwestie Darfur, door in september de crisis in de regio te betitelen als ‘genocide’. Maar Amerika vindt volgens haar dat het genoeg gedaan heeft, door vliegtuigen te leveren waarmee de Afrikaanse Unie troepen kan transporteren naar Darfur. Volgens Washington is het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de Afrikaanse Unie om het conflict in Darfur op te lossen.

De AU stemde er eind oktober mee in de vredesmacht in Darfur uit te breiden van 390 naar ruim 3000 man. Extra troepen uit Rwanda en Nigeria zijn al gearriveerd West-Sudan, maar het totale aantal manschappen is nog steeds niet hoger dan een paar honderd. Dat is veel te weinig en de Afrikaanse Unie heeft bovendien een te beperkt mandaat, zegt Colgan. Ze kan deze crisis niet alleen aan, maar de internationale gemeenschap vindt het prima het probleem af te schuiven op de Unie. Terwijl het moorden doorgaat, ontbreekt een duidelijk plan en de internationale wil om de crisis in Darfur aan te pakken, zegt Colgan.

De Veiligheidsraad komt week in de Keniaanse hoofdstad Nairobi bijeen om de crisis in Darfur opnieuw te bespreken. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift