Ontwikkelingslanden beloven meer CO2-inspanningen dan rijke landen

De onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord zitten in een impasse. Tot hiertoe blijken de rijke landen minder ver te willen gaan bij het inperken van hun uitstoot van CO2 dan China, India, Brazilië en de andere ontwikkelingslanden. En zelfs als alle landen hun beloften helemaal houden, gaat de reductie lang niet ver genoeg om de verwachte stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde onder de kritische grens van 2 procent te houden.

Pessimisme troef na afloop van de VN-klimaatonderhandelingen in Bonn, de belangrijkste tussentijdse onderhandelingsronde in de aanloop naar de klimaattop van Durban in december. Duizenden delegatieleden zaten van 6 tot 17 juni samen in de Duitse stad, maar er werd zo weinig vooruitgang geboekt dat de kans op een goed akkoord voor dit jaar vervlogen lijkt.

Droevig schouwspel

“Het was een heel droevig schouwspel”, zegt Marion Vieweg van Climate Analytics, een Duitse organisatie die de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid analyseert. “De rijke landen deden niets om hun aanbod te verbeteren.”

Climate Analytics en andere onderzoeksinstellingen hadden eerder al gewezen op de grote kloof die gaapt tussen de toezeggingen die alle landen al hebben gedaan om hun uitstoot van koolstofdioxide te verminderen, en de reductie die nodig is om de opwarming van de aarde binnen aanvaardbare grenzen te houden.

Frappant is dat alle beloften van de rijke landen samen neerkomen op een vermindering van hun koolstofdioxideuitstoot met 3,8 gigaton tegen 2020; volgens recente berekeningen veel minder dan de 5,2 gigaton die de ontwikkelingslanden hebben beloofd op de klimaattop van december vorig jaar in Cancun. En volgens de berekeningen moeten alle landen samen bovenop die aangekondigde reducties tegen 2020 nog 10 tot 14 gigaton koolstofdioxide uitsparen om te vermijden dat de gemiddelde temperatuur op aarde met meer dan 2 graden Celsius stijgt.

Geen vooruitgang

Voorlopig gaat de wereld overigens nog helemaal de verkeerde kant op. Het 
Internationaal Energieagentschap meldde eerder deze maand dat de wereldbevolking in 2010 30,6 gigaton koolstofdioxide in de atmosfeer geblazen heeft, tien procent meer dan in 2005.

De rijke landen, die veel vroeger begonnen te industrialiseren dan de ontwikkelingslanden, zijn verantwoordelijk voor ongeveer drie kwart van de totale hoeveelheid koolstofdioxide die door menselijk toedoen in de atmosfeer is gebracht. Zij hebben ook het geld om hun uitstoot het makkelijkst terug te schroeven.

Maar de rijke landen hebben in Bonn helemaal geen aanstalten gemaakt om de kloof tussen de huidige toezeggingen en wat er werkelijk nodig is, te dichten, klaagt Vieweg. Ze hebben ook helemaal niet duidelijk gemaakt hoe ze hun huidige toezeggingen zullen nakomen. In plaats daarvan werd er eindeloos gediscussieerd over hoe de emissies kunnen worden gemeten en wat er precies onder uitstootreductie kan worden verstaan.

Volgens Sivan Kartha van het Milieu-instituut van Stockholm, een onafhankelijke onderzoeksinstelling, kunnen de rijke landen “zoveel achterpoortjes vinden in de huidige klimaatakkoorden, dat ze hun uitstoot uiteindelijk wel eens helemaal niet zouden kunnen verminderen. De eenvoudige oplossing is die achterpoortjes te sluiten, maar dat is politiek heel moeilijk.”

Kyotoprotocol

Een andere uitdaging is het Kyotoprotocol in leven te houden. Het verdrag, dat in 2007 werd ondertekend, verbindt de industrielanden ertoe hun uitstoot tussen 2008 en 2012 met gemiddeld 5 procent in te perken in vergelijking met 1990. Er werd ook overeengekomen na 2012 een tweede ronde van uitstootbeperkingen uit te werken. Voor de ontwikkelingslanden is het verdrag heel belangrijk, zegt Martin Khor van het South Centre, een intergouvernementele denktank in Zwitserland. Maar de rijke landen tonen niet veel animo. Japan, Canada en Rusland hebben al gezegd dat ze zich niet zullen verbinden tot nieuwe, verplichte uitstootbeperkingen. De overige verdragpartners, de EU, Australië en Nieuw-Zeeland, hebben nog niets laten weten. De VS bleven buiten het protocol en sturen aan op een systeem van vrijwillige uitstootbeperkingen. De ontwikkelingslanden zijn tegen zo’n systeem.

Experts vrezen dat het hele onderhandelingsproces kan verzanden als er geen akkoord wordt bereikt over de voortzetting van het Kyotoprotocol. Het is voldoende dat een klein aantal landen officieel instemt met de voortzetting, zegt Khor. Het is “de motor” die landen aanzet hun uitstoot in te perken “en alle andere landen meetrekt”. De top in Durban is zowat de laatste kans om Kyoto in leven te houden. “Het is een grote kans voor de Europese Unie om leiderschap te tonen. Het kost niet veel en kan makkelijk gedaan worden”, oordeelt Khor.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift