Oppositie trekt van leer in Egyptisch parlement

De oppositie levert steeds meer weerwerk in het Egyptische parlement. De regering heeft nog altijd een comfortabele tweederdemeerderheid, maar politieke tegenstanders bestoken haar met zware interpellaties.
Sinds het begin van het parlementaire jaar in november dienden Egyptische parlementsleden al 121 interpellaties in. De voorbije jaren bleef dat aantal beperkt tot enkele tientallen. De oppositie bestookt regeringsleden met lastige vragen over corruptie en het misbruik van buitenlandse leningen. Een parlementslid ging in op geruchten over de verkoop van stukken grond in de Egyptische Sinaï-woestijn aan Israëlische investeerders, een heikele aangelegenheid gelet op de animositeit tussen Egyptenaren en Israëli’s.
Oppositieleden nemen ook het “neoliberale” economisch beleid onder vuur, dat de regering wordt ingefluisterd door machtige ondernemers. De interpellanten vertolkten de vrees van veel Egyptenaren dat er verder zal worden gesneden in allerlei subsidies en dat het privatiseringsbeleid de armoede nog zal doen toenemen.
Overwicht
Na een interpellatie kan de oppositie in principe een motie van wantrouwen ter stemming voorleggen. Maar die maakt geen kans: de regerende Nationale Democratische Partij (NDP) van President Hosni Mubarak en haar bondgenoten bezetten ongeveer 340 van de 444 zetels in het parlement.
De verkiezingen van 2005 hebben de oppositie wel gelanceerd. Voor 2005 gingen de 25 oppositieleden onder in het grote halfrond. Nu zetelen er alleen al 88 parlementsleden die deel uitmaken van de islamitische Moslimbroederschap. Daarnaast zijn er ook nog eens zeven leden van niet-religieuze oppositiepartijen en een handvol echte onafhankelijken. Een sterkere oppositie heeft Egypte sinds de invoering van de meerpartijenstelsel in 1976 nooit gekend.
Tot dusver hebben ministers maar ongeveer de helft van de interpellaties beantwoord, al zijn ze wettelijk verplicht dat bij elke interpellatie te doen. Maar in elk geval worden er nu ernstige debatten gevoerd in een parlement dat lang een dode bedoening was, oordeelt Amr Hashem Rabia, een politicoloog van het al-Ahram Centrum voor Politieke en Strategische Studies. “De regering is op een aantal punten al echt in verlegenheid gebracht.”
Om op het wetgevend werk te wegen, is de oppositie nog te zwak, geeft Rabia toe. “Op dat vlak blijft de regerende partij onaanraakbaar. Dat houdt bijvoorbeeld ook in dat het parlement niets zal ondernemen tegen de monopolies die de economie beheersen. De NDP wordt immers gecontroleerd door ondernemers die hun eigen belangen veiligstellen.”
Parlementsleden van de Moslimbroederschap zien dat niet zo negatief. “De regering doet inderdaad uiteindelijk wat ze wil”, zegt Hamdi Hassan, één van de voormannen van de islamisten in het parlement. “Maar ze kan niet langer overdrijven. Als we niet zoveel misbaar zouden maken in het parlement, zou de situatie veel erger zijn en was er helemaal geen controle.”
Hard maar fair
Volgens Hassan levert de harde “maar objectieve” oppositie de Moslimbroederschap ook veel nieuwe aanhangers op. Om dat sneeuwbaleffect in te dammen, heeft de regering zelfs kort na de verkiezingen van 2005 de rechtstreekse uitzendingen van de parlementaire debatten op de staatstelevisie stopgezet.
Rabia oordeelt dat er nog veel water door de Nijl moet vloeien alvorens het parlement een belangrijke rol kan gaan spelen in de Egyptische politiek. “Daarvoor is eerst een groter evenwicht nodig tussen de uitvoerende, de rechterlijke en de wetgevende macht.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift