Ousmane Sy: Afrikanen zijn hun eigen redders

Het is een feestjaar voor België en dus krijgt de Koning Boudewijnprijs voor Ontwikkelingswerk ook wat extra luister. De prijs zal op 3 mei uitgereikt worden aan Ousmane Sy, een Malinees die gelooft in het publiek debat, in de decentralisatie van de macht en in het belang van etnische gemeenschappen. En het goede nieuws is dat Mali van zoveel communautair zelfbestuur niet gebarsten is. Sire, er is toekomst voor uw land.
Ousmane Sy is zijn onverstoorbare en minzame zelf als hij in maart even in ten kantore van de Koning Boudewijnstichting verblijft. Sy is 56, maar heeft een curriculum waarvoor u en ik minstens twee levens nodig hebben. Hij studeerde landbouweconomie en landbouwontwikkeling en werd in Parijs doctor in de economische en sociale ontwikkeling. Van 1987 tot 1993 was hij programmaverantwoordelijke voor het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) in Mali. Van 1993 tot 2000 leidde hij de Missie voor Decentralisatie en Institutionele Hervormingen, in opdracht van de nieuwe democratische leiders. In 2000 trad hij als minister van Territoriale Administratie en Lokale Gemeenschappen toe tot de regering. In die functie zorgde hij ervoor dat de 19 gemeenten van het land -een erfenis van de Franse kolonisatie- gedecentraliseerd werden tot 703 gemeenten. Dat gebeurde bovendien door diepgaande participatie van alle betrokken dorpen en gemeenschappen.
Hij was ook verantwoordelijk voor de organisatie van de Malinese presidentsverkiezingen in 2002. Voortbouwend op zijn ervaring stichtte Ousmane Sy met een aantal andere Afrikanen het netwerk Goed Bestuur in Afrika, dat momenteel 14 West- en Midden-Afrikaanse landen bestrijkt. Hij is sinds 1992 voorzitter van de Rurale Stichting voor West-Afrika (FRAO). Hij richtte ook een eigen expertise- en adviescentrum op: het Centrum voor politieke en institutionele expertise in Afrika. Kortom: MO* had een interview met de levende geschiedenis van de Afrikaanse toekomst.
U krijgt de Koning Boudewijnprijs omdat u in Mali bewezen hebt dat vooruitgang in Afrika mogelijk is. Hoe deed u dat?
Ousmane Sy: Mali telt zo’n 12.000 dorpen en gehuchten. Die enorme verscheidenheid hebben we gemobiliseerd om, via dialoog en discussie, te komen tot een hertekening van de administratieve grenzen van de gemeenten. We wilden niet opnieuw van bovenaf grenzen opleggen, we wilden integendeel dat de mensen hun eigen gemeenten zouden omschrijven, er een naam voor zouden kiezen en een administratieve hoofdplaats zouden aanduiden. Deze oefening heeft meer dan een jaar geduurd, maar heeft er wel toe geleid dat mensen nu “eigenaar” zijn van hun eigen gemeente. Die decentralisering was niet alleen een administratieve oefening, maar ook een politieke hervorming, die deel uitmaakte van de invoering van een meerpartijendemocratie in de jaren negentig. De realiteit was immers dat men na de onafhankelijkheid wel de mannetjes vervangen had, maar niet de koloniale structuren en manieren van werken.
Waren er ook gemeenschappen die hun verwantschap op de eerste plaats over de -koloniale en nationale- grenzen heen zochten?
Ousmane Sy: Uiteraard. De bestuurlijke decentralisatie in Mali is onlosmakelijk verbonden met de regionale integratie van West-Afrika. In een dorp op de Ivoriaanse grens, bijvoorbeeld, is de burgemeester een neef van een volksvertegenwoordiger in Ivoorkust. Het was trouwens die neef die de verkiezingscampagne van de burgemeester gefinancierd heeft. De burgemeester zal geen enkele beslissing nemen zonder zijn neef te consulteren. Dankzij de decentralisatie is het gesprek over integratie verplaatst naar het lokale niveau, waar ze in de feiten toch al vaak bestaat. En dat is een goede zaak. Geen enkel Afrikaans land zal zich echt kunnen ontwikkelen zonder dat er aan regionale samenwerking gewerkt wordt. Ik geloof dat we de oude grenzen stilaan moeten overstijgen. En ik weet waarover ik spreek: als minister van Grondgebied pleitte ik ervoor los te komen van een grenslogica die verdeelt om te komen tot een grenslogica die verenigt. Dat kan bijvoorbeeld door bepaalde insfrastructuur zoals scholen of ziekenhuizen grensoverschrijdend toegankelijk te maken. Ik denk dat we uiteindelijk zelfs tot grensoverschrijdende administraties moeten komen. Waarom zou die Malinese burgemeester zijn buren in Ivoorkust niet kunnen dienen?
Heeft het decentralisatieproces niet geleid tot het verscherpen van etnische conflicten?
Ousmane Sy: De bevolking van Mali heeft een heel lange traditie van samenleven met diverse etnische groepen. De aanvaarding van de onderlinge diversiteit is een essentieel onderdeel van onze cultuur. Toch hebben bepaalde politici geprobeerd om een verdeel- en heersstrategie te lanceren.De transparantie van het hele decentralisatieproces en de participatie van alle betrokkenen voorkwamen die kortzichtige manipulatie.
U hebt geen schrik van etnische identiteiten.
Ousmane Sy: De Afrikaanse werkelijkheid is fundamenteel gebaseerd op gemeenschappen en etnieën. Wie in Afrika aan verandering wil werken, mag die realiteit niet diaboliseren. Het bestaan van etnieën betekent op zich geen bedreiging voor het vreedzaam samenleven of de vooruitgang. De etnieën waren er al voordat de kolonisatie en de moderne staat arriveerden, en ze zijn er nog altijd. Natuurlijk zijn er conflicten geweest, maar de mensen hebben meestal een geweldloze manier gevonden om ermee om te gaan. We moeten het belang van de etnie niet wegstoppen, integendeel, we moeten er openlijk over durven praten -anders laten we het veld vrij voor malafide politici. Kijk naar Ivoorkust. Van 1960 tot 1993 regeerde daar Houphouët-Boigny en de hele tijd mocht er niet gesproken worden over gemeenschappen en etnieën. Alles leek er peis en vree. Maar nog voor de oude dictator koud was, arriveerden de opportunistische politici die het ongenoegen over die verplichte ontkenning manipuleerden tot een vergiftigd concept zoals de Ivoirité. Het resultaat is geweld en burgeroorlog. Het probleem is niet de etnie, maar het misbruik dat bepaalde politici ervan maken. De enige manier om dat te vermijden, is het open debat.
In Rwanda is het verboden om over Hutu’s en Tutsi’s te spreken. De etnisering van de politiek heeft er immers tot onvoorstelbare gruwel geleid.
Ousmane Sy: Toch geloof ik niet in die aanpak. Je kan mensen verbieden om over iets te praten, maar je kan als staat niet voorkomen dat die verboden realiteit toch levend blijft in het hoofd of het hart van de mensen. Je kan wel, zoals in Mali, een verbod uitvaardigen op etnische of regionale politieke partijen. Dat zijn structurele maatregelen, maar die staan het open debat in de samenleving niet in de weg. Het verwerpen of verdoezelen van de communautaire basisrealiteit is de grootste handicap voor ontwikkeling in Afrika. Immers, voor de allergrootste meerderheid van onze bevolking is de gemeenschap de bepalende factor in hun dagelijks leven. Een Afrikaan identificeert zich op de eerste plaats met zijn familie en zijn etnie, lang voordat hij zich burger van een staat voelt. Ik heet Sy. Dat situeert mij meteen in deze wereld. Iedereen weet dat ik een Peul ben, iedereen “kent” mij aan de hand van dit soort bakens. Die herkenningspunten verdwijnen ook niet in de stedelijke context, waar er behoorlijk wat interetnische huwelijken zijn. De kinderen krijgen de naam en dus de etnische context mee van hun vader. Etniciteit heeft meer te maken met afspraken en tradities dan met bloed en uiterlijke kenmerken.
Ousmane Sy: Wat vandaag voorgesteld wordt als “democratisering” is een proces waarbij maar een heel kleine groep Afrikanen betrokken is, de grote meerderheid staat daar buiten. De mensen spreken letterlijk en figuurlijk de taal niet van de democratisering en van de politici die hen zogezegd vertegenwoordigen. Pas als we in het debat over democratie en politieke hervormingen ook het bestaan van etnische groepen meenemen, wordt het mogelijk een Afrikaanse democratie op te bouwen. Vanaf de kolonisatie heeft men geprobeerd het etnische toebehoren af te bouwen. En sinds de onafhankelijkheid heeft men in alle windstreken geprobeerd om nationale staten naar het beeld en de gelijkenis van Europa op te bouwen. Het resultaat kan je overal op het continent aanschouwen. Burgeroorlogen, gewelddadige conflicten, staatsgrepen. Kortom: de natiestaat is mislukt. De oplossing voor de problemen van Afrika moet gezocht worden in de werkelijkheid zoals die er voor de meerderheid van de mensen uitziet, en die is fundamenteel etnisch.
Geeft u eens een voorbeeld van zo’n “Afrikaanse” oplossing?
Ousmane Sy: We kennen in West-Afrika een heel oude traditie: de sinankuya of parenté à plaisanterie. Die “schertsende verwantschap” is een traditie die teruggaat tot de 12de eeuw en zorgt ervoor dat alle kritiek tot uiting kan komen. Als iemand een “schertsende verwantschap” met je heeft, moet je hem alles laten zeggen, ongeacht je eigen positie of persoonlijke gevoeligheden. De huidige president van Mali is een Touré, hij heeft een sinankuya met de Coulibaly’s, bijvoorbeeld. Via formele weg is het vaak onmogelijk om een president op zijn fouten te wijzen, maar een Coulibaly kan altijd gebruik maken van een gelegenheid om te schelden op de Tourés om via die omweg duidelijk te maken dat de president zich vergist. Die traditie functioneert tot op de dag van vandaag. Het is een manier om conflicten en tegenstellingen bespreekbaar en dus hanteerbaar te maken.
Veel conflicten leiden in Afrika veeleer tot geweld.
Ousmane Sy: Afrika had een grote expertise in het hanteren van diversiteit. Men spreekt vaak over Afrika, maar je zou altijd in meervouden moeten spreken. Binnen elk land, binnen elke regio, zelfs binnen elk dorp is een veelheid aan verschillen aanwezig. Jammer genoeg is die kennis verloren gegaan toen de koloniale staat werd ingevoerd. Als ze haar eigen diversiteit wurgt, kan de Afrikaanse staat niet anders dan in een diepe crisis terechtkomen. We moeten opnieuw leren onderhandelen met elkaar -dat is tenslotte de kern van het samenleven op basis van verschillen. Alleen hebben de Afrikaanse elites dat niet beseft, waardoor ze mee verantwoordelijk zijn voor de mislukkingen van de voorbije halve eeuw.
Waarom slaagt de leidende klasse van Afrika er niet in een project te bedenken dat de belangen van de hele bevolking dient?
Ousmane Sy: Er is sinds de jaren zestig veel gepraat over Afrikaanse eigenheid, Afrikaanse tradities, Afrikaanse weetikveel. Men eist het recht op Afrikaans te zijn, terwijl men er niet toe komt ook de verantwoordelijkheid van dat Afrikaans-zijn op te nemen. Vandaag groeit het besef dat we ons Afrikaans-zijn moeten aanvaarden met de goede zowel als de kwade kanten, om op basis daarvan op een assertieve manier deel uit te maken van de hedendaagse, geglobaliseerde wereld.
Kan Afrika beter worden van het proces van globalisering?
Ousmane Sy: Ik geloof dat de globalisering Afrika kan helpen -als Afrika zijn eigen project kan formuleren en zelf kan bepalen welke relaties het aangaat met de rest van de wereld. De globalisering biedt kansen, zelfs voor de meest afgelegen dorpen in Afrika. We moeten de voorwaarden creëren om die kansen te grijpen en de nadelen onder controle te houden. Wij moeten als volwaardige spelers in het debat stappen, niet enkel als vragende partij. Dat kan in harde onderhandelingen, zoals in het kader van de gesprekken binnen de Wereldhandelsorganisatie over katoen, maar het zal vaak ook een grote flexibiliteit van ons vragen. In de ontwikkeling van een geglobaliseerde wereld zou Afrika de gevoeligheid voor het collectieve, voor de gemeenschap kunnen inbrengen. Maar dan moeten wij er eerst zelf bewust mee leren omgaan. We moeten de gemeenschap dan zelf eerst als een positieve waarde zien.
Tony Blair wil dit jaar Afrika redden. Maakt hij kans?
Ousmane Sy: Ik ben minister geweest, raadgever van de president, medewerker van UNDP, ik heb het ontwikkelingsprobleem van Afrika dus van vele kanten bekeken. Na al die jaren is er maar een conclusie mogelijk: de verantwoordelijkheid voor het redden van Afrika ligt bij de Afrikanen zelf. Dat sluit niet uit dat er ook initiatieven kunnen komen van elders, maar ze zullen niet doorslaggevend zijn. Internationale donoren stellen niets voor als ze niet inspelen op initiatieven die in handen zijn van Afrikanen zelf. Alleen projecten die werkelijk uitgedacht zijn door Afrikanen maken kans op succes. Alle andere pogingen lopen op niets uit. Dat geldt zowel voor lokale waterputten als voor zeer zichtbare globale initiatieven van Tony Blair of Gordon Brown.
Zij stellen voor om alle buitenlandse schulden kwijt te schelden. Dat is toch goed?
Ousmane Sy: De terugbetaling van de buitenlandse schuld kost Mali wellicht zo’n 50 procent van het BNP. Maar als men de schuld enkel kwijtscheldt onder voorwaarden die in Europa gesteld worden, dan zijn we nog niet uit de problemen. Het grootste deel van de Afrikaanse overheidsbeslissingen wordt sowieso in Parijs, Washington of Londen genomen. Dat responsabiliseert de Afrikanen niet en zet de culturele en historische kenmerken van Afrika buiten spel. Bovendien nemen die internationale beslissers nooit de verantwoordelijkheid voor hun beslissingen als het weer eens uitdraait op een mislukking. Dan zijn het de Afrikaanse regeringen die de schuld krijgen. Dat is een vorm van fundamentalisme.
Maar als de voorwaarde voor schuldkwijtschelding is dat de kwijtgescholden bedragen geïnvesteerd moeten worden in sociale ontwikkeling, dan is er toch geen probleem?
Ousmane Sy: Het probleem is dat men veel verder gaat. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat er meer geld naar onderwijs moet gaan -dat is uitstekend. Maar waarom beslist men in westerse hoofdsteden dat Afrikaanse landen hun geld prioritair moeten besteden aan de bouw van scholen? Misschien is dat gebouw niet het eerste wat we nodig hebben. Misschien moeten we vooral investeren in de vorming van capabele leerkrachten en in hun lonen. Het is die voortdurende internationale betutteling die onze ontwikkeling doodt, want ontwikkeling is op de eerste plaats de ruimte die mensen krijgen om zelf te beslissen over hun toekomst. Als we die ruimte opnieuw opeisen, moeten we haar invullen met dialoog. Dat is een fundamenteel Afrikaanse omgang met verschillen en tegenstellingen, die gericht is op het telkens weer herstellen van het weefwerk van de samenleving. Vandaag zien we vooral eenzijdige machtsuitoefening en daardoor steeds meer uitsluiting. Dat aanvaarden Afrikanen niet -en terecht. We moeten vooruit met het herontdekken van onze eigen referentiepunten. Dat is overigens een zoektocht die we delen met zowat alle continenten en volkeren in deze tijden van globalisering.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur