Politie en cipiers staan niet langer boven de wet

In een Egyptische rechtbank stonden gisteren (zondag)
vier politieagenten terecht op beschuldiging van marteling en moord. Het is
de vierde keer dit jaar dat leden van het politiekorps of cipiers voor een
strafrechtbank verschijnen op beschuldiging van marteling. De minister van
Binnenlandse Zaken Habib El-Adly heeft persoonlijk de opdracht gegeven tot
het proces. Een primeur, zegt de mensenrechtenbeweging in het land, en één
van de tekens dat er in Egypte, waar folterpraktijken routine zijn,
eindelijk iets verandert.


De agenten die terecht staan, zijn een commandant van de stadspolitie en
drie van zijn ondergeschikten. Ze hielden Sayed Eissa en zijn vriend
Moustafa Abdel Samie 45 dagen in voorhechtenis op verdenking van de diefstal
van een auto. Ze mishandelden de twee verdachten en gebruikten elektroshocks
om hen tot bekentenissen te dwingen. Eissa stierf aan zijn verwondingen en
toen Abdel Samie vrijkwam, legde hij klacht neer. De commandant zou niet aan
zijn proefstuk toe zijn: eerder had hij de vrouw en de kinderen van een
andere gevangene bedreigd.

De minister geeft een erg belangrijk signaal, zegt Hafez Abu Sa’ada, de
secretaris-generaal van de Egyptische Organisatie voor de Mensenrechten
(EOHR). De politie in dit land gelooft dat ze niet aansprakelijk gehouden
kan worden voor martelpraktijken, maar dat beeld is de laatste tijd wel
veranderd. Het is in een aantal dossiers tot een rechtszaak gekomen en het
ministerie van Binnenlandse Zaken heeft alle agenten laten weten dat ze een
proces riskeren als ze deelnamen aan folterpraktijken. Dat is iets wat we
nog nooit gezien hebben in dit land. We hopen dat de regering nog zo’n
stappen doet.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt dat slechts een handvol malafide
agenten foltert en dat het om geïsoleerde incidenten gaat. De realiteit is
echter dat de meeste folterzaken nooit voor de rechtbank komen.
Mensenrechtengroepen stellen dat folteringschering en inslag in
politiekantoren en gevangenissen. Foltering wordt systematische toegepast
door de veiligheidsdiensten in Egypte, vooral door de
Staatsveiligheidsdienst SSI, meldde de speciale rapporteur van de Verenigde
Naties vorig jaar in zijn folterrapport.

De meest gangbare methoden zijn elektrische schokken, schoppen en
vuistslagen, ophanging bij de polsen of de enkels en verschillende vormen
van psychologische marteling, zegt Amnesty International in zijn
jaarrapport 2002. De slachtoffers worden meestal geblinddoekt zodat ze hun
beulen later niet kunnen identificeren. Soms worden ook hun families
bedreigd.

Getuigenissen die steeds terugkeren, zijn die over de bezoeken aan
‘Al-Salakhanah’ (de slagerij), een ondervragingscentrum dat uitgerust is met
stokken, zwepen en rudimentaire apparaten om elektrische ladingen toe te
dienen. De martelpraktijken worden niet enkel gebruikt om bekentenissen af
te dwingen. Families die gekrenkt zijn in hun eer betalen de Egyptische
politie naar verluidt smeergeld om iemand op te pakken en af te ranselen.

De recente processen wekken de indruk dat de regering de martelpraktijken
minder gedoogt. Tot nu toe zijn echter enkel agenten en cipiers er het
voorwerp van. Geen enkele SSI-agent werd veroordeeld; SSI-officieren
genieten immers immuniteit.

Mensenrechtengroepen vragen dat de Noodwet uit 1981 wordt afgeschaft. Die
verleent de SSI een verregaande bevoegdheid om verdachten te arresteren en
vast te houden.

De uitspraak in de zaak-Eissa volgt waarschijnlijk volgende maand. Zondag
stelde de rechter de zaak uit tot 5 augustus om de advocaten van de
verdediging de tijd te geven hun pleidooi voor te bereiden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift