Politieoptreden steeds moorddadiger

Bij acties van de Argentijnse politie zijn in
2001 meer dan 1.000 mensen omgekomen. Dat ontstellende dodental is het
gevolg van extreem geweld bij arrestaties of de aanpak van protestacties,
uit de hand lopende mishandelingen van gevangenen en illegale executies van
verdachten. De meeste schietgrage agenten moeten geen vervolging vrezen; in
regeringskringen wordt zelfs overwogen de ordediensten nog meer bevoegdheden
te geven om de sociale onrust te smoren die het gevolg is van de economische
crisis waarin het land verkeert.


Volgens de Argentijnse mensenrechtenorganisatie Correspi (Coördinatie tegen
Politionele en Institutionele Repressie), neemt het politiegeweld hand over
hand toe. In 1996, het eerste jaar waarin de groep gegevens verzamelde,
vonden 262 Argentijnen de dood door toedoen van de dienaars van de wet.
Sindsdien bleef dat cijfer stijgen: van 382 in 1997 naar 471 in 1998, 625 in
1999, 833 in 2000 en 999 in 2001. Bij dat laatste cijfer moeten dan nog eens
de 30 doden geteld worden die vielen bij de protesten die leidden tot het
aftreden van president Fernando de la Rúa op 20 december.

De gemiddelde leeftijd van de Argentijnen die vorig jaar door toedoen van de
politie om het leven kwamen, bedraagt amper 17 jaar. Dat ligt aan de
ongenadige aanpak van de jonge werklozen uit de slums rond de grote steden
die actief zijn in de bijna dagelijkse protesten tegen de verslechterende
levensomstandigheden in het land. De dood van twee van de laatste
slachtoffers uit die groep, Darío Santillán en Maximiliano Kosteki, stuurde
een schok door heel het land. De twee werden op 26 juni door de politie
doodgeschoten bij een wegblokkade op de brug tussen het zuiden van Buenos
Aires en de voorstad Avellaneda. Bij de pogingen van de politie om de
blokkade te doen opheffen, vielen die dag ook meer dan honderd gewonden.
Parlementsleden van de oppositie vergeleken de toestand in het
politiekantoor van Avellaneda waar zo’n 160 arrestanten werden vastgehouden
later met een concentratiekamp van de Nazi’s

De Argentijnse president Eduardo Duhalde beschreef het politieoptreden bij
de brug in Avellaneda als een wrede schietpartij, en de gouverneur van de
provincie Buenos Aires, Felipe Solá, dwong de bevoegde districtscommandanten
van de politie tot ontslag en benoemde ook prompt een nieuwe minister van
justitie, Juan Pablo Cafiero. Vier politieagenten zijn in verband met de
schietpartij gearresteerd, en een honderdtal van hun collega’s zijn
voorlopig geschorst. Cafiero heeft beloofd dat de moordenaars van de twee
jonge demonstranten niet vrijuit zullen gaan.

María del Carmen Verdú, de voorzitster van de mensenrechtenorganisatie
Correspi, is daar nog niet zo zeker van. Volgens haar wijst niets erop dat
de overheid een einde wil maken aan de straffeloosheid waarop de
politiediensten de voorbije decennia steeds hebben kunnen rekenen. Verdú
wijst erop dat de Argentijnse politie nooit echt hervormd is sinds de
bloedige militaire dictatuur die van 1976 tot 1983 duurde.

In februari oordeelde ook José Beltrán, het hoofd van een internationale
delegatie van Amnesty International naar Argentinië, dat het
Zuid-Amerikaanse land blijft worstelen met een kritiek probleem van
straffeloosheid bij de politie. Volgens Amnesty draagt dat probleem bij tot
de gestage verslechtering van de mensenrechtensituatie in het land.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift