Regering onder vuur wegens verdachte dood gevangen journalist

De Nepalese regering van premier Sher Bahadur
Deuba ligt zwaar onder vuur van journalistenverenigingen en
mensenrechtenorganisaties na mediaberichten over de dood van een maoïstisch
gezinde journalist in de gevangenis. De woede wordt nog aangewakkerd door de
onhandige communicatie van de regering, die het overlijden wil bevestigen
noch ontkennen.



Een week geleden kwam een linkse krant met een gedetailleerd verslag van de
dood van journalist en maoïstisch voorman Krishna Sen in de gevangenis. Sen
was in mei gearresteerd onder de noodtoestand die sinds november 2001 in
Nepal van kracht is. Het leger heeft sindsdien de vrije hand bij de
onderdrukking van de maoïstische opstand in het Himalaya-koninkrijk.

De regering gooide olie op het vuur toen het ministerie van Binnenlandse
Zaken na vragen van journalisten de verantwoordelijkheid doorschoof naar het
ministerie van Defensie, die de zaak prompt terugschoof naar Binnenlandse
Zaken. Beide ministers zeiden niet verantwoordelijk te zijn en van niets te
weten. Premier Deuba beloofde vorige week een gedetailleerd verslag, maar
dat is er nog altijd niet.

Dit is totaal onaanvaardbaar, verklaarde de Nepalese Federatie van
Journalisten (NFJ), De staat heeft niet het recht om iemand te doden. De
door de overheid samengestelde Nationale Mensenrechtencommissie was nog
strenger in zijn oordeel: De weigering van de regering om duidelijke
informatie te geen over het lot van Sen bewijst dat ze zich niet bekommert
om de verslechterende mensenrechtensituatie. Ook in kranteneditorialen
overheerst de indruk dat de regering iets te verbergen heeft.

Het lot van Sen is voor mensenrechtenactivisten een dankbare aanleiding om
de sinds acht maanden van kracht zijnde noodtoestand aan te vallen. 2.500
mensen zouden sindsdien zijn overleden en meer dan 100 journalisten werden
gearresteerd. 30 van hen zitten nog steeds in de gevangenis. In het jongste
jaarrapport van Amnesty International maakt Nepal een bijzonder slechte
beurt.

Het ministerie van Defensie draagt bij tot de ergernis omdat het in zijn
persmededelingen steeds meldt dat rebellen werden gedood in ontmoetingen.
Volgens activisten zijn die ontmoetingen Orwelliaanse newspeak voor
wederrechtelijke executies van gevangen maoïstische rebellen.

In het westen van het land, waar de guerrilla en het leger strijd leveren,
bevindt de bevolking zich tussen hamer en aanbeeld. De dorpsbewoners zijn
bang van de maoïsten, die overal verklikkers zien, en van de
regeringstroepen, die hen verdenken van maoïstische sympathieën.
Premier Deuba verklaarde onlangs aan IPS zijn troepen de opdracht te hebben
gegeven geen onschuldige slachtoffers te maken en beloofde de schuldigen te
straffen. Ondanks talrijke klachten loopt evenwel tegen geen enkele militair
een onderzoek. Volgens mensenrechtenactivisten is ook de zaak-Sen een geval
waarin de regering de waarheid liever verborgen houdt.



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift